05/03/2018

Veertig

Laatst kwam ik er achter dat een midlifecrisis tien jaar eerder begint. Geen flauw idee waarom, maar ik associeerde een midlifecrisis met grijzende vijftigers. Dat bleek een vergissing. De gemiddelde levensverwachting voor een man ligt rond de tachtig. En geen honderd. Dat betekent dat de midlifecrisis zich ergens rond je veertigste levensjaar voltrekt.

Gisteren werd ik veertig. Momenteel herken ik nog geen symptomen van een naderende midlifecrisis. Het aantal grijze haren valt me mee. Bovendien voel ik geen behoefte om een motorrijbewijs te halen, om maar een midlife-cliché te noemen. Of mijn mooie man inruilen voor een toyboy: het lijkt me verschrikkelijk! Stel je voor dat ik weer het nachtleven in moet. Of zo’n onverzadigbaar libido moet stillen. Er groeien wel steeds meer haren uit mijn oor, dat zegt ook iets over leeftijd, geloof ik.

Ik ben veranderd in alles waarvan ik gruwde toen ik een jaar of vijfentwintig was. In de holst van mijn quarterlifecrisis ontdekte ik dat mijn zondagavonden bestonden uit op de bank zitten met een kop thee. In plaats van met een kopstoot in de kroeg, zoals vroeger. Anders kon ik op maandag slecht functioneren op het werk. Rond die tijd stond mijn eerste langdurige relatie op instorten. Het besef dat het met een gezamenlijk koophuis lastig was om zomaar weg te lopen voor mijn verantwoordelijkheden, drong langzaam tot me door. Ik schrok ervan dat mijn leven zulke serieuze vormen had aangenomen.

Ik denderde door naar de volgende leeftijdsgebonden identiteitscrisis. Mijn dertigste verjaardag veranderde in een deadline waarvoor ik gesetteld en geslaagd wilde zijn. Aangezien ik het permanent oneens was met het beleid, wilde ik voortaan zelf beslissen over mijn werk. Omdat carrière maken me onmogelijk leek zonder diploma op zak, deed ik in de avonduren een beroepsopleiding. Een versnelde variant natuurlijk, zodat ik alle verloren studie-uren van mijn jeugd kon inhalen. En wat voelde het zuur toen ik, na het papiertje en een promotie, evengoed de onwetendheid in pacht had. Daar ergens, kwam het inzicht dat mijn teleurstellingen het gevolg waren van mijn hoge verwachtingen. Nadien probeerde ik het leven te nemen zoals het kwam. Dat leek me stukken overzichtelijker.

Nu, als nieuwbakken veertigjarige, schijnt er een radicale koerswijziging op de loer te liggen. ‘Het leven gaat z’n welbekende gangetje en dat voelt toch een beetje als stilstaan,’ las ik ergens over de midlifecrisis. Alleen heb ik nergens last van. De voorspelbaarheid van mijn leven houd me rustig, denk ik.