20/12/2017

Hoera! Het ‘roze plafond’ bestaat niet. Met de juiste dosis talent en drive kun je als homo best hogerop klimmen. Dat bleek uit twee afzonderlijke interviews van de Volkskrant deze maand met Tom Kellerhuis (hoofdredacteur HP/De Tijd) en Frans Klein (televisiedirecteur bij de Nederlandse Publieke Omroep). Alleen jammer dat beide mannen verder alle vooroordelen over homo’s bevestigen.

Ik begrijp dat de Volkskrant uit was op een spraakmakend interview met Kellerhuis. Van de tien dilemma’s voor hem, gingen er vijf over drank, drugs en seks. Zo kreeg Tom de stelling ‘uppers of downers’ voorgelegd. Tom vertelde schaamteloos dat hij jarenlang drie dagen per week cocaïne snoof. Andere dagen kwam hij zonder uppers door, want: ‘er moest ook gewerkt worden’.

‘Dertig jaar jonger’, antwoordde Tom op de suggestieve stelling ‘tien of twintig jaar jonger?’. Daarna klaagt hij dat zijn laatste toyboy van 22 een golddigger bleek, die om designertassen vroeg. Logisch, lijkt me. Wat zoekt zo’n snotneus anders bij een overjarige hoofdredacteur van een saai maandblad? Tom keerde terug bij zijn vorige partner, en date daarnaast met meerdere jongere jongens, allemaal opgeduikeld via Grindr of PlanetRomeo. ‘Een uit de hand gelopen hobby’, noemt hij zijn wisselende contacten.

De andere geïnterviewde, Frans Klein, zet zich af tegen zijn imago als familieman. Hij benadrukt ‘een mannetje’ te zijn. Hij had zich ‘te pletter gewipt’ als hij de looks van Arie Boomsma had gehad. ‘Als ik me voorstel dat ik goed geschapen was, dan had ik er wat mee moeten doen’, stelt Frans. Hij noemt het daarna ‘vast een typische nichtenconclusie’.

Pardon? Dat waag ik te betwijfelen. Ik ken voornamelijk homo’s met een monogame relatie. Mensen voor wie het verdiepen van de liefdesrelatie iets anders betekent dan anoniem afspreken met een tropische verrassing van 24 centimeter. Allemaal werkzaam bij bedrijven waar koffie de enige upper is. Een leven waar Tom Kellerhuis direct down van wordt. Hij noemt homo’s die samen op de bank zitten ‘Gaykrant-trutten’.

Nou, deze tuthola zit vaak met zijn vriend op de bank om gezapig te Netflixen. En onderhoudt daarnaast een bevredigend seksleven. Zonder dat ik daarvoor drank, drugs en/of jongere bedpartners nodig heb.

Ik werp me op als boegbeeld voor alle brave, misschien zelfs ietwat truttige homo’s, die al jaren in het verdomhoekje zitten. Iemand moet het doen.

12/12/2017

Ik had me vooraf iets anders voorgesteld bij ‘uitwaaien op Vlieland’ dan te veranderen in een menselijke vlieger. Dat is wat er gebeurt als je in een stormbui op de fiets boodschappen doet met je regenponcho aan. Toen ik de dodemansrit naar ons vakantiehuisje had overleefd, checkte ik het weerbericht. In heel Nederland voorspelde het KNMI een dun laagje sneeuw. Vanwege het zeeklimaat ging het op Vlieland het gehele weekend keihard regenen. Ik besloot om de rest van het weekend binnen te blijven. Op een alternatieve manier leek me dat verfrissend: op een eiland het strand mijden. Het vakantiehuisje was knus en bevatte twee redenen waardoor ik inderdaad niet meer buiten kwam. 1. Er stond een palletkachel in de huiskamer. 2. Er was een roestvrijstalen theepot aanwezig.

Over die theepot had ik vooraf had ik nog mijn reserves. Je zet tegenwoordig voor elke kop thee vers water. Zo’n ouderwetse theepot had ik voor het laatst gezien bij mijn oma. Die hield, onder een theemuts, de thee urenlang warm. Mijn herinnering is dat de smaak van de thee steeds slechter werd. Niettemin maakte de aanblik van de theepot een nostalgisch gevoel bij me los. Thuis bén ik een theemuts. Zo eentje met een opzichtige houten kist met een belachelijk groot assortiment theesoorten, waardoor je theewater is afgekoeld tegen de tijd dat je eindelijk theezakje hebt uitgekozen. Toch leek me zo’n theepot begerenswaardig.

