Posts Tagged with “Literatuur”

30/10/2015

Schuldgevoel

Als het om artistieke werken gaat dan volg ik braaf de wet. Dat maakt me een uitzondering, geloof ik. ‘Ik mail je het e-book,’ bood een vriendin me aan, omdat ik enthousiast was over een boek dat zij had gelezen. Ik wil geen gratis boek. Ergens op en donker zolderkamertje, dat stel ik me er althans bij voor, heeft een eenzame schrijver gepuzzeld om woorden in zo’n volgorde te zetten, dat ze perfecte zinnen vormen. Een boekwerk waaraan iemand hard heeft gewerkt, dat is een paar tientjes waard.

Idem dito voor muziek of films. Ik betaal grif geld voor iets dat me raakt, want ik geloof heilig in de ingewikkelde economische wetten van vraag en aanbod. Als er geen geld aan valt te verdienen, is er geen mens meer dat nog een emotionele ballade componeert. Of een spannende film produceert. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

Soms word ik gedwongen tot illegale downloadpraktijken. Nergens op de Nederlandse televisie wordt mijn favoriete reality programma Project Runway uitgezonden. Op Netflix staan er ook geen afleveringen. Omdat mijn leven incompleet is zonder Project Runway, kijk ik het programma illegaal op internet.

Voor degenen die onbekend zijn met Project Runway: het is een reality programma voor mode-ontwerpers. Elke aflevering krijgen de ontwerpers de opdracht om in een paar uur een originele outfit te ontwerpen en in elkaar te naaien. Is de jury ontevreden over het eindresultaat, dan mogen ze direct naar huis. Het hoogtepunt van de show is Tim Gunn, de mentor van de kandidaten. Hij komt altijd precies wanneer de deelnemers bijna klaar zijn, en voorziet hen van goudeerlijk advies. ‘Het begint op een hoer te lijken,’ zegt hij doodgemoedereerd. Of: ‘die stof is oerlelijk’. Als duidelijk wordt dat de kandidaat slechts dat ene lelijke lapje stof heeft gekocht, dan laat hij de verbijsterde kandidaat achter met zijn standaard groet: ‘make it work!’ En dan kan de kandidaat helemaal overnieuw beginnen. Ik houd van die man.

Ondanks dat ik reality series haat, volg ik trouw al vijftien jaar Project Runway trouw. Vanwege de gevatte kritieken van Tim Gunn. Al voel ik me na elke illegaal gekeken aflevering schuldig. Die beste man verdient niets aan mij, zijn allergrootste fan. Tot ik op een boek van Tim Gunn stuitte, over de regels voor mentorschap. Ik kocht het meteen. Ik lees het waarschijnlijk nooit, maar ik heb dat knagende schuldgevoel ermee afgekocht.

29/11/2014

Openhartig

Net als iedere Nederlander die ergens tussen de twintig en de veertig jaar is, volg ik – bijna op een religieuze manier – alles wat Lena Dunham doet. In de pers wordt zij steevast omgeschreven als de stem van haar generatie. En die stem vertolkt zij op vele manieren: als actrice, scenariste van de opzienbarende serie Girls en sinds kort ook als auteur.

Vrouwen volgen haar omdat Lena net zoals is als alle vrouwen: wezens die ooit door ouders op de wereld zijn gezet, en waarvan die ouders hoge verwachtingen hebben. Eenmaal volwassen blijkt dat het nog niet zo makkelijk om een zinvolle invulling te geven aan het leven dat je gegeven is. Met allerlei schuldgevoelens tot gevolg. Mannen denken door Lena Dunham te volgen dat zij vrouwen leren doorgronden. En waarschijnlijk kijken er ook veel mannen naar de televisieserie Girls omdat Lena daarin vaak uit de kleren gaat. Ik volg Lena omdat ik haar grappig vind en omdat ik me interesseer voor de huidige generatie twintigers. Van Lena’s boek “Not That Kind Of Girl”, waarvan de Nederlandse vertaling vorige maand uitkwam, had ik dus hooggespannen verwachtingen.

