14/04/2018

Avontuurlijk

Na urenlang zoeken naar autovakanties in Schotland, boekte ik logischerwijs een rondreis door Marokko. Mijn vriend en ik waren allebei murw geslagen van het grandioze aanbod aan vakantiebestemmingen. De tijd begon ook te dringen. We moesten nog vrij vragen op het werk. Op de sites van reisorganisaties verschenen steeds vaker waarschuwingen als ‘laatste kans’ en ‘nog één kamer vrij’. 

Wat uiteindelijk de doorslag gaf was dat mijn vriend, bij het bekijken van idyllische plaatjes van de woestijn en medina’s, Marokko ‘avontuurlijk’ noemde. Ons voornemen is om vaker het avontuur op te zoeken. Onder dat mom bezochten we een onbegrijpelijke dansvoorstelling van het Scapino Ballet. En nu boekten we dus een vijftiendaagse reis door Marokko. 

In eerste instantie overheerste bij mij de opluchting. Het boeken van de vakantie kon ik afvinken van mijn to-do-lijstje. In de dagen daarna begon het me te dagen wat we hadden gedaan. We gingen naar Marokko maar we spreken geen woord Arabisch en nauwelijks Frans. ‘Je ne parle pas Français, pas du tout,’ is de enige zin die ik in vloeiend Frans kan uitspreken. Alle reisgidsen waarschuwen dat er alleen op toeristische trekpleisters soms een verdwaalde Engelstalige gids is. Voor een snelcursus Frans is het te laat. In blinde paniek controleerde ik via Google streetview of verkeersborden in het Arabisch waren. Tot mijn opluchting staan de plaatsnamen ook in het Frans aangeduid. 

En ander ding dat ik over het hoofd heb gezien is de Marokkaanse keuken. Op een forum voor vegetariërs las ik dat een gerecht pas Marokkaans is, als er een pas geslacht lammetje of kippetje doorheen zit. In de grote steden staat er misschien ergens een groente-tajine op de menukaart van restaurants. Maar onze rondreis brengt ons – heel avontuurlijk – naar afgelegen oorden in het binnenland. Ik houd aan deze vakantie geen overtollige vakantiekilo’s over, dat is me duidelijk.

Bovendien zijn mijn vriend en ik bij binnenkomst van Marokko stante pede strafbaar, vanwege onze homoseksualiteit. Ik maakte de fout om op ‘gay tourist’ en ‘Marocco’ te googlen. Er duikt dan herhaaldelijk een nieuwsbericht op over een Engelsman die in de cel belandde vanwege een flirt met een Marokkaanse man. Nu voer ik mijn eigen man in vanuit Nederland dus dat ligt anders. Toch maak ik me ongerust. 

Om te voorkomen dat we in een negatieve spiraal terechtkomen, door het uiten van zorgen over de taal, het eten of onze veiligheid, eindigen al onze gesprekken over de vakantie op dezelfde manier. 
De een: ‘…. maar dat is juist avontuurlijk.’
De ander: ‘Echt buiten onze comfortzone’.

Geheel in de traditie van de onnozele westerse toerist, ontdekte ik zojuist dat onze vakantie middenin de Ramadan valt. Op internet las ik dat veel restaurants en supermarkten beperkte openingstijden hanteren. En dat het ongepast is om overdag te eten of drinken in het openbaar. 
‘Lekker avontuurlijk,’ prevelde ik mezelf geruststellend toe.

15/03/2018

Boekenweekgeschenk

Het spreekwoord dat je ‘een gegeven paard niet in de bek mag kijken’ is op alles van toepassing, behalve op het boekenweekgeschenk. Want wat waren de literaire recensenten kritisch over het boekenweekgeschenk ‘Gezien de feiten’ van bestsellerauteur Griet op de Beeck.

Alhoewel een recensie ook maar een persoonlijke mening is, vind ik recensies meestal nuttig. In plaats van dat ik telkens bij mijn favoriete schrijvers blijf hangen, verleiden recensenten mij soms om eens een onbekend boek aan te schaffen. Zonder recensenten had ik nooit boeken gelezen van Haruki Murakami, Paolo Giordano of Henk van Straten. Tijd en geld kan ik maar één keer besteden. Echter het boekenweekgeschenk krijg je voor niets. Bovendien is het een korte novelle dus je leest ‘m zo uit. Daarom is het mij een raadsel waarom een boekenweekgeschenk wordt gerecenseerd.