Omdat mijn keuken overbevolkt is door allerhande impulsaankopen die na eenmalig gebruik staan te verstoffen, besloot ik om eerst de theepot in het vakantiehuisje uit te proberen. Dus verschanste ik me met een pot groene thee en een goed boek bij de houtkachel. Dat ik, al zittend, thee kon bijschenken, daar kon ik wel aan wennen. Thuis moest ik me telkens losrukken van mijn boek om de waterkoker aan te zetten. First world problems, dat weet ik. Maar toch, een probleem.

Dus besteedde ik de rest van mijn tijd in Vlieland aan wat ik ‘geestelijk uitwaaien’ noem. Piekeren over onbeduidende dingen waarvoor je je thuis geen tijd gunt. Bijvoorbeeld over welke theepot de beste koop is. De online warenhuizen maken het je moeilijk. Ze vragen zonder uitleg voor een theepot van Vienna Leopold dertig euro minder dan voor een vergelijkbaar exemplaar van Bredemeijer. Nog een raadsel: waarom is een theepot met 1,4 liter inhoud goedkoper dan een theepot van één liter? Gelukkig had ik alle tijd om ervan wakker te liggen.

Aan het einde van het weekend had ik weinig van Vlieland gezien. Toch verlangde ik terug naar mijn eigen huis. Naar de houtkachel die ik weer wilde opstoken. En naar de dubbelwandige theepot die onderweg was.

23/11/2017

Het was een fijne flashback naar 2004 toen ik Jake Shears op de cover van het Engelse blad Attitude zag staan. Jake en ik, wij gaan ‘way back’.

Meteen vanaf de eerste single van zijn band Scissor Sisters was ik fan, omdat de homoseksualiteit schaamteloos duimendik op hun muziek en image lag. Destijds kwamen popartiesten – hallo, George Michael – alleen uit voor hun seksuele geaardheid als ze tijdens het cruisen uit de kast werden getrokken door een undercover politieagent.

Een openlijk homoseksuele band vond ik weer eens wat anders. Hun album Night Work beschouw ik zelfs als de ultieme homo-erotische soundtrack. Het album staat vol vunzige dancemuziek en teksten die gaan over de vuige kantjes van de gayscene.
‘Does everybody know right now exactly where you are?’ zingt Jake in het liedje Sex and Violence. Iedereen die ooit een anonieme seksdate op een afgelegen plek heeft gehad, begrijpt precies welke spanning hij bezingt. Die fijne plaat staat al jarenlang bij mij in de kast te verstoffen, sinds het stiller is geworden rond de Scissor Sisters.

Maar Jake Shears is dus terug. In z’n eentje dit keer. Vooruitlopend op zijn eerste soloalbum gaf hij alvast een interview aan Attitude. Wat bleek? Sinds Jake de podiumoutfits van de Scissor Sisters – meestal bestaande uit spandex en pailletten – had uitgetrokken, was hij zich gaan kleden als een doorsnee heteroseksuele, blanke man. Hij verwondert zich erover dat op datingsapps ‘geen mietjes’ de norm is geworden. En dat veel gays hun mannelijkheid etaleren met spierbundels, stoerheid en onopvallende H&M’pjes. De zanger vraagt zich hardop af waarom gays onbewust degenen waarvan we fundamenteel verschillen – heteroseksuelen – tot rolmodel verkiezen.

Dat vind ik een goede vraag. Eentje waar ik niet direct een antwoord op heb.

Wel ben ik het roerend eens met Jakes pleidooi. Binnen de gayscene is er meer aandacht voor de beauty dan voor de brains. Daar doe ik zelf, met een personal trainer, keihard aan mee. Natuurlijk, een mooie buitenkant doet het goed op Instagram. Toch telt voor mij iemands binnenkant minstens even zwaar mee. Op een lichaam raak je vanzelf een keertje uitgekeken. Om elkaar dan te blijven boeien is het verdomd handig dat je een goed gesprek kunt voeren.

Ja, die Jake. Een man met een goed lijf. Met de stem van een mietje. En hij heeft nog iets zinnigs te zeggen ook. Ik vind hem een beter rolmodel voor de gayscene dan welke heteroseksueel dan ook.

