Posts Tagged with “Ierland”

28/07/2015

Reisgids

De schrijvers van brochures en sites van touroperators zijn volgens mij de meest positief ingestelde mensen ter wereld. Dat zou ik waarschijnlijk ook worden als ik tegen royale beloning naar alle uithoeken van de wereld mocht reizen om ter plekke de toeristische attracties te beschrijven. Maar daardoor prijzen touroperators de meest onwaarschijnlijke bestemmingen louter lovend aan. En zo kon het gebeuren dat ik, een fervent zonaanbidder, na een urenlange internetsessie ervan overtuigd raakte dat de regenachtige no-go-area Ierland de perfecte vakantiebestemming was.

Enkele jaren geleden was zoiets me ook overkomen. Ergens half februari dacht ik dat alle begerenswaardige bestemmingen snel volgeboekt zouden zijn. Volkomen ontoerekeningsvatbaar door een soort van manische boekingsdrift boekte ik een veertiendaagse rondreis door Toscane. Online was het me niet opgevallen dat de reis bedoeld was voor streng-gelovige globetrotters. Tot dat inzicht kwam ik pas toen, een paar dagen voor vertrek, de gedetailleerde reisbeschrijving werd bezorgd. Twee weken lang trok ik langs alle kerken in elk Godvergeten gat in Toscane, omdat de reisgids de aldaar alom aanwezige fresco’s in alsmaar overtreffende bewoordingen bleef aanbevelen. Voor mij – als leek – leken al die fresco’s op elkaar, en had ik met het eerste fresco ze allemaal gezien. Na deze vakantie was ik voorgoed mijn vertrouwen kwijt in de reistips van touroperators. En sindsdien durf ik alleen nog op reis te gaan gewapend met een onafhankelijke reisgids over de bestemming.

Ook voor de rondreis door Ierland bewees de Lonely Planet geen overtollige bagage te zijn. Tussen de rooskleurige reistips van de touroperator en de opvattingen in de Lonely Planet zat een wereld van verschil. De touroperator raadde expliciet aan om naar Shannon te rijden. ‘Deze bijzonder jonge stad is pas in 1960 gesticht om de werknemers van het nabijgelegen vliegveld te huisvesten, en wijkt daardoor af van oudere Ierse steden,’ schreef de touroperator wervend over Shannon. De omschrijving maakte me nieuwsgierig naar deze nieuwe hotspot, maar voor de zekerheid sloeg ik de Lonely Planet er op na. Die omschreef Shannon als een stad met de deprimerende sfeer van planmatig aangelegde industriesteden in de voormalige Sovjet Unie. ‘Blijf er niet hangen,’ stond er als waarschuwing bij.

Mijn vriend en ik zijn dus met een grote boog om deze toeristenval heen gereden. En onderweg spotten we nog meer denkbeeldige Sovjet-invloeden in het Ierse landschap, waarover we samen smakelijk gelachen hebben. Ja, met een goede reisgids staat niets vakantiepret in de weg.

 

23/07/2015

Souvenir

Vanaf welk moment regen voor mij synoniem is geworden met binnenblijven, dat weet ik niet exact meer. In mijn jonge jaren vond ik het heerlijk om in de regen buiten te spelen. Lekker met een lange stok in de verse blubber poeren. Of met mijn laarzen aan in elke plas springen die ik tegenkwam. Tegenwoordig heb ik zelfs geen flauw benul meer waar je een paar laarzen koopt. Niet dat ik laarzen nodig heb, als er nu ook maar 1 wolk aan de horizon drijft dan spring ik pas op de fiets nadat ik de buienradar grondig heb bestudeerd. Bij een twijfelachtige weersvoorspelling neem ik gewoon de auto. Zo’n hekel heb ik aan regen, of eigenlijk aan het doorweekte en onderkoelde gevoel dat je hebt, nadat je bent overvallen door een onverwachte regenbui.

Het moet dus een vlaag van verstandsverbijstering zijn geweest dat ik een zomervakantie boekte naar het natte Ierland. Meteen bij aankomst realiseerde ik mijn vergissing en controleerde de eerste uren ziekelijk vaak de buienradar. Daarop was Ierland onvindbaar omdat het eiland volledig werd bedekt door een grijze brei van regenbuien. Als ik tijdens mijn vakantie meer wilde zien dan truttig ingerichte slaapkamers en de binnenkant van een Nissan Micra, dan zat er niets anders op dan de regen te trotseren.