Haar memoires kregen de ondertitel “Levenslessen om (vooral niet) op te volgen” mee. Mijn conclusie is dat men die haakjes beter achterwege had kunnen laten. Ik ben in het gehele boek namelijk geen enkele toepasbare levensles tegengekomen. Haar memoires bestaan uit genânte anekdotes uit haar liefdesleven, omdat Lena steevast valt voor foute mannen. ‘Het voelde alsof een kind dat niet van mij was op me kauwde’, schrijft ze over de eerste keer dat zij wordt gebeft. Een paar bladzijden verderop ziet ze, terwijl zij onder haar bedpartner ligt, in een kamerplant het condoom hangen dat eigenlijk om zijn geslachtsdeel hoorde te zitten. Aan het einde van het hoofdstuk over ‘Liefde en seks’ beschrijft ze dat de gedachte aan seks even aantrekkelijk klinkt ‘als een levende kreeft in je-weet-wel proppen’.

Op de kaft prijst de uitgever het boek aan juist vanwege dit soort openhartigheid. Tijdens het lezen van de constante stroom van intieme ontboezemingen was mijn overheersende gedachte: ‘Gadverdamme, dit hoef ik allemaal niet te weten’. Het boek bevat ‘too much information’, zoals de Amerikanen dat treffend zeggen. De aanstootgevende verhalen in het boek zie ik vooral als bewijs dat je ook té openhartig kunt zijn. Of het ligt aan een gapende generatiekloof, dat ik helemaal niets van dit boek begrijp.

28/08/2014

Boekverfilming

Van mij mogen boekverfilmingen voortaan verboden worden. Ze zijn volkomen zinloos omdat de film, ondanks een miljoenenbudget en ettelijke special effects, het toch nooit haalt bij het boek.

De verfilming van Harry Potter, bijvoorbeeld. Ik had me Harry Potter als een lange, slungelige jongen voorgesteld. Verminkt voor het leven door een fors litteken in de vorm van een bliksemschicht dat, in mijn verbeelding, zo ongeveer zijn hele voorhoofd besloeg. Voor de verfilming werd het miezerige opdondertje Daniël Radcliffe voor de hoofdrol gecast. Zijn litteken was in de film zodanig miniscuul, dat er voor een plastisch chirurg geen eer aan te behalen valt.

De eerste film kwam eerder uit dan de latere delen van de boekenreeks. Met als gevolg dat mijn eigen verbeelding van Harry, werd vervangen door het slappe aftreksel uit de film. Mijn favoriete personage in de boeken, roddeljournaliste Rita Pulpers, zorgde voor de broodnodige humor in de alsmaar enger wordende kinderboeken. Het is onbegrijpelijk dat dit hilarische personage slechts in één van de films voorkomt.

Natuurlijk begrijp ik dat boeken niet letterlijk verfilmd kunnen worden. Ik zit ook niet te wachten op films van twaalf uur met ellenlange gedetailleerde beelden van de omgeving, zoals die uitvoerig in de boeken staan beschreven. Iedere boekverfilming zou een halfslachtige natuurdocumentaire worden met bevreemdende actie-scenes tussendoor. Maar door het vele schrappen wordt de verhaallijn van een boekverfilming soms onnavolgbaar. De film “Extreem luid en ongelooflijk dichtbij” begreep je niet zonder dat je het boek gelezen had. Ik betrapte mijzelf er op dat ik tijdens de film mijn vriend uitleg gaf over de sleutelscènes. Dit tot grote ergernis van de andere bioscoopgangers. En tot nog grotere schaamte van mijn vriend. Sindsdien gaat hij liever niet meer met me naar de bioscoop.

Eigenlijk heb ik nimmer een film gezien die precies de toonzetting van het boek weet te vangen. Laatst nog, viel de verfilming van “De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween” me tegen. De film wist de droogkomische verteltrant van het boek niet over te brengen. Het gevolg was dat ik na afloop teleurgesteld was. Iemand die het boek niet kende, was juist heel enthousiast. Dat bracht me op het idee voor een interessant experiment. Daardoor staat de bestseller “Een weeffout in onze sterren” al maanden ongelezen in de boekenkast. Wachtend op het moment dat ik de film gezien heb. Ik ben benieuwd of die volgorde me beter bevalt.

