23/06/2015

Stoned

‘Who says I can’t get stoned?’ is de openingszin van een fijn liedje van John Mayer. Deze retorische vraag heb ik mezelf ook regelmatig gesteld. Vooral sinds ik aangekondigd had dat ik dit jaar een flinke joint wilde roken. Er werd in mijn omgeving raar opgekeken van mijn goede voornemen. Het wekte de indruk dat Nederlanders helemaal niet zo ruimdenkend zijn over drugs, zoals we zelf graag doen geloven. Voor mij een uitstekende aanleiding om een geestverruimende drug te proberen.

Problematisch was dat ik zelf helemaal niet een coffeeshop durf binnen te stappen. Ik ging dus gretig in op een uitnodiging om bij een vriend thuis high te worden. Hij had namelijk nog wiet in de vriezer liggen. Het blijkt dus dat je, net als de spruiten en tuinbonen, wiet vers blijft door het in te vriezen. Mijn geest werd meteen al verruimd door deze baanbrekende huishoudtip.

Afgelopen weekend zat ik met wat vrienden rond een waterpijp. De waterpijp was een zelf in elkaar geknutseld geval van een een petfles en een balpen. Om over de longen te roken moest ik eerst het gebruik van de waterpijp doorgronden. Eerst moest ik inademen met mijn vinger op een gaatje in de fles. Om daarna te inhaleren zonder de fles af te sluiten. Voor iemand die de blokfluit al een uitdagend instrument vond, was het bepaald niet makkelijk. Nadat het eindelijk me gelukt was om wat van de rook te inhaleren, keken we naar Judge Dredd. Door de slow motion beelden in de film bedacht ik een briljant concept om door de tijd te kunnen reizen. Ergens halverwege de uitleg van mijn hypothese aan vrienden, had ik in de gaten dat ik onzin uitkraamde. Ik was stoned. Ik kreeg een vreetkick. En toen viel ik in slaap. Van de rest van de avond herinner ik me niets.

Deze ervaring rijker, probeer ik te bedenken wanneer ik ooit weer de behoefte krijg om een joint te roken. Ik kan één praktische toepassing bedenken waarvoor het nuttig is om high te zijn. Voor iemand zoals ik, met hoogtevrees, is het prettig om op grote hoogte in een vliegtuig stiekem een jointje op te steken, zodat ik de rest van de vlucht slapend doorbreng. Met als risico dat je betrapt wordt en de vakantie in het buitenland begint in een spartaanse cel.

Of ik geef eerlijk toe dat stoned zijn nergens goed voor is. Hoe bekrompen dat ook klinkt.