Of het kwam doordat ik alsmaar het mantra ‘de huid van een mens is waterdicht’ opdreunde, durf ik niet met zekerheid te zeggen, maar mijn voornaamste ontdekking in Ierland is dat regen best meevalt. Ik werd namelijk altijd minder nat van de regen dan ik vooraf had verwacht. Het hielp natuurlijk dat ik een regenjas met capuchon had aangetrokken. Dat regenkind van vroeger kwam weer een beetje in mij naar boven. Zo stond ik ineens uitzinnig schreeuwend op een winderig strand in de regen. En begon ik kinderlijk blij over regenplassen heen te springen. Nee, ik sprong er niet in. Als volwassene denk je onherroepelijk na over dat modder alleen op 60°C uit je broek valt te wassen.

Ik was helemaal vergeten hoe lekker de natuur ruikt na een regenbui. Alsof de wereld na een verkwikkende douche helemaal schoongewassen is. Alsof de aarde een welriekende boer laat nadat zij haar dorst gelest had met het weldadige hemelwater. (Zoals je merkt deed alle buitenlucht me goed, ik werd er poëtisch van.) Deze onvergetelijke vakantieherinnering breng ik als souvenir mee naar huis, naar het regenachtige Nederland.

 

18/07/2015

Joggingbroek

Elk geschiedenisboek beschrijft dat in Griekenland de wieg stond voor de westerse beschaving, ik voorspel alvast dat het einde van die beschaving begint in Ierland. Deze stelling durf ik te poneren sinds ik enkele weken in Ierland vertoeft heb. In elke uithoek van het eiland vind je voldoende stijlvolle kledingwinkels waar je, in theorie, een fatsoenlijke outfit kunt kopen. In theorie want, vanwege voor mij onbegrijpelijke redenen, kiezen de Ieren er massaal voor om in een slobberige joggingbroek de deur uit te gaan.

Ik hoor je denken: ‘Paul, jij hebt zelf ook weleens zo’n uitgelubberde joggingbroek aan?’ Ja, daar heb je gelijk in. Thuis draag ik regelmatig een joggingbroek. Bij voorkeur als ik alleen ben. Vrijwel nooit als mijn vriend, of andere mensen in de buurt zijn. Een uitgelubberde joggingbroek verandert ieder mens in een onaantrekkelijk, seksloos wezen. Daarom snap ik er niets van dat de Ieren ongegeneerd in zo’n outfit de straat op gaan.

Denk niet dat ik dit aftandse modefenomeen alleen gezien heb in een afgelegen achterstandswijk. De uitgelubberde joggingbroek draagt een Ier overal en bij elke gelegenheid. In Dublin’s Temple Bar hadden diverse mannen een joggingbroek aan tijdens een avond stappen. In Cork durfden vrouwen in zo’n armoedige joggingbroek de meest luxueuze winkels binnen te stappen. In Kilgarvan, en ik verzin dit niet, stuitte ik op een begrafenisstoet waar meerdere mensen in joggingbroek achter een doodskist liepen. Het absolute toppunt was in Derry waar ik in een restaurant bediend werd door een jongen in een zwarte joggingbroek. Het was geen Michelin-materiaal, maar zelfs in een middelmatig restaurant verwacht ik chiquer geklede bediening.

Voor iemand met een forser postuur die overstapt op een gezondere levensstijl, is het handig dat er sportkleding in XXL-formaat verkrijgbaar is. Maar iemand moet de Ieren uitleggen dat de joggingbroek of trainingsbroek met een reden zijn vernoemd naar sportieve activiteiten. Sportkleding voelt ontzettend comfortabel als compensatie voor de afschuwelijke lijdensweg die sporten nu eenmaal is. Het is nooit de bedoeling geweest dat sportkleding ook als comfortabele vrijetijdskleding fungeert. Een ontwerper streeft voor vrijetijdskleding meestal een betere uitstraling na, dan die van een verslonsde joggingbroek.

Hopelijk komen de Ieren snel tot het inzicht dat hun nationale klederdracht – de joggingbroek – voor de meeste gelegenheden volstrekt ongepast is. Anders raad ik sportfabrikanten aan om de verkoop in Ierland acuut stil te leggen. Een begrafenisstoet is ‘n verkeerd uithangbord voor welk sportief merk dan ook.

 

16/06/2015

Nederlaag

Het leven is een aaneenschakeling van toevalligheden, vind ik, maar soms valt het allemaal zo mooi samen dat ik bijna in God ga geloven. Die overtuiging kreeg ik doordat ik eerst ongepland online een rondreis door Ierland boekte. Prompt stuitte ik op de Ierse band Villagers. Hun nieuwe album ‘Darling Arithmetics’ staat bol van de stemmige liefdesliedjes van een homoseksueel, opgegroeid in het conservatieve platteland. Het leek me een prima soundtrack voor autoritten door het desolate en ruige landschap van Ierland. En toen las ik in de krant dat 62% van de Ierse bevolking voor de invoering van het homohuwelijk had gestemd. Ineens vond ik het niet erg om naar dit regenachtige land op vakantie te gaan.