De recensies waren meedogenloos. De Volkskrant oordeelt dat het boekenweekgeschenk ‘geen propaganda voor het Nederlandse boek is’. NRC vond het verhaal ‘ongeloofwaardig’. En Christiaan Weijts (zelf ook schrijver) van de Groene Amsterdammer noemt ‘Gezien de feiten’ als ‘vlak’ en ‘kleurloos’. Hij beweert dat het CPNB Griet alleen heeft gevraagd omdat zij commercieel succesvol is. Het lijkt Christiaan vooral dwars te zitten dat hij, ondanks (nominaties voor) literaire prijzen, minder boeken verkoopt dan Griet op de Beeck. Want Christiaan schrijft literatuur. En Griet? Zij schrijft pulp.

Natuurlijk werd ik nieuwsgierig naar deze controversiële pulpschrijfster. Om mijn mening te vormen kocht ik eerst de bestseller ‘Kom hier dat ik u kus’, de grootste bestseller van Griet. Als bonus kreeg ik het boekenweekgeschenk er gratis bij.

Ik begon met het lezen van het boekenweekgeschenk. Dat las ik in één ruk uit. Ondanks alle ‘dodelijk over-expliciete emoties’ en de ‘pathetische karikaturen’ die volgens Christiaan Weijts de novelle onleesbaar maken, vond ik het prettig leesvoer. En omdat ik er lekker in zat, las ik de dagen daarna het andere boek ook uit. Literatuur of niet, de verhalen van Griet grepen me aan. Dat is me bij de boeken van Christiaan Weijts nog nooit overkomen. Ik heb me door zijn romans ‘Art. 285b’ en ‘Via Cappello 23’ heen geworsteld. En natuurlijk zegt mijn mening over Christiaan Weijts meer over mijn smaak dan over zijn kwaliteiten als schrijver.

Dat had Christiaan zich ook moeten bedenken voordat hij zijn afgunstige recensie over ‘Gezien de feiten’ schreef. Zijn zure recensie was vast niet bedoeld om de boekverkoop van Griet op de Beeck te stimuleren, maar had wel dat effect.

05/03/2018

Veertig

Laatst kwam ik er achter dat een midlifecrisis tien jaar eerder begint. Geen flauw idee waarom, maar ik associeerde een midlifecrisis met grijzende vijftigers. Dat bleek een vergissing. De gemiddelde levensverwachting voor een man ligt rond de tachtig. En geen honderd. Dat betekent dat de midlifecrisis zich ergens rond je veertigste levensjaar voltrekt.

Gisteren werd ik veertig. Momenteel herken ik nog geen symptomen van een naderende midlifecrisis. Het aantal grijze haren valt me mee. Bovendien voel ik geen behoefte om een motorrijbewijs te halen, om maar een midlife-cliché te noemen. Of mijn mooie man inruilen voor een toyboy: het lijkt me verschrikkelijk! Stel je voor dat ik weer het nachtleven in moet. Of zo’n onverzadigbaar libido moet stillen. Er groeien wel steeds meer haren uit mijn oor, dat zegt ook iets over leeftijd, geloof ik.

Ik ben veranderd in alles waarvan ik gruwde toen ik een jaar of vijfentwintig was. In de holst van mijn quarterlifecrisis ontdekte ik dat mijn zondagavonden bestonden uit op de bank zitten met een kop thee. In plaats van met een kopstoot in de kroeg, zoals vroeger. Anders kon ik op maandag slecht functioneren op het werk. Rond die tijd stond mijn eerste langdurige relatie op instorten. Het besef dat het met een gezamenlijk koophuis lastig was om zomaar weg te lopen voor mijn verantwoordelijkheden, drong langzaam tot me door. Ik schrok ervan dat mijn leven zulke serieuze vormen had aangenomen.

Ik denderde door naar de volgende leeftijdsgebonden identiteitscrisis. Mijn dertigste verjaardag veranderde in een deadline waarvoor ik gesetteld en geslaagd wilde zijn. Aangezien ik het permanent oneens was met het beleid, wilde ik voortaan zelf beslissen over mijn werk. Omdat carrière maken me onmogelijk leek zonder diploma op zak, deed ik in de avonduren een beroepsopleiding. Een versnelde variant natuurlijk, zodat ik alle verloren studie-uren van mijn jeugd kon inhalen. En wat voelde het zuur toen ik, na het papiertje en een promotie, evengoed de onwetendheid in pacht had. Daar ergens, kwam het inzicht dat mijn teleurstellingen het gevolg waren van mijn hoge verwachtingen. Nadien probeerde ik het leven te nemen zoals het kwam. Dat leek me stukken overzichtelijker.

