29/06/2017

PrEP

Toen een kennis naar San Francisco verhuisde, regelde hij, nog voordat hij vaste woonruimte had, een recept voor de hiv-preventiepil PrEP. ‘No more condoms,’ schreef hij op Instagram opgetogen bij een foto van het doktersrecept.

‘Wat is er mis met een condoom?’ vroeg ik. In de reacties onder de foto ontstond vervolgens een vinnige discussie, met als voornaamste conclusie dat ik een domme vraag had gesteld. De kennis in kwestie ontvriendde me daarna op Instagram en ik was die onplezierige discussie rondom PrEP-gebruik snel weer vergeten.

Echter, zoals het met bijna alle ontwikkelingen in Amerika gaat – zie ook de Pumpkin Spice Latte of Ariana Grande – waait het uiteindelijk over naar Europa. En zo is de PrEP-discussie hier alsnog aangekomen. Het Aidsfonds roept op om PrEP gratis te verstrekken. Een Engels experiment met PrEP-gebruik rapporteert een flinke daling nieuwe hiv-geïnfecteerden. Dat klinkt veelbelovend. Toch zie ik een virusje onder het gras.

Dat virusje heet syfilis. Uit hetzelfde experiment blijkt dat onder de PrEP-gebruikers het aantal syfilis-besmettingen gelijk blijft, terwijl je syfilis grotendeels met een condoom kunt voorkomen. Dat vergt alleen een ongemakkelijk gesprekje met je bedpartner, want verder zijn condooms gemakkelijk verkrijgbaar in elke supermarkt. Ze zijn goedkoop, beschikbaar in allerlei formaten en indien gewenst zijn er zelfs condooms met aardbeiensmaak. Al smaken verse aardbeien beter, dat geef ik toe.

Helaas blijkt PrEP voor sommige gebruikers een excuuspil voor onbeschermde seks. Voordat je roept dat deze uitspraak stigmatiserend is en uitgaat van stereotypen over homoseksuelen: ik baseer mijn oordeel op uitspraken van menig openhartig PrEP-gebruiker in de media. Zij vertellen over hun vele wisselende contacten en de behoefte om zonder angst onveilige seks te hebben.

Een schrijnend voorbeeld stond in de laatste L’HOMO onder de weinig subtiele titel ‘Mijn jaar als PrEP-slet’. Ter illustratie een paar quotes: ‘Beschermd door mijn dagelijkse pil voelde ik me één groot chemisch condoom’. En: ‘In mijn jaartje PrEP heb ik mijn hele bingokaart aan seksueel overdraagbare aandoeningen bij elkaar gespeeld’. Noem mij braaf, voor mijn part zelfs preuts, maar het gratis verstrekken van PrEP (kosten: 18 euro per dag) komt op mij over als een subsidie op sletterigheid.

Bovendien vergt het best wat lef om onbeschermde seks te hebben met deze PrEP-gebruikers. Als een sekspartner het namelijk onnodig vindt om zichzelf met een condoom te beschermen tegen allerlei soa’s, durf je er dan op te vertrouwen dat diezelfde persoon consequent z’n pilletje slikt?

Maar goed, dat is ongetwijfeld een domme vraag.

24/06/2017

Nepnieuws

Soms lig ik wakker omdat ik pieker over wereldproblemen. De opwarming van de aarde, hongersnood, dat werk. Telkens als deze ingewikkelde problemen me boven het hoofd dreigen te groeien, dan pas ik een fijne, moralistische campagneslogan uit de jaren negentig toe van Postbus 51: ‘een beter milieu begint bij jezelf’.

Laatst heb ik deze methodiek nog toegepast op het fenomeen nepnieuws. Ik ben schuldig aan het verspreiden van nepnieuws, want ik vertel soms leugentjes om bestwil. Eerlijk gezegd ben ik er van overtuigd dat iedereen dat doet. Ter waterdichte bewijsvoering haal ik graag een gespreksvoorbeeld aan:
Iemand: ‘Hoe gaat het?’
Jij: ‘Goed!’
Nooit hoor je iets over huwelijksproblemen, of over dat iemands bestaan als ZZP’er minder rooskleurig is dan verwacht. Zoiets verzwijgen we, denk ik, allemaal in een terloops gesprek. Ergens verspreiden we dus allemaal een soort van nepnieuws. Niemand die dat controleert, tenzij je toevallig de president van Amerika bent die liegt over contacten met de Russen. Het enige dat ik kan doen tegen de verspreiding van nepnieuws, is breken met mijn gewoonte en eerlijker te zijn. Daarom biecht ik mijn grootste leugen op.

