18/11/2009

Futiliteiten

Voor iemand die zo lang van stof is als ik, is het onvoorstelbaar dat iemand zich in 140 tekens kan uitdrukken. Maar miljoenen mensen lukt het om via twitter de godganse dag kernachtig te vertellen wat zij aan het doen zijn. En die twitterende mensen doen heel veel dingen op één dag. Zoveel zelfs, dat ik me afvraag waar die personen de tijd vandaan halen om nog erbij te twitteren.

De meeste twitteraars lijken indruk te willen maken met hun drukke agenda, gevuld met veelbelovende zakelijke afspraken en uitnodigingen voor populaire feesten. Het ‘kijk mij nou’-gehalte op twitter is nogal groot. De berichten op twitter zijn een schijnvertoning. Nooit lees je over de schaduwkanten van het leven. Niemand twittert dat zijn pinpas is geblokkeerd na maanden rood te hebben gestaan. Of dat de deurwaarder op de stoep staat. Die berichten zou je toch verwachten in deze tijden van crisis.

Al die artiesten met een oninteressant, verwaarloosd weblog zitten nu op twitter. Paul de Leeuw plugt zijn televisieprogramma door via twitter te vertellen welke beroemdheden te gast zullen zijn. Madonna kondigt de release van een nieuwe single aan. Georgina Verbaan twittert over de opnamen van haar nieuwe serie Floor Faber. Twitter is het nieuwste medium om jezelf te pluggen.

Ik vind het trouwens ook verwonderlijk dat iedereen tijdens werktijd om de haverklap berichten op internet mag zetten. Misschien ben ik een modelwerknemer, of is mijn leidinggevende van de oude stempel, maar op mijn werk gaat mijn telefoontoestel uit. Bovendien krijg ik geen loon betaald om te twitteren dus gebruik ik internet op mijn werk alleen voor zakelijke doeleinden.

Vandaag heb ik bijgehouden wat ik getwitterd had, als ik zou twitteren:
‘Ik eet cup-a-soup als ontbijt omdat mijn bloeddruk weer te laag is.’
‘Telkens als ik nodig moet, zijn alle wc’s bezet.’
‘Bah, de cappucino uit de koffieautomaat is op.’
‘Ik vind dat het hete water uit de koffieautomaat zonder theezakje al voldoende kleur en smaak heeft.’
‘Ik sta in de rij bij La Place voor een broodje boerenkaas.’
‘Ik heb de was te lang in de wasmachine laten zitten, ga nu het spoelprogramma eens uitproberen.’

Ik kan mij niet voorstellen dat iemand op dit soort intieme futiliteiten van een wildvreemde zit te wachten. Dat soort dingen vertel ik niet eens aan mijn vriend. Laat staan dat ik de behoefte heb om dat met de rest van de wereld te delen.

06/10/2009

Talkshow

Jarenlang heb ik lacherig gedaan over het feministisch magazine Opzij. Cisca Dresselhuys was met haar journalistieke loopbaan in mijn ogen niet een rolmodel voor carrièrevrouwen. Het uitgeven van zulke lasterpraatjes over mannen dat kon zij makkelijk combineren met de opvoeding van kinderen. Ik zag haar zo met een kladblok aan de keukentafel een artikel schrijven terwijl zij haar baby borstvoeding gaf. Zo’n ontblote borst leidt toch af van de agenda tijdens een vergadering op kantoor. En het delegeren van die moederlijke taak aan een ondergeschikte gaat nogal lastig.

Cisca’s opvattingen over het gebrek aan vrouwen aan de top vond ik goeiig. Maar ik vond het nogal rolbevestigend. Alweer een vrouw die niet het zakelijk inzicht heeft dat een multinational niet kan worden gerund door een parttimer met een werkweek van 20 uur. Ongeacht of dat dan een vrouw of een man is.

Ik heb heel erg vaak aan Cisca denken toen het televisieprogramma De Tafel van Vijf werd aangekondigd. Een serieuze talkshow dat onderwerpen vanuit een vrouwelijk perspectief behandeld. Daar word je als feministe toch vochtig van. Gelukkig heeft Cisca de leeftijd waarop zij altijd incontinentiemateriaal bij zich heeft.