Nu, als nieuwbakken veertigjarige, schijnt er een radicale koerswijziging op de loer te liggen. ‘Het leven gaat z’n welbekende gangetje en dat voelt toch een beetje als stilstaan,’ las ik ergens over de midlifecrisis. Alleen heb ik nergens last van. De voorspelbaarheid van mijn leven houd me rustig, denk ik.

18/02/2018

Vluchten

Ondanks dat ik een uitgesproken mening heb over het toenemende anti-homogeweld, homofobe politici en Renate van der Gijp, uit ik die niet. Ten eerste omdat ik gelukkig omringd ben door weldenkende mensen met dezelfde voorspelbare en politiek-correcte mening als ik. Ten tweede omdat het overtuigen van mensen met een tegenovergestelde mening strandt in een uitzichtloze discussie over de vrijheid van meningsuiting. Volgens sommigen is homohaat een mening die simpelweg geuit mag worden. Voor hen is de vrijheid van meningsuiting blijkbaar eenrichtingsverkeer. Geen enkel doordacht argument kan op tegen de onwil en onwetendheid van de mannen bij Voetbal Inside.

Moe van het vechten tegen dat soort ongezouten meningen, koos ik ervoor te vluchten. Naar de film dan maar. Call Me By Your Name draaide in de bioscoop. De film beloofde een aangename vlucht te zijn naar de eighties. Hoewel, aangenaam? Ik ben opgelucht dat we de kleding van de jaren tachtig ontgroeid zijn. De verschrikkelijk flodderige overhemden die minstens twee maten te groot zijn, de alom aanwezige unisex-spijkerbroeken in fletsblauwe kleren.

Tot mijn grote ergernis suggereert de film dat je op de, voor die tijd kenmerkende, synthesizerdeuntjes kunt dansen. Al bewijzen de acteurs vakkundig het tegendeel door consequent uit de maat te bewegen in elke dansscène.

Ook andere warme gevoelens over de eighties ontkracht Call Me By Your Name moeiteloos. Homoseksualiteit lag toen nog lastig. De film brengt schrijnend in beeld hoe twee mannen worstelen met hun liefde voor elkaar en de verwachtingen van anderen, om een traditioneler gezin te stichten. Het gevecht tussen gevoel en verstand van de geliefden, die elkaar aantrekken en net zo hard weer afstoten, kwam enorm binnen. En er kwam een knagend schuldgevoel bij me op.

De tijd waarin Call Me By Your Name zich afspeelt, is maar vijfentwintig jaar geleden. Nu is het in de Westerse landen bespreekbaar dat je op iemand van hetzelfde geslacht valt. Zelfs in voetbalprogramma’s hebben ze het erover. Tegenwoordig komen jongens van veertien al uit de kast. Dat was zelfs in mijn jeugd in de jaren negentig ondenkbaar. Deze acceptatie van homoseksualiteit was er nooit geweest als iedereen z’n mond had gehouden.

Als ik over vijfentwintig jaar meewarig wil lachen om de homofobe grappen van Voetbal Inside, moet ik me er vandaag tegen uitspreken. Die mannen moeten zich eens gaan bezighouden met dingen waar ze verstand van hebben. Voetbal, of zoiets.

07/01/2018

Dankbaar

De eerste eyeopener van 2018 heb ik binnen. Op 1 januari begon ik in een leesboek van Ernst-Jan Pfauth. Alhoewel, kun je iets een leesboek noemen als je zelf driekwart van het boek hoort te schrijven? Dat vroeg ik me af toen ik aan het ‘Dankboek’ begon.

Het eerste deel van het ‘Dankboek’ is een soort uittreksel van alle zelfhulpboeken die Ernst-Jan ooit las. Dat zijn er nogal wat omdat hij van zelfhulpboeken zijn werk heeft gemaakt. Hij had een tijdlang een rubriek op ‘De Correspondent’ waarvoor hij allerlei zelfhulpboeken las. Alle strategieën voor een gelukkiger leven bracht hij in de praktijk. Aan de lezers van ‘De Correspondent’ deed hij verslag van welke strategieën voor hem werkten, en welke niet. Die rubriek las ik trouw want dan hoefde ik niets meer zelf te lezen. Dat is een voordeel want een goed zelfhulpboek wijst je op iets waarin je kunt verbeteren. Een perfectionist als ik wordt daar, in eerste instantie, heel ongelukkig van.