Ik ben geen vegetariër.

Mijn vriend is vegetariër. Uit luiheid eet ik vegetarisch omdat ik het zat ben om gescheiden te koken. Ondertussen fulmineer ik tegen vleeseters over de schadelijke effecten van de intensieve veehouderij. En ik lees hen de les over dat herkauwende koeien 18% van de schadelijke broeikasgassen de atmosfeer in ruften. En dat minder vlees eten dus dé oplossing is voor de opwarming van de aarde. Als ik op dreef ben dan krijgen ze er een preek over dierenleed bij. En dat terwijl ik tot een paar jaar geleden in restaurants nog doodleuk vlees en vis bestelde.

Of mijn lijf zich tegen mijn inconsequente gedrag keerde, of het was gewoon karma, geen idee, maar inmiddels verdraagt mijn maag geen vlees of vis meer. En daarbij, omdat ik gewend raakte aan de zachte structuur van tofu, ging het kauwen op een taai biefstuk me tegenstaan. Ik eet vegetarisch tegen wil en dank.

Bij hoge uitzondering eet ik soms het allerlekkerste stukje vlees ter wereld: een frikandel. Daarover voel ik me, geïndoctrineerd door het gedachtegoed van mijn vriend, behoorlijk schuldig. Ik praat het goed met het argument dat een frikandel bestaat uit restvlees, dat anders toch wordt weggegooid. Niet opeten vind ik nog zieliger voor die geslachte dieren.

Ik ben hypocriet, dat is het echte nieuws.

 

31/05/2017

Homojaren

Sinds kort ben ik pensioengerechtigd. Althans, in homojaren. Mijn werkgever verwacht me nog jarenlang op kantoor. Het omrekenen naar homojaren is binnen mijn vriendenkring een running gag.

Een hondenjaar staat gelijk aan zeven levensjaren. Voor de berekening van de homojaren bestaat geen exacte formule. Volgens mijn (onnauwkeurige) calculaties wegen de levensjaren tot 25 jaar mee met factor 1. De levensjaren tussen van 25 tot en met 30 met factor 2. Factor 3 telt voor alles daarboven.

Het begrip ‘homojaren’ is natuurlijk een symptoom voor de fixatie op uiterlijk in de gayscene. Die heb ik jarenlang, van voor én achter de bar, intensief geobserveerd. In alle eerlijkheid heb ik er een nare bijsmaak aan overgehouden. ‘Nieuw vlees!’ schreeuwde een stamgast toen er een zestienjarige jongen schuchter voor het eerst een homobar binnenstapte. Dat was ongetwijfeld grappig bedoeld, maar tussen de regels door werd er gezegd dat de rijpere figuren over hun uiterste houdbaarheidsdatum waren. De jongste bezoekers hanteerden een leeftijdsgrens voor hun liefdesleven. Boven de dertig? Dan was je afgeschreven. Natuurlijk probeerden de dertigers soms een jong blaadje te versieren. Dat leverde vooral sneue taferelen op: de jagers hadden niet meer de conditie om hun jonge prooi te kunnen vangen. Ik ben daarom met uitgaan vervroegd met pensioen gegaan.

Toch begeef ik me tegenwoordig weer in een andere gayscene: de sportschool. Als mijn gaydar nog goed functioneert, zijn daar opvallend veel soortgenoten van rond de veertig in de weer met ingewikkelde sporttoestellen. Niks mis mee, kun je denken. Alleen viel me op dat iedereen de toestellen waarmee je conditie opbouwt vermijdt, terwijl de gewichten favoriet zijn. Mijn conclusie: al dat gezwoeg in de sportschool draait meer om uiterlijk dan een gezonde levensstijl. En ik doe, tot mijn eigen schaamte, dus mee aan dat ijdele gedoe.

Gelukkig biedt Google altijd uitkomst zodra je je afvraagt of je abnormaal bent. Ik kwam terecht op Homidlife, een blog voor midlifehomo’s, met schrijnende artikelen over veertigers die alle dancefeesten aflopen. Op het blog staan enge woorden als ‘haartransplantatie’ en ‘liposuctie’. Het beschrijft mannen van middelbare leeftijd – en dit gaat dus over mij – die hun lichaam oppompen in de sportschool. ‘Wees de eerste van je vrienden die dit leuk vindt’, stond er bij de advertentie voor de Facebook-pagina van Homidlife. Ouder worden, zelfs in homojaren, daar leg ik me bij neer. Dat ik als eerste van mijn vrienden een midlifecrisis heb, daar moet ik van bijkomen.