02/05/2014

Paranoia

Vlak voordat zelfs bejaarde digibeten zonder eigen internetaansluiting tijdens een internetcursus voor senioren zich hadden aangemeld voor Facebook, maakte ik ook een eigen profiel aan op dat medium. Ik ben zo mogelijk nog later met het lezen van bestsellers over sociale media. Door een zonvakantie zonder stabiele internetaansluiting kwam ik daar alsnog aan toe. Vorige week las ik eindelijk “De Cirkel” van Dave Eggers.

Over het boek had ik veel gehoord. Vooral van mensen die niet op sociale media actief zijn en daar veelvuldig mee lopen te koketteren. Schijnbaar word je er een beter mens van als je niet continu likes verzamelt op internet. Voor mensen met een aversie of angst voor sociale media is “De Cirkel” een geschikt boek, want van het boek word je nogal paranoia als het gaat om de bescherming van je persoonlijke gegevens.

Het boek gaat over Mae Holland die gaat werken bij “De Cirkel”, een bedrijf dat “TruYou” exploiteert. Dat is een soort universeel besturingsprogramma waarin je alles doet: e-mailen, sociale media bijhouden en zelfs je betalingsverkeer. En waarop je met het uitdelen van smiles en frowns jouw mening geeft. Door dit systeem heeft iedereen slechts één online identiteit met slechts één wachtwoord. Het leek mij best handig om niet langer allerlei accounts te hebben, met evenzoveel verschillende wachtwoorden.

“De Cirkel” krijgt alleen steeds meer macht door nieuwe activiteiten. Ze geven kleine, goedkope cameraatjes weg die TruYou-gebruikers overal kunnen ophangen. Deze beelden worden live uitgezonden op internet. Met gezichtsherkenning valt te achterhalen wie er in beeld is. Dit vond ik een enge ontwikkeling, maar Mae maakt zich totaal niet ongerust. ‘Wat heb je te vrezen als je je normaal gedraagt,’ denkt zij. Uiteindelijk profileert het bedrijf zich zelfs met slogans als “geheimen zijn leugens” en “privacy is diefstal”.

Het boek beschouw ik vooral een beangstigend sprookje. De macht die één internetbedrijf krijgt in het boek, dat wordt volgens mij nooit realiteit. We wisselen zo ongeveer vaker van sociale media wisselen dan van schoenen.

Toch is het een feit dat Facebook reclames heeft die verrassend goed aansluiten op mijn persoonlijke interesses. En Google geeft openlijk toe alle inkomende en uitgaande mail te scannen. Ik zie dat verlies van anonimiteit puur als de prijs voor handige gratis diensten. En ik probeer bewust keuzes te maken in de informatie die ik online deel. Maar misschien ben ik simpelweg kortzichtig. Naïevelingen zoals ik hebben van Mark Zuckerberg tenslotte een miljardair gemaakt.

30/04/2013

E-reader

De voorbereiding voor onze jaarlijkse zon- en leesvakantie in Turkije was tot nu toe altijd nogal stressvol. Waar mijn vriend voor een twee weken durende vakantie aan vijf-en-driekwart boeken genoeg heeft, ligt mijn leestempo iets hoger. Ik verslind gemiddeld per dag 350 tot 400 pagina’s. Behalve lezen doen we verder vrijwel niets, nou ja, op eten, drinken, slapen en eindeloos insmeren met zonnebrandcrème na dan. Ik heb dus ongeveer anderhalf boek nodig om de dag door te komen.

‘Dat is slechts een kwestie van genoeg boeken inpakken,’ hoor ik je denken. De beperkende factor is alleen dat ik van de luchtvaartmaatschappij maximaal twintig kilo aan bagage mag meenemen. Het is toch wel handig als ik ook een schone onderbroek en wat sokken meeneem. Bijbetalen voor extra bagage wilde ik niet, want ik had net een fortuin uitgegeven aan die nieuwe boeken. Dus eindigde het inpakken altijd met het ritueel waarbij mijn vriend herhaaldelijk met een koffer op de weegschaal ging staan om te controleren of mijn bagage onder het maximumgewicht bleef. Met tussendoor veel in- en uitpakmanoeuvres waarbij ik een dikke roman voor een dunnere omruilde.