11/11/2017

Naast massa’s goedkope en door kinderhandjes geproduceerde prullaria, importeren we blijkbaar ook feestdagen uit China tegenwoordig. Tenminste, dat doet Bol.com. Als het aan het online warenhuis ligt is 11 november voortaan ‘Singles Day’. In 1993 riepen vier Chinese studenten aan de Nanjing Universiteit 11 november uit tot de dag waarop zij hun vrijgezellenbestaan vierden. Een soort tegenhanger van het kleffe gedoe op Valentijnsdag. Op zich vind ik dat een sympathiek idee. Singles zijn tenslotte ook mensen. Ofschoon ik zelf gelukkig getrouwd ben, walg ik van het hele verheven beeld rondom relaties. Alsof je zonder partner niet compleet kunt zijn, of zo.

Maar deze enigszins filosofische aanleiding voor Singles Day is in China allang op de achtergrond geraakt. De feestdag is verworden tot een soort kapitalistisch koopfestijn, waarop singles met korting bij webwinkels cadeaus kopen voor zichzelf. Van Bol.com hoef je geeneens single te zijn om Singles Day te vieren. Op de voorpagina staat er groot ‘dé feestdag voor jezelf (op=op)’. Als je dan nog twijfelt dan leggen de marketeers Singles Day als volgt uit: ‘een feestdag waarop jij jezelf eens flink mag belonen. Niet omdat het je verjaardag is, maar omdat je het jezelf gunt.’ Al vermoed ik ergens dat Bol.com stiekem gewoon grof geld hoopt te verdienen aan hun ‘Singles Day Deals’. Maar dat is vast een paranoïde gedachte van mij.

Natuurlijk was ik benieuwd naar wat dan het ultieme cadeau voor jezelf is als single, echtgenoot, bigamist of eigenlijk alle mensen die zichzelf ‘eens flink mogen belonen’? Je krijgt 30% korting op boeken: meteen bovenaan staat de nieuwste thriller van Camilla Läckberg, genaamd ‘Heks’. Een toptitel onder singles met een minderwaardigheidscomplex. En ‘de persoonlijke verzorging’ voor hem en haar is ‘scherp geprijsd’. In deze categorie kon ik me meteen inbeelden welke elektronische apparatuur een vrijgevochten vrijgezel zichzelf cadeau doet ter ere van Singles Day. Helaas blijft dat in de wereld van Bol.com steken bij een Philips Baardtrimmer met richtlaser (voor hem). En voor haar is er de BaByliss 2736E Krulborstel (automatisch roterend). Gezien die laatste specificatie is de krulborstel mogelijk multi-inzetbaar.

Voor alle singles die hun vrijgezellenstatus willen vieren, heb ik een onconventioneel idee. Neem jezelf mee uit eten naar een fijn restaurant. Misschien iets Chinees, om in het thema te blijven. Het bedienend personeel kijkt er misschien vreemd van op. Daar trek je je vandaag lekker niets van aan. Je mag schaamteloos in je eentje een tafel bezet houden. Gewoon, omdat je het waard bent.

26/10/2017

‘Hoe noem je ons? Een ‘dinky’? Nog nooit van gehoord. Is dat een scheldwoord? O, een afkorting. Voor ‘double income, no kids’. Ja, dat klopt aardig.

Wat wil je daar eigenlijk mee zeggen? Dat wij het breed laten hangen, omdat we een paar keer per maand uit eten gaan? Kijk, dat jij zelden de deur uitkomt, omdat je thuis met twee huilbaby’s zit opgescheept, daar kan ik ook niets aan doen. Nee, geen wonder dat je geen oppas kunt vinden. Iedereen bedenkt zich twee keer voordat ze bij jullie gaan oppassen voor die paar rotcenten.

Inderdaad, wij kunnen spontaan naar La Grand Bouffe voor een viergangendiner. Moet ik me daar schuldig over voelen? Trouwens, wie roept er telkens dat je er zoveel voor terugkrijgt, die kinderen. Jij toch? Zeur dan niet zo over een avondje uit. Geniet lekker van je kroost. Of van de stilte, als je hen tegen tien uur ‘s avonds eindelijk in bed hebt liggen.