Het viel zelfs mij op dat het vooral mannelijke recensenten die na de eerste uitzending commentaar hebben op de talkshow. Meest gehoorde kritiek: het programma was vooraf opgenomen en sprong dus niet in op de actualiteit. Ik vraag me af of dat werkelijk zo’n gemis is. Actualiteitrubrieken zat op televisie. Bovendien ligt het nieuws van vandaag morgen in de kattenbak.

Gisteren heb ik een aantal uitzendingen van De Tafel van Vijf gekeken. Alle vijf vrouwen gaven ieder hun uitgesproken mening. Een van de onderwerpen was iets wat ik in geen enkele andere talkshow voorbij had zien komen: het sparen van zegeltjes in de supermarkt. De vrouwen vroegen zich collectief af of je aan al die spaaracties moet meedoen. Actueel? Nee. Interessant? Ja. Ik ben ook altijd bang om een overvloedig boodschappenpakket mis te lopen. Daardoor heb ik overal in huis zegeltjes rondslingeren die nog op een spaarkaart moeten worden geplakt.

De mannelijke televisiekijker is gewoonweg nog niet klaar voor een vrouw met een mening. Een kwestie van tijd, vroeger werden alleen de voetbalwedstrijden van het mannenelftal uitgezonden. Vorige week keek een miljoenpubliek naar het Nederlands vrouwenelftal. Als het de mannen alleen om de gladgeschoren benen van de elf vrouwen te doen was dan heb ik nog een goede kijktip: zwoele vrouwenlippen komen echt prachtig uit tijdens het praten.

28/09/2009

Varkens

Als de huisarts mij een half jaar geleden had verteld dat ik aan H1N1 leed dan was ik me rot geschrokken. Niet dat ik had geweten wat ik dan precies onder de leden had. Maar zo’n vreemde afkorting lijkt meteen vrij ernstig.

Bij ziektes worden wel vaker vreemde naamsconstructies gebruikt. Zo heb ik er jarenlang moeite mee gehad om te onthouden dat iemand die HIV-negatief is, een gezond persoon is. Nog steeds vind ik HIV-positief een te blije naam voor een enge ziekte.

Eerder dit jaar noemden we H1N1 nog massaal de varkensgriep. Ik hield me toen bezig met existentiële levensvragen zoals ‘ben ik recentelijk nog in aanraking geweest met verkouden varkens?’. Maar de overheid heeft gezegd dat die naam niet meer mag worden gebruikt. Want dan lijdt de sector van varkenshouders imagoschade. En minder vleesverkoop dat kunnen de boeren – naast de kredietcrisis – er niet bij hebben. Nu blijf ik achter met de vraag sinds wanneer varkens een imago hebben.

Daarna noemden we het de Mexicaanse griep. Die benaming klonk al iets gezelliger. Alsof het een geneesbare geslachtsziekte was die je had opgelopen na een heftige one-night-stand met een vurige Mexicaan. Ook die benaming was schadelijk voor het toerisme waarvan Mexico zo afhankelijk was. En ik maar denken dat de Mexicaanse economie volledig draaide op de productie van cocaïne.

Inmiddels ben uitgebreid door de overheid geïnformeerd over H1N1. In elk geval heb ik geleerd hoe ik moet reageren als de huisarts H1N1 bij mij vaststelt. ‘Ah, de nieuwe influenza A,’ knik ik dan begrijpend.

Toch vraag ik me af hoe zo’n huisarts nou kan herkennen of het dé H1N1-griep is? Verschijnselen als koorts, rillingen, spierpijn en hoesten lijken best op gewone griepachtige klachten. In de folder wordt ongeveer verboden om naar het spreekuur van de huisarts te gaan vanwege het besmettingsgevaar. Het door een krakende telefoonlijn door het geluid van de droge hoest vaststellen lijkt mij een methode voor middeleeuwse kwakzalvers.

Waarom er een folder huis-aan-huis wordt verspreid over een milde griep, is mij verder niet duidelijk. ‘Nogal wiedes,’ dacht ik bij het lezen van tips als ‘voorkom contact met mensen die griep hebben’ of ‘gebruik zakdoekjes bij niezen of hoesten’. Ik vond ‘maak regelmatig schoon’ niet een echt griepgerelateerde tip. Dat lijkt me meer handig bij het voorkomen van ongedierte, zoals kakkerlakken. Dan had een folder over het herkennen van verkouden varkens mij toch een stuk interessanter geleken.