Als ik de samenvatting van talloze zelfhulpboeken van Ernst-Jan samenvat dan komt het grofweg neer op het volgende: dankbaarheid is de sleutel naar geluk. Aan dit idee moest ik nogal wennen. Als ik iemand hoor praten over ‘geluksmomentjes’ dan vraag ik om een teiltje, om stilletjes in te kotsen. Inmiddels onderdruk ik die neiging tot kokhalsen en probeer me dagelijks bewust te zijn van mijn zegeningen. Daarvoor schrijf ik elke avond in het ‘Dankboek’ op waarvoor ik dankbaar ben. Ik kan nog geen uitsluitsel geven of dit me gelukkiger maakt. Wel vind ik het een fijn ritueel om rond bedtijd te doen.

Eén van de eerste dingen die ik in mijn ‘Dankboek’ opschreef, was een andere tip van Ernst-Jan. Deze kwam uit het hoofdstuk ‘nee-zeggen’. Iets waarmee ik moeite heb. Hij geeft het advies om bij het maken van afspraken in de toekomst, jezelf af te vragen ‘zou ik het doen als het vandaag was?’. De filosofie van Ernst-Jan is dat als je er vanavond geen zin in hebt, dat over een paar weken nog zo is. Dat vond ik dus een adembenemend inzicht. Ik spreek heel vaak zonder nadenken over drie maanden af met ex-klasgenoten of vage kennissen. Om er prompt maandenlang tegenop te zien. Als het vanavond is dan heb ik absoluut iets beters en leukers te doen. In het ergste geval is dat een overvolle wasmand. Voor dezelfde avond maak ik nooit zo’n afspraak.

Deze simpele regel zorgt in de afgelopen weken voor een heerlijk lege agenda. Ik houd ineens zeeën van tijd over voor sporten, zelfhulpboeken lezen en urenlang peinzen over waarvoor ik dankbaar ben.

20/12/2017

Boegbeeld

Hoera! Het ‘roze plafond’ bestaat niet. Met de juiste dosis talent en drive kun je als homo best hogerop klimmen. Dat bleek uit twee afzonderlijke interviews van de Volkskrant deze maand met Tom Kellerhuis (hoofdredacteur HP/De Tijd) en Frans Klein (televisiedirecteur bij de Nederlandse Publieke Omroep). Alleen jammer dat beide mannen verder alle vooroordelen over homo’s bevestigen.

Ik begrijp dat de Volkskrant uit was op een spraakmakend interview met Kellerhuis. Van de tien dilemma’s voor hem, gingen er vijf over drank, drugs en seks. Zo kreeg Tom de stelling ‘uppers of downers’ voorgelegd. Tom vertelde schaamteloos dat hij jarenlang drie dagen per week cocaïne snoof. Andere dagen kwam hij zonder uppers door, want: ‘er moest ook gewerkt worden’.

‘Dertig jaar jonger’, antwoordde Tom op de suggestieve stelling ‘tien of twintig jaar jonger?’. Daarna klaagt hij dat zijn laatste toyboy van 22 een golddigger bleek, die om designertassen vroeg. Logisch, lijkt me. Wat zoekt zo’n snotneus anders bij een overjarige hoofdredacteur van een saai maandblad? Tom keerde terug bij zijn vorige partner, en date daarnaast met meerdere jongere jongens, allemaal opgeduikeld via Grindr of PlanetRomeo. ‘Een uit de hand gelopen hobby’, noemt hij zijn wisselende contacten.

De andere geïnterviewde, Frans Klein, zet zich af tegen zijn imago als familieman. Hij benadrukt ‘een mannetje’ te zijn. Hij had zich ‘te pletter gewipt’ als hij de looks van Arie Boomsma had gehad. ‘Als ik me voorstel dat ik goed geschapen was, dan had ik er wat mee moeten doen’, stelt Frans. Hij noemt het daarna ‘vast een typische nichtenconclusie’.

Pardon? Dat waag ik te betwijfelen. Ik ken voornamelijk homo’s met een monogame relatie. Mensen voor wie het verdiepen van de liefdesrelatie iets anders betekent dan anoniem afspreken met een tropische verrassing van 24 centimeter. Allemaal werkzaam bij bedrijven waar koffie de enige upper is. Een leven waar Tom Kellerhuis direct down van wordt. Hij noemt homo’s die samen op de bank zitten ‘Gaykrant-trutten’.

Nou, deze tuthola zit vaak met zijn vriend op de bank om gezapig te Netflixen. En onderhoudt daarnaast een bevredigend seksleven. Zonder dat ik daarvoor drank, drugs en/of jongere bedpartners nodig heb.

Ik werp me op als boegbeeld voor alle brave, misschien zelfs ietwat truttige homo’s, die al jaren in het verdomhoekje zitten. Iemand moet het doen.