De Katholieke kerk reageerde op het Ierse referendum met de mededeling dat de kerk het klassieke huwelijk tussen man en vrouw als de ‘toekomst voor de mensheid’ blijft zien. Daar kon ik me volkomen in vinden. Mijn vriend en ik blijven het vol enthousiasme proberen, maar tot op heden is het ons niet gelukt om voor nageslacht te zorgen. Helaas viel ik alweer snel van mijn geloof, want de rest van de Vaticaanse reactie was iets ongezelliger. Bij monde van een kardinaal met de sprookjesachtige naam Pietro Parolin, noemde men de uitkomst ‘een nederlaag voor de mensheid’.

Die opmerking kwam hard bij me binnen, moet ik bekennen. Ondanks mijn bijdrage aan de samenleving in mijn werk, of het vrijwilligerswerk dat ik gedaan heb, ben ik dus niets meer dan een ‘nederlaag voor de mensheid’ volgens de kerk. Het is een hysterische verklaring, die ik eerder had verwacht van een dronken dragqueen met een verknipt gevoel voor humor. Nou draagt Pietro Parolin ook continu een jurk. Dus misschien zijn er meer overeenkomsten tussen kardinalen en dragqueens dan ik op het eerste gezicht had vermoed.

Dat ik me echt kwaad maakte om het standpunt van de Katholieke kerk, merkte ik aan de tegenargumenten die ik verzon. Volgens mij zijn op deze aardbol de meeste nederlagen geleden in bloedige oorlogen uit naam van God. Al eeuwenlang wordt de aarde bevolkt door een minderheid homoseksuelen. Me dunkt dat homoseksualiteit evolutionair ergens goed voor is. Maar ja, die malle Katholieken geloven natuurlijk niets van de evolutie, en baseren zich op het meest fantasierijke boek ter wereld. Al die religieuze uitspraken zijn dus slechts sprookjes. Niets om me druk over te maken. Dat hebben ze in Ierland goed begrepen.

08/09/2014

Glamping

Mijn vriend had het onzalige idee om tijdens de vakantie te gaan kamperen in Ierland. Ik voorzag een vakantie in een tamelijk troosteloze omgeving, schuilend voor de aanhoudende regen in deprimerende Ierse pubs met een grote pint Guinness voor onze neus. Mijn vriend intens gelukkig, ik verschrikkelijk chagrijnig.

We stammen allebei af van een nest van volbloed kampeerders. De zomervakanties in onze kindertijd brachten we kamperend door. Het was daarom te verwachten dat dit een innige band schept, en we als ware nomaden met een tent door Europa zouden trekken, met de zon als ons enige kompas. We hebben zeker een innige band, al kan ik niet uitleggen waarop die band precies gestoeld is. Gezamenlijk kamperen doen we namelijk zelden, ondanks een zolder die tot de nok toe gevuld is met tenten, slaapzakken, luchtbedden, haringen, hamers, gasflessen, ‘n campingstelletje, thermoskannen en nog enkele andere benodigdheden voor ‘primitief’ kamperen.

Mijn vriend oppert regelmatig de mogelijkheid om te gaan kamperen. Dit brengt hij altijd subtiel ter sprake, omdat hij weet dat dit een gevoelig onderwerp voor me is. Door een opvoeding met overvloedig kamperen had ik in theorie ook een ‘happy camper’ moeten zijn. Maar ik weet precies waar het mis is gegaan. Dat was op een wilde camping ergens in Roemenië. De eerste boom – steeds hoger – op de berg waar nog geen hoopje verfrommeld toiletpapier achter lag, deed dienst als toilet. Ergens op die vermaledijde Roemeense berg, besloot ik dat ik nooit meer wilde kamperen.

Zo’n voornemen is lastig in praktijk te brengen als je verliefd wordt op iemand als mijn vriend, die erfelijk belast is met kampeergenen. Om de paar jaar stem ik er daarom mee in om te gaan kamperen. Onder de strikte voorwaarde dat ik bij aankomst eerst de hygiëne en privacy van het toiletgebouw inspecteer. Op basis daarvan beslis ik of de camping geschikt is om de tent op te zetten.

Inmiddels kent mijn vriend me goed, dus had hij een goede onderhandelingstactiek bedacht. Nadat ik Ierland had afgekeurd als kampeerbestemming, moest ik wel toestemmen om in Zweden van hut naar hut te trekken. Een kampeerfanaat noemt dat schamper ‘glamping’, een afkorting voor glamoureus kamperen, omdat er geen tent aan te pas komt. De hutjes hebben zelfs een stapelbed. Een vakantie waarin ik elke nacht verstrikt raak in een slaapzak, en ik de wastafel en het toilet deel met nog honderd anderen, voor mij is dat primitief genoeg.