Hoezo zijn onze vakanties extravagant? Wat denk je dat zo’n cruise langs vijf continenten kost? Ik kan je wel vertellen dat het stukken goedkoper is dan die drie weken van jullie, op zo’n overbevolkt bungalowpark. Ja, het scheelt enorm als je buiten de schoolvakanties reist. Hou op met dat zielige gedoe. Daar had je over na moeten denken voordat je aan kinderen begon.

Dus jij vindt drie auto’s decadent? Hoezo, nergens voor nodig? In de winter kan ik toch niet met de cabrio naar het werk? En ja, natúúrlijk zit er verwarming in; zonder dak is het best frisjes als het buiten vriest. Zeg, begin je nu ook nog te zeuren over uitlaatgassen? Kijk naar jezelf, jij pakt nog de auto om een pak luiers te halen.

Trouwens, mijn Lexus van de zaak is een hybride, hoor. Overdreven? Sinds die promotie rijd ik veel meer kilometers. Ja, die overuren hebben geholpen met carrière maken. Nee, jij kunt er ook niets aan doen dat het kinderdagverblijf om zes uur sluit. Maar de Lexus rijd ik dus alleen zakelijk. Vanwege de bijtelling, hè. Vandaar dat we de stationwagon aanhouden. Ja, als een soort boodschappenwagentje. Nee, voor drie auto’s is de dubbele garage inderdaad te klein. Natuurlijk hebben we die dubbele garage nodig! De cabrio hoort droog te staan. En heb jij enig idee hoe kaal de tuin eruit zag, zonder zandbak en schommel? Die garage is niets meer dan een veredelde schutting, hoor.

Waar we dat allemaal van doen? We hebben geen kinderen die constant uit hun kleren groeien. Dan houd je flink geld over, met twee inkomens.’

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

 

23/10/2017

Dat je al op jonge leeftijd op het verkeerde pad kunt belanden, bevestigde mijn zus in een appje over haar zoon. Hij is zeven en fan van Phil Collins.

Nou overkomt dat de beste mensen. Er zijn honderdvijftig miljoen platen van hem verkocht. Maar toch, Phil Collins.

Recent maakte Phil Collins bekend een autobiografie te hebben geschreven en op wereldtournee te gaan onder de titel ‘Not Dead Yet’. Phil heeft humor, dat moet ik hem nageven. Al vond hij het minder grappig toen er een online petitie tegen zijn comeback werd gestart. Dat is, denk ik, precies het probleem: Phil moet zichzelf, zijn muziekcarrière, en het leven in het algemeen, niet al te serieus nemen. Dat leidt tot tenenkrommende situaties. Zoals toen hij ‘I Wish It Would Rain Down’ schreef naar aanleiding van de scheiding van zijn eerste vrouw. Dat liedje bevat de pathetische tekst: ‘I know I’m never gonna hold you again, Now I wish it would rain down, down on me.’ Phil bezingt dit alles bloedserieus. Geen wonder dat zijn vrouw is weggelopen. Op de radio hoorde ik toevallig zijn hit Sussudio: ‘I just say the word, Oh Su-Su-Sussudio, I just say the word oh Su-Su-Sussudio, I’ll say the word, Oh, Su-Su-Sussudio oh oh oh, Just say the word, Just, just, just say the word uh, Just say the word, Su-Su-Sussudio, oh oh oh.’ Toen realiseerde ik me dat ook zijn andere liedjes geen briljante literaire werkjes waren.

Bovendien schuilt er in Phil Collins geen groot componist. Mijn mening baseer ik op objectieve onderzoeksresultaten. Ik heb diverse mensen gevraagd om spontaan een liedje van Phil Collins te zingen. Neuriën mocht ook. Bijna niemand kon zich een Collins klassieker herinneren. Dit lijkt me veelzeggend. Al in de jaren tachtig was Phil een vreemde artiest in de bijt. Vooral als je zijn uiterlijk afzet tegen andere wereldsterren van dat decennium. Madonna had – links of rechts – een intrigerende moedervlek bij haar bovenlip. Michael Jackson bleek interraciaal. Prince deed goed werk voor de acceptatie voor de man op hoge hakken. En dan was er Phil, een kalende thuisblijfvader.

In de jaren tachtig hadden we nog het legitieme excuus dat we geïndoctrineerd waren. De radio draaide immers alles van Phil Collins – met z’n typerende sound van synthesizers en bordkartonnen drumcomputers – volkomen grijs. Maar mijn neefje luistert er vrijwillig naar.

Ik hoop dat hij over deze fase heen groeit.