Voor de afgelopen vakantie had ik dit terugkerende probleem handig opgelost: eindelijk heb ik een e-reader aangeschaft. Niet meer eindeloos wikken en wegen welke boeken ik wilde kopen. Ik kon gewoon onbeperkt boeken aanschaffen zonder na te denken hoeveel t-shirts ik daarvoor thuis moest laten. Daardoor schoot ik bij de inkopen flink uit met mijn pinpas. Bij het kopen van boeken op internet had ik ineens een andere, meer avontuurlijke boekenfilosofie.

Zo kocht lukraak ik het boek ‘Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)’ van Ivo Victoria, omdat ik ooit een sympathiek interview met de schrijver had gelezen. Misschien had ik de titel beter moeten lezen voordat ik het boek kocht. Dan had ik opgemerkt dat het boek over wielrennen gaat. Een onderwerp waar ik dus helemaal niet van houd. Dapper begon ik mijn vakantie met dit boek. Het verhaal greep me totaal niet. Telkens hield ik mezelf voor dat aan het einde het allemaal op z’n plek zou vallen, zoals met sommige andere boeken. Maar na twee, lange dagen en het doorworstelen van honderdvijfennegentig bladzijden, concludeerde ik dat het boek van begin tot eind ronduit saai was.

Gelukkig stonden er nog tientallen andere – hopelijk mooiere – boeken op mijn e-reader. En ook had ik ruim genoeg kleren ingepakt.

09/06/2012

Modenicht

Nu Jan Wolkers al jaren dood is en Jan Cremer hoogbejaard, had ik verwacht dat de slechte traditie, van ellenlange seksscènes in een verhaal dat net zo weinig om het lijf heeft als de vrouwelijke hoofdpersoon, uit de Nederlandse literatuur verdwijnen zou. Na het lezen van ‘Alleen maar nette mensen’ van Robert Vuijsje en de debuutroman van James Worthy, weet ik wel beter. Er is nieuwe generatie schrijvers geboren die het beschrijven van softporno tot kunst probeert te verheffen. Beide boeken zijn bestsellers dus ben ik blijkbaar de enige die daarop is uitgekeken. De bestsellers hebben mijn vocabulaire verrijkt met woorden als ‘bimboborsten’ en ‘peuterpruim’. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe deze woordschat mij, bijvoorbeeld in een zakelijk telefoongesprek, van pas gaan komen.

Momenteel lees ik een boek dat op meer kuise toon gaat over het aanbidden van het vrouwelijk lichaam. Cecile Narinx, hoofdredactrice van de Nederlandse Elle, schreef het boek ‘Geluk is een jurk’. Omdat je in tijden van crisis en massaontslagen altijd voorbereid moet zijn op een drastische carrièreswitch, las ik dit boek. Ik vermoed namelijk dat er ergens diep in mij een hysterische modenicht schuilt, die direct aan de slag kan bij zo’n glimmend modemagazine.

Het boek spijkert heel handig de basiskennis bij over het modevak, met een ABC met termen van haute couture tot ready-to-wear. Heel plat beschouwd is haute couture kleding in maatje zandloper waarvoor je voor één enkel niemendalletje van zijde een bovenmodaal maandinkomen betaalt. Ready-to-wear is een betaalbare kopie van haute couture, gemaakt van 100% polyester in maatje zandzak. Cecile benadrukt dat je als mode-redacteur niet in een setje van de Zeeman naar een modeshow van een topontwerper kunt gaan. Voordat je ook maar één cent in de modejournalistiek kunt verdienen, moet je dus eerst een fortuin aan designerkleding uitgeven.

Verbaasd was ik door de bewering dat haar modeblad geen anorexia propageert. Maar Cecile heeft voor de vele dunne modellen zo’n bizarre verklaring dat ik er in geloof. Haar theorie is dat veel homoseksuele ontwerpers eigenlijk kleding maken voor platte, jongensachtige figuurtjes. De Elle gebruikt photoshop alleen om de modellen aan te dikken. Daar geloof ik dan weer niets van want ondanks al dat photoshoppen zijn alle modellen in de fotoreportages nog steeds graatmager.

De meest belangrijke informatie staat bijna achterin het boek. Cecile schrijft dat de moderedacteuren geen gratis kleding krijgen. Met die onthulling ligt de droomcarrière van mening bloggend modemeisje in duigen.