Posts Tagged with “Bioscoop”

03/10/2016

Formule

Het idee dat je naar de bioscoop gaat om daar een Amerikaanse comedyfilm te bekijken, dat begrijp ik niet. De meeste Amerikaanse komedies zijn namelijk niet grappig. Althans, niet voor mij. Ik zie elke grap van mijlenver aankomen. En ik kan na circa vijf minuten, het kunnen er ook zes zijn, al voorspellen hoe de film gaat eindigen. En de grote Amerikaanse comedysterren, à la Jennifer Aniston en Jason Bateman, zijn gespeend van enig komisch talent. En dan is het toch heel lastig om hard te lachen om zo’n film. Vind ik dan, hè. Waarschijnlijk sta ik daar alleen in want de bioscoop vertoont toch alle nieuwe romantische komedies. Dus er gaan kennelijk mensen vrijwillig naar toe.

Eerlijk is eerlijk, heel soms staat er een komisch talent op die me weet te verrassen. Ik heb smakelijk gelachen om de vuilbekkerij van Melissa McCarthy in de film Bridesmaids. Helaas melken de filmmakers dan meteen deze gouden formule uit. Het gevolg is dat in de eerstvolgende tien films Melissa McCarthy alleen maar grofgebekte, lompe vrouwen speelt. Terwijl ik er allang om ben uitgelachen. Hetzelfde gebeurde ook met Meryl Streep, nadat zij in Julie & Julia had gespeeld. Het malle accent van de excentrieke kookboekenschrijfster Julia Child wist Meryl op meesterlijke wijze te vatten. En hup, dat succes werd direct gekopieerd door Meryl het accent van Margaret Thatcher te laten instuderen voor een biopic. Alsof er geen batterij aan uitstekende Engelse actrices is, die dat accent zo uit hun mouw schudden.

Je begrijpt waarschijnlijk dat ik een aangekondigde comedyfilm, met Meryl Streep in de hoofdrol als amateur sopraan, in eerste instantie weinig revolutionair vond. Tot ik op de radio een lyrische recensie hoorde over de film. Van Florence Foster Jenkins had ik nog nooit eerder gehoord. Een film over een cultfiguur, die in het begin van de vorige eeuw volle zalen trekt als toondove sopraan, dat maakte me nieuwsgierig. Het leek me een bijzondere vrouw met een levensverhaal dat een film verdient.

Dus besloot ik me maar te laten meeslepen in de hype die in bepaalde filmhuiskringen rond deze film is ontstaan. Ondanks dat ik er op voorbereid was dat het ging tegenvallen, raakte de film me toch. Twee uur leefde ik oprecht mee met Florence Foster Jenkins. Ik heb gehuild. En nog harder gehuild van het lachen.

De Hollywoodindustrie heeft gewoon gelijk. Bepaalde formules zijn niet voor niets succesformules.

25/07/2016

AbFab

Of het slim was dat ik als tiener twee doorgesnoven drankorgels uitkoos als rolmodellen? Ik weet het niet. Toch waren Edina Monsoon en Patsy Stone mijn voorbeelden. In de serie Absolutely Fabulous (AbFab voor de fans) lopen Edina en Patsy namelijk tot ver in de veertig stug alle feestjes af. Met een uitgebluste huisvader thuis op de bank, zocht ik naar een meer levenslustige manier van ouder worden. AbFab gaf me inspiratie voor later: je hoeft niet lijdzaam af te wachten tot het lichamelijke verval intreed en je aan een stoma toe bent.

Als tiener kon ik de levenswijsheden uit de serie nauwelijks in praktijk brengen. Ik woonde nog bij mijn vader. Van enig uitgaansleven was geen sprake. Dat heb ik ingehaald zodra ik op kamers ging. Ik stortte me vol in het uitgaansleven. Qua recreatief drank- en drugsgebruik volgde ik het lichtende voorbeeld van mijn AbFab-heldinnen. Met als hoogtepunt dat geschokte voorbijgangers een ambulance voor mij hebben gebeld toen ik op straat een gitzwarte substantie had uitgekotst. Na het opdrinken van een fles Dropshot, vond ik dat vrij logisch.

Eenmaal een twintiger ging het opeens snel: ik kreeg een serieuze relatie, een baan en een hypotheek om af te lossen. Af en toe keek ik een losse AbFab-aflevering, wanneer het volwassen leven me teveel werd. Het bandeloze gedrag van Edina & Patsy zag ik als een uitvlucht. Ik kon het altijd nog een XTC-pilletje slikken en meeliften op het succes van anderen. Met het choqueren van collega’s met onsmakelijke grappen, die ik van AbFab had gejat, verzette ik me tegen het burgertruttenbestaan.