23/08/2009

Plausibel

Omdat ik met mijn vlassige stoppelbaardje toch nooit de uitstraling krijg van een stoere macho, kom ik maar meteen openlijk uit voor mijn onmannelijke interesse: ik ben fan van de televisieserie Sex and the City. Zelfs de zoveelste herhalingen van alle afleveringen die op televisie worden uitgezonden, volg ik religieus. En dat terwijl ik diezelfde afleveringen allemaal ook op DVD heb. Van bepaalde afleveringen ken ik de dialogen, tussen Carrie, Samantha, Miranda en Charlotte, uit mijn hoofd (meestal met de intonatie waarmee de tekst wordt uitgesproken). Sterker nog, ik gebruik diverse quotes uit de serie in mijn dagelijks leven.

In mijn favoriete aflevering, ‘Pick-a-little, talk-a-little’ wordt Miranda niet gebeld door de man waarmee zij een leuke date heeft gehad. Haar vriendinnen verzinnen tientallen volstrekt absurde redenen waarom hij niet heeft gebeld. ‘Hij is gewoon te veel onder de indruk van jouw intelligentie,’ en meer van dat soort onrealistische redenaties die opeens heel plausibel kunnen lijken wanneer je gerustgesteld wilt worden. ‘Maybe he’s just not that into you,’ zegt de enige man in het gezelschap. Voor mannen is dit een waarheid als een koe, voor vrouwen is dit een eye-opener.

De schrijver van de betreffende aflevering kreeg zoveel reacties van vrouwen dat hij een zelfhulpboek schreef met de titel He’s Just Not That Into You. Een adept van Sex and the City als ik ben, heb ik dat boek natuurlijk gelezen.

De opzet van het boek is nogal voorspelbaar, het begint met een vraag van een vrouw. Dit is een beschrijving van een tamelijk hopeloze lange-afstand-relatie waarin een man tijdens telefoongesprekken haar liefje noemt en vertelt dat hij haar mist. De schrijver beantwoordt deze vraag met: het is makkelijker om te zeggen dat je iemand mist dan dat je iemand niet leuk vindt. Het boek bevat nog veel meer van dat soort vragen, met telkens hetzelfde antwoord (zie de hierboven genoemde titel).

Afgelopen voorjaar draaide de succesvolle verfilming van het zelfhulpboek in de bioscoop. Misschien dat vrouwen behoefte hebben aan duiding door het eindeloos herhalen van één zin. Ik vond na het boek dat thema al totaal uitgemolken. Sindsdien maak ik me grote zorgen over de creativiteit van de schrijvers van tweede SatC-film die dit voorjaar komt. Zolang het centrale plot van de film maar niet gaat over vier vrouwen die gezamelijk een zelfhulpboek gaan lezen. Want dan kijk ik liever naar een historische avonturenfilm gebaseerd op een ander zelfhulpboek “Het heft in eigen handen” van dokter Wayne Dyer.

11/07/2009

Kredietcrisis

Levensgevaarlijk zou het zijn als ik hetzelfde ochtendprogramma zou hebben als veel van mijn collega’s. Op een werkdag zo vaak mogelijk de snoozeknop van de wekker gebruiken, om dan op het allerlaatste moment snel mijn hoofd onder de kraan te steken, zonder fatsoenlijk ontbijt de deur uit te rennen en mij in het verkeer van de ochtendspits te begeven en precies op tijd op mijn werk te verschijnen. Zelfs op mijn fiets zou ik met mijn slaperige kop de medeweggebruikers ernstig in gevaar brengen.

Op de vroege ochtend heb ik liever geen doden en gewonden op mijn geweten. Daarom heb ik een eigen ochtendritueel. Essentieel onderdeel van dit ritueel is vroeg opstaan. Daarna douche ik totdat er geen warm water meer uit de boiler komt. Gevolgd door een zwaar ontbijt bestaande uit een paar bruine boterhammen met kaas en een glas melk.

Meestal pak ik de krant erbij zodat ik echt goed wakker kan schrikken van het nieuws in de NRC Next. Bij het lezen van de krant heb ik geregeld het gevoel dat ik op een andere planeet leef dan die waar de journalisten over schrijven. Veel van de dikgedrukte krantenkoppen lijken helemaal niet over mij en mijn omgeving te gaan. Vooral de berichtgeving over de zogenaamde kredietcrisis lijkt op slecht geschreven fictie. Opgeklopte verhalen over massa’s gedwongen ontslagen. Terwijl niemand uit mijn kennissenkring zijn baan kwijt dreigt te raken.