04/05/2017

Gaymer

Laatst reageerde ik nog lacherig op de uitbreiding van de doelgroep van het COC van LHBT naar LHBTI (en soms ook Q). ‘Het COC heeft extra minderheden nodig om zichzelf relevant te houden,’ grapte ik. Met een homohuwelijk en hetero’s die de gaypride meevieren, waan je je bijna in een wereld waar je voor niets meer de barricades op hoeft te gaan. Of je gaat je richten op luxeproblemen, zoals het eisen van gelijke rechten in de fictieve gamewereld, zoals ik ergens op Blendle las.

Tot die virtuele wereld houd ik afstand, vooral omdat ik eens tijdens het spelen van Largo Winch twee Xbox-controllers kapot heb gegooid. De gamewereld was er sindsdien blijkbaar weinig op vooruitgegaan. In de meeste videogames is het hoofdpersonage nog altijd een witte heteroseksuele man. Een groep ‘gaymers’ pleit – met succes – voor meer diversiteit in videogames. In bijvoorbeeld het Vikingspel Skyrim zijn homoseksuele relaties mogelijk. Juist de Vikingen lijken mij bij uitstek blanke heteroseksuele mannen met heteroseksuele relaties. Blijkbaar ben ik de enige met zo’n benepen hokjesgeest.

De gaymers roemen The Sims, een soort simulatie van het menselijk leven. Binnen The Sims is het homohuwelijk ingevoerd. En door een heuse ‘gender-update’ kun je zelfs als transgender door het leven gaan. Een mannelijke ‘Sim’ kan jurkjes of hoge hakken aan. Voor vrouwen zijn er lage stemmen en extra stoere loopjes. Ik vind het allemaal een tikkeltje stereotiep maar het is een begin.

De grote vraag is zo’n personage veilig over straat kan (of de zee op, in het geval van ‘n Viking). Durft hij hand in hand te lopen met z’n partner? Loopt zo’n personage ook een blokje om als er in de schemering een groepje mannen ergens doelloos rondhangt, zoals LHBT’ers in het echt ook doen? Zijn er anderen met een betonschaar op zak? Zomaar wat vragen die in mij opkwamen tijdens het lezen van het krantenartikel.

Na het incident in Arnhem ben ik alerter op straat. Laatst fietste ik in het donker alleen door de stad en voelde ik me ineens onveilig. Zonder aanleiding, want in Enschede heb ik nooit geweld meegemaakt. Mijn vriend toont al jaren liever geen affectie in het openbaar. Zijn voorzichtigheid is nu ook naar mij overgeslagen. Tijdens computerspelletjes toonde ik vroeger lef omdat ik over oneindig veel levens beschikte. In de realiteit ben ik me er bewuster van dat het door één onbezonnen voorbijganger zomaar ‘game over’ kan zijn.

06/04/2017

Queer

Het leven loopt soms anders dan je verwacht, zoals wanneer je in de boekhandel Waterstones bent om obscure, Engelstalige scifiboeken te kopen, en vervolgens thuiskomt met een non-fictieboek over homoseksualiteit.

Dit overkwam mij na het spotten van een knalgele boekcover met de schreeuwerige titel ‘Straight Jacket: How To Be Gay & Happy’. Strikt genomen kon ik prima zonder het boek, want ik ben behoorlijk gelukkig. Maar een wervende quote van Elton John op de cover bracht me op andere gedachten. ‘Dit is een essentieel boek voor iedere homoseksueel op deze planeet,’ schreef hij. Omdat ik homoseksueel ben en op deze planeet woon, wilde ik dat boek lezen.

Nadat ik eraan was begonnen, voelde ik me eerder depressief dan gelukkig. Op bladzijde zeven bespreekt de auteur de eerste zelfmoord van iemand die worstelt met z’n homoseksuele gevoelens. Amper twintig bladzijden verder had ik over nog elf zelfmoorden gelezen. En dan laat ik de ellenlange beschrijvingen van zelfmutilatie en bijkomende drank- en drugsverslavingen van homoseksuelen nog achterwege. Opbeurend werk.