Sinds ik in de dertig ben ligt de dvd-box van AbFab te verstoffen op zolder. Ik ben tevreden met mijn negen-tot-vijf baan. In een kroeg voel ik mijn IQ dalen als ik te lang het gebral van dronkenlappen moet aanhoren. Van een avondje doorhalen moet ik dagenlang bijkomen. Ik ben veranderd in een plichtsgetrouw figuur. Iemand waar Edina en Patsy een pesthekel aan zouden hebben.

Dit jaar kondigde men de Absolutley Fabulous film aan, en als voormalig fan moest ik erheen. Misschien viel het kind in mij te reanimeren. De film was een slap aftreksel van de serie. Als bijna-veertiger vind ik het pijnlijk dat twee oude vrouwen jong proberen te blijven, door wanhopig achter elke trend aan te rennen.

Maar al ben je uit elkaar gegroeid, je jeugdidolen vergeef je uiteindelijk alles.

27/04/2015

Filmhuis

Voor een zelfbenoemd filmliefhebber is het bijzonder dat ik al maanden geen bioscoop meer van binnen heb gezien. De enige verklaring die ik daarvoor kan verzinnen, is dat ik helemaal klaar ben met de blockbusters die er alsmaar in de bioscoop draaien.

Volgens mij is het verzinnen van originele actiescènes voor de scenarioschrijvers steeds lastiger. Het moet eerdere actiefilms allicht overtreffen. Met als consequentie dat de films voor mij zo ongeloofwaardig zijn, dat ik me niet meer kan laten meeslepen door het verhaal. Tijdens het laatste deel van The Expendables had ik daar veel last van. Sylvester Stallone, Arnold Schwarzenegger en Harrison Ford hebben allen een pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Me dunkt dat die mannen aan dergelijke stunts hevige rugklachten overhouden. Omdat zij na elke bovenmenselijke, fysieke inspanning alsmaar kwiek rondlopen, geloof ik er dus geen snars meer van.

Een oplossing is om dan naar het filmhuis te gaan, want in het arthouse-genre zijn nauwelijks actiescènes te bekennen. Alleen heb ik in 2005 een filmhuistrauma opgelopen tijdens een filmvoorstelling in filmhuis Concordia in Enschede. Toen kreeg ik ineens expliciete beelden van een ranzige orgie voorgeschoteld. ‘Gelukkig zijn we niet naar deze film gegaan,’ zei ik nog grappend tegen mijn vriend. Na vijftien minuten kwam ik toch tot de conclusie dat dit onmogelijk nog een trailer kon zijn, en dat de hoofdfilm waarschijnlijk begonnen was. Achteraf beschouwd was de filmtitel ‘Lebenspornographie’ een voorbode. Maar omdat de film in een filmhuis vertoond werd, had ik de titel niet al te letterlijk genomen en ingeschat dat het vast meer filosofisch bedoeld was. Je begrijpt dat ik daarna geen enkel filmhuis meer in durfde te gaan.

Om al het Hollywoodgeweld te vermijden besloot ik afgelopen weekend mijn angst te overwinnen. Ik had me vooraf goed verdiept of de filmtitel geen onverwachte, dubbele betekenis kon hebben. Dat was bij de film ‘Phoenix’ geenszins mogelijk. De film vertelt het verhaal van een jodin die na de oorlog uit Auswitsch terugkeert naar Berlijn op zoek naar haar echtgenoot, ondanks vermoedens dat hij haar verraden heeft. Op alle fronten was het verder precies een arthouse-film zoals die in een filmhuis thuishoort: mooie beelden, een traag tempo en mij in totale verwarring achterlatend. Al dagenlang loop ik rond met de vraag of ik mijn echtgenoot onder die omstandigheden ooit nog zou kunnen vertrouwen. Dat is me na het zien van The Expendables nou nog nooit overkomen.

09/02/2014

Caps lock

Gisteren vroeg ik me, voor het eerst in jaren, in de pauze van de film af of ik de bioscoop wilde ontvluchten om er thuis nog een leuke avond van te maken.

Ik was naar de film ‘The Wolf Of Wall Street’ gegaan omdat de film lovende recensies kreeg. De kranten misten hooguit een moraal in het verhaal over Jordan Belfort, een man die steenrijk werd met schimmige aandelenhandel. Dat vond ik een vreemde conclusie. Als één ding me duidelijk is geworden in de afgelopen crisis, dan is het dat er in de financiële wereld weinig moraal is. Ik vond het prima dat het eens een realistische film was zonder het typerende zoetsappige einde dat de gemiddelde blockbuster uit Hollywood heeft.