Ondanks dat ik hard heb gewerkt om het saldo op mijn spaarrekening naar een bedrag met vier nullen te krijgen (als je veel werkt, heb je geen tijd om het uit te geven), heb ik geen slapeloze nachten van een mogelijk faillissement van een grote bank. Dat de overheid spaartegoeden tot een ton per persoon garandeert is aardig maar totaal overbodig. Al zou ik al mijn spaargeld kwijtraken, het geld staat niet voor niets op een spaarrekening. Eigenlijk heb ik het geld over.

Het dalen van de aandelenbeurzen voel ik ook niet in mijn portemonnee. Daarvoor ben ik waarschijnlijk te ouderwets. Ik ben namelijk niet het type dat zijn geld steekt in een vaag concept als een aandeel. Als ik eigenaar wil worden van een fraai stukje Philips dan koop ik gewoon een spaarlamp.

De kredietcrisis is alsof ik de hongerwinter mee maak maar dan met een gevulde koelkast. Dat is maar goed ook want voor een tulpenbollenontbijt, kom ik mijn bed niet uit.

12/06/2009

Vergrijzing

Als je mij zou vragen om een trendwatcher te beschrijven dan zou mijn antwoord niet bestaan uit een beschrijving van een grijzende vrouw met veel rimpels, met een gedateerd modelletje brilmontuur op en ouwelijke zwarte kleding aan.

Het was dus nogal schrikken toen ik dat in de Intermediair op de begeleidende foto zag staan, bij een artikel over de trends van de nabije toekomst. Ik vond het nogal schokkend dat zelfbenoemde trendy Nederlanders, mijzelf incluis, klakkeloos de voorspellingen volgen van een vrouw die het toonbeeld is van de allersufste trend in Nederland: de vergrijzing. Al zullen de meeste mensen niet weten dat een bejaarde ons voorschrijft wat jong en hip is.

Door de foto was ik nieuwsgierig geworden hoe Lidewij Edelkoort, de geïnterviewde trendwatcher, tot haar voorspellingen komt. Je zou verwachten dat een enorme generatiekloof haar gedachten in de weg staat om aan te voelen wat de trend onder jongeren zal worden. Maar haar vooruitziende blik klopt zo goed dat zij voor veel geld door multinationals wordt ingehuurd.

Haar werkwijze omschrijft zijzelf als een soort archeologie. Met allerlei brokstukken verklaart zij niet hoe de mensheid vroeger leefde, maar voorspelt zij de toekomstige manier van leven. De brokstukken die tot inspiratie leiden zijn kunstvoorwerpen, muziek of veel voorkomende gespreksonderwerpen. Op basis van haar intuïtie en associaties in haar onderbewustzijn komt zij dan tot het beschrijven van toekomstige trends. Op mij komt dat over als een moderne variant op de waarzeggerij.

Maar goed, ik was benieuwd aan welke trend ik ten prooi zal vallen dit jaar. Edelkoort denkt dat ‘mono’ de toekomstige ontwikkeling is. Monogamie is ‘in’. Al heb ik in mijn vriendenkring nooit gemerkt dat dat ‘uit’ is geweest. Volgens haar verlangen wij naar minder keuzes en meer soberheid. Weg met de glitter, glamour en strak design.

‘Nogal wiedes,’ dacht ik toen ik dat las in het artikel. We kunnen ons in de huidige kredietcrisis geen dure bling-bling meer veroorloven. Dan kun je maar beter massaal alsof doen dat je niet meer geïnteresseerd bent in overdadige luxe. Dat is precies wat Edelkoort verwacht, al beschrijft zij het in catchy termen als milieubewust, biologisch en kwaliteit.

Ineens begreep ik dat trendwatchen eigenlijk een redelijk simplistische wetenschap is. Je voorspelt gewoon precies het tegenovergestelde van wat nu populair is. Omdat een mens nou eenmaal altijd droomt van hetgeen hij niet heeft. Zodra hij zich dat maar kan veroorloven heb je een trend. Tja, zo kan ik het ook.