De schrijver van het boek, Matthew Todd, heeft zich verdiept in waarom zoveel homoseksuelen getroebleerd zijn. Zijn theorie is dat homoseksuelen zich schamen voor hun geaardheid. Hij leidt dit af uit de rolmodellen die de gayscene voor zichzelf kiest. Bij voorkeur zijn dat gays die ‘normaal zijn en niet camp’. We zijn liever straight-acting dan een nichterig type waar de geaardheid vanaf druipt. Of zoals de Engelsen dat treffend noemen: een queer.

Ik ben van jongs af aan zo’n queer. Dat was soms ongemakkelijk. Op de middelbare school ben ik daarmee een tijdje gepest. Mijn conclusie is dat die pesterijen vooral kwamen doordat ik mijn geaardheid ontkende. En deze theorie heb ik eigenhandig bevestigd omdat ik meer zelfverzekerd ben dan ooit, sinds ik openlijk ben uitgekomen voor mijn geaardheid. Ik voelde opluchting toen ik geen gekunsteld stoere houding hoefde aan te nemen. Door het boek sloeg ik daarover aan het piekeren. Ik vroeg me af waarom de gayscene straight-acting tot het ideaal heeft verheven. En voerde innerlijke discussies over of het wegmoffelen van de onderlinge verschillen bijdraagt aan acceptatie.

Al deze diepe gedachten vond ik nogal vermoeiend, en prompt had ik zin om mezelf te verdoven met een flinke borrel. Sindsdien ligt het boek ongelezen op mijn nachtkastje. Volgens mij heb ik er genoeg van opgestoken: geluk komt wanneer je je eigenwaarde niet meer laat afhangen van anderen.

Weg met de homoacceptatie!

26/02/2017

Sportsokken

Aan ouder worden zitten, om een hangend buikje te compenseren, ook enkele voordelen. Bijvoorbeeld dat het ouder worden gepaard gaat met het vinden van rust. Veel gesprekken die ik voer met leeftijdsgenoten bevestigen dit cliché. Balans lijkt daarin het sleutelwoord. We praten daar geenszins op een ironische manier over, maar bloedserieus. Over de balans tussen werk en privé. Of over een gebalanceerd eetpatroon (vanwege dat groeiende buikje).

Nog fijner aan ouder worden is dat je dingen in een historisch perspectief kunt plaatsen. Deze levenservaring komt mij vooral van pas als het over mode gaat. Modeontwerpers gaan er prat op vernieuwend te zijn. Mij valt op dat ze vooral in herhaling vallen. Neem de kledij van de alom tegenwoordige hipster. De outfit van een verwassen t-shirt met een print van een bandlogo, gecombineerd met een loshangend houthakkershemd, die heeft Kurt Cobain in de jaren negentig uitgevonden. Met als enige verschil dat we het destijds ‘grunge’ noemden. Die arme hipsters hebben geen flauw benul dat een dode rocker hun ultieme stijlicoon is.

Dat het nog erger kan, bewijst de site van Urban Outfitters. Een winkel waar ik waarschijnlijk iets te oud voor ben, maar wiens comfortabele hoodies goed in balans zijn met mijn relaxte staat van zijn. Op het eerste gezicht zag de kleding van de Urban Outfitters er modern uit, maar iets stond me tegen. Ik bestudeerde de foto’s grondig totdat ik begreep wat er mis was. De bovenkant van de outfits oogden fris: kleurrijke sweatshirts met vrolijke prints. Het was aan de onderkant waar het probleem zat: de modellen waren in een broek op hoog water gestoken met een akelig witte sportsok eronder. En bootschoenen aan.

Deze ‘vernieuwende’ trend is natuurlijk een regelrechte kopie van Michael Jackson. Naast de King of Pop was Michael in de jaren tachtig namelijk ook de koning der sportsokken. In menig videoclip danste hij rond in een combinatie van een te korte zwarte broek met witte sokken. Daar deed niemand destijds moeilijk over omdat Michael verder zo’n enorm muzikaal genie was.

Blijkbaar denken de jongeren van nu dus dat een witte sok onder een donkere broek weer kan. Vanwege het contrast, of zo. Weten zij veel dat de sportsok de geschiedenis is ingegaan als de grootste modemisser van de jaren tachtig. Dat inzicht komt vast pas op latere leeftijd. Over zo’n twintig jaar, schat ik. Bij de volgende revival van de sportsok.