Van tevoren was ik gewaarschuwd voor het grove taalgebruik in de film. Ik bezig zelf regelmatig gefrustreerd allerlei vloeken (bij voorkeur ‘godverdomme’ met een schrapende g, een slepende v, en een r die lekker over de tong rolt). Dus over het veelvuldig aanhoren van ‘fuck’ maakte ik me geen zorgen.

Na 90 minuten beeld vol sex, drugs en veel bankbiljetten was ik beduusd. Meestal knap ik bij films af op excessief geweld of onnodige seks, maar bij deze film knapte ik af op het geschreeuw. De personages spraken niet normaal maar schreeuwden elkaar doorlopend uitzinnig toe. Alsof het hele script met een ingeschakelde caps lock toets was uitgetypt en de acteurs dit te letterlijk hadden opgevat. Mijn oren suisden na zoveel verbaal geweld. De andere helft van de ruim 3 uur durende film moest ik dus nog uitzitten.

Tijdens de pauze twijfelde ik of ik me nog langer aan Leonardo DiCaprio wilde irriteren. In mijn puberjaren bracht hij mijn hoofd op hol met gevoelige rollen in ‘What’s Eating Gilbert Grape’ en ‘Marvin’s Room’. Sindsdien heeft Leonardo zich gespecialiseerd in het spelen van zelfverzekerde mannen met het geluk aan hun zijde, zoals in ‘Catch Me If You Can’. Dat speelt hij met verve, want zijn arrogantie in die film riep bij mij absolute afkeer op. Zo erg zelfs, dat ik lang geen films meer met DiCaprio wilde zien.

Gelukkig vond ik het zonde van mijn geld om halverwege huiswaarts te gaan. De tweede helft toont hoe Jordan Belfort zijn succes, geld en familie kwijtraakt. Leonardo speelde geloofwaardig de kwetsbaarheid van een man die ten einde raad is. En bij vlagen zag ik daar weer de jongen op wie ik ooit verliefd was geweest.

06/08/2010

Amoebe

Gisteren ben ik geheel vrijwillig naar een bioscoopfilm met Leonardo Dicaprio geweest. Dat zal menigeen misschien niet verbazen maar voor mij is dat heel bijzonder. Het laatste decennium probeerde ik films met Leonardo in de hoofdrol zoveel mogelijk te vermijden.

In mijn tienerjaren lag dit anders. Toen was ik heimelijk – want ik deed een weinig overtuigende poging om heteroseksueel te zijn – verliefd op Leo, zoals geobsedeerde fans hem liefkozend noemen. Leonardo was mijn ideale man met zijn prachtige sluike haar dat steevast voor één van zijn diepblauwe ogen hing. Dat jongensachtige kapsel heb ik zelfs gekopieerd. Urenlang stond ik voor de spiegel mijn haar te modelleren om een lok te creëren die schijnbaar spontaan voor mijn oog was gevallen. Omdat zo’n vettige haarlok niet goed combineert met een bril was die look voor mij geen succes.

Het experiment met mijn kapsel was net zo kortstondig als mijn voorliefde voor films met DiCaprio. Na een prachtige vertolking van een verstandelijk gehandicapte in What’s Eating Gilbert Grape, stapte hij over om helden te spelen in van die vergezochte actiefilms waarin Hollywood grossiert. Het spelen van een ongeloofwaardige held gaat DiCaprio goed af, dat moet ik toegeven.

Gedurende zo’n actiefilm gebruikt hij het hele palet van gezichtsuitdrukkingen van een amoebe (nu ben ik niet thuis in de wereld van de biologie maar ik stel me voor dat je met één cel niet bijster veel variatie kunt aanbrengen om je uit te drukken). Wanneer Leonardo de held speelt gebruikt hij slechts twee gezichtsuitdrukkingen. Een redelijk lege blik waarmee hij doelloos voor zich uit staart (die zet hij vooral op tijdens de dialogen). Of een getormenteerde blik met veel gefrons alsof hij op het toilet zit om te poepen terwijl hij lichtelijk geconstipeerd is (die gelaatsuitdrukking zie je het meeste in de film wanneer hij iets lastigs aan het doen is zoals op lange afstand figuranten doodschieten).

Die getormenteerde blik die ik zojuist beschreef had ik op mijn gezicht toen ik gisteren naar de film Inception ging waarin Leonardo DiCaprio meespeelt. Het is de nieuwe film van Christopher Nolan, de maker van mijn meest favoriete film ooit: Memento (een film met verknipte tijdlijnen waardoor je na de film urenlang kunt puzzelen om het plot te begrijpen). Achteraf ben ik blij dat ik Inception met lichte tegenzin ben gaan kijken. Leonardo DiCaprio blijkt namelijk niet talentloos genoeg te zijn om een film met goed script en mooie special effects te verpesten.