11/05/2010

Metroseksualiteit

Tot op het allerlaatste moment bleef ik hopen dat het allemaal zou overwaaien maar de aswolk bleef boven Schiphol hangen. Twee weken geleden had ik in het vliegtuig willen stappen om naar een luxe hotel in Turkije te vliegen. Om aldaar op mijn wenken te worden bediend terwijl ik in de zon hoogstaande literatuur zou lezen. Maar dat voorjaarsritueel om bij te komen van een winterdepressie ging niet door.

Op mijn werk kreeg ik al vergaderverzoeken die midden in mijn vakantie vielen. De uitnodigingen waren in de trant van ‘mocht je toch niet vliegen dan hoef je dit overleg niet te missen’.  Ik raakte daardoor alleen maar meer vastberaden om op vakantie te gaan. Bovendien las ik ergens las dat je meer tijd doorbrengt met je collega’s dan met jouw partner. Toen begon het mij te dagen waarom ik mijn collega’s behoorlijk beu was. Al een half jaar had ik geen vakantiedag meer opgenomen. En in tegenstelling tot mijn partnerkeuze, heb ik geen inspraak gehad bij het aannemen van de collega’s waarmee ik dagelijks samenwerk. Daar zouden de vakbonden eens werk van moeten maken nu er geen loonsverhoging in zit door de recessie.

Ik had dus vooraf al nagedacht over een vervangende vakantie. Onder voorbehoud van het afgelasten van de vlucht had ik een vakantiehuis in Toscane geboekt. Op het tijdstip dat wij eigenlijk naar het vliegveld zouden vertrekken, reden wij naar Italië. Qua weersverwachting was het daar vergelijkbaar aan de Turkse kust.

Bij aankomst bleek dat Italië op meer vlakken een waardig alternatief was voor Turkije. Italianen zijn, net als de Turken, levensmoe. Dat bleek vooral uit hun weggedrag. Inhalen op plaatsen waar je tegenliggers absoluut niet ziet aankomen, is daar een gewoonte. Verkeerslichten worden steevast gezien als vrolijk gekleurde straatverlichting en verder totaal genegeerd.  Het zal iets met het vurige, zuidelijke temperament te maken hebben.

Een andere overeenkomst is dat de Italiaanse mannen minstens even behaard zijn – op hoofd, borst en rug – als een Turk.  De Italiaan heeft echter perfect getrimde gezichtsbeharing en haardrachten waar urenlang op geföhnd is, als je het mij vraagt. De Italiaanse macho’s zich te bewust zijn van hun uiterlijk, dat vind ik jammer. In Turkije weten de mannen zich gewoon nog geen raad met al dat haar.  Volgend jaar ga ik weer genieten van het ongerepte Turkse mannelijk schoon, voor zolang dat het nog duurt. Want de mondiale rage die metroseksualiteit heet zal ooit overwaaien naar het Midden-Oosten.

19/04/2010

Cabrio

Ik had niet gemerkt dat wij een auto tekort kwamen maar mijn vriend begon afgelopen maand opeens over een tweede auto. Amper een jaar geleden hadden we de vorige tweede auto de deur uitgedaan. Er moest zoveel aan gerepareerd worden dat de auto die investering niet meer waard was. Omdat er in het laatste jaar nauwelijks 250 kilometer mee was afgelegd, besloten we dat er geen tweede auto meer nodig was.

Met dit soort terloopse opmerkingen van mijn vriend moet ik altijd oppassen. Hij heeft eens in de twee á drie jaar een sterke behoefte aan vernieuwing. Volgens hem kan die vernieuwing van alles zijn: een andere baan, woning of auto. ‘Of een andere partner,’ denk ik dan want dat zegt hij – uit beleefdheid waarschijnlijk – er nooit bij. Een snelle rekensom leerde mij dat de vorige auto alweer twee jaar geleden was aangeschaft. Daarom besloot ik – vooral uit eigenbelang– om het kopen van een tweede auto aan te moedigen, ook al hadden we die praktisch gezien niet nodig. De milieufreak in mij protesteerde hevig maar won het niet van mijn innerlijke statisticus. Met een tweede auto voldoen wij weer aan de landelijke norm van minimaal 1,3 auto’s per huishouden. In mijn eeuwige drang om modaal te zijn vind ik dat een geruststellende gedachte.

Bij het zoeken op marktplaats naar een nieuwe auto bleek mijn vriend een verborgen agenda te hebben. Hij zat namelijk zomaar in de categorie ‘cabrio’s’ te zoeken. Van die tweezitters met een kofferbak waarin je geen kar boodschappen kwijt kan. In allerlei felle tinten geel of rood. Daar moest ik even van bijkomen. ‘Dit riekt wel heel erg naar een midlifecrisis,’ dacht ik. Daarvoor is hij – met 34 jaar– er vroeg bij. Dit vond ik alarmerend. ‘Hoeveel identiteitscrisissen zou hij dan tot zijn vijftigste nog krijgen?’ dacht ik daarna. Ik vroeg mij af of onze relatie zoveel oncontroleerbare hormonale drang tot verandering zou overleven. Ik hield vast aan de eerder gekozen overlevingsstrategie en stemde in met de aankoop van een cabrio.

Dus vanaf volgende week staat er een tweezitter bij ons voor de deur. ‘Er is voldoende bagageruimte voor twee kratten bier,’ vertelde mijn vriend me er enthousiast bij. De auto heeft een nogal degelijke grijze kleur. Er is dus nog een mogelijkheid om de auto op een later moment te laten overspuiten in een meer flitsende kleur. Hopelijk blijft mijn vriend hierdoor weer een paar jaar rustig.

21/03/2010

Oor

Vraag een toerist waarvoor hij naar Amsterdam reist en je krijgt antwoorden in de orde van tulpen, de Hollandse meesters, wiet en de Wallen. Die laatste twee zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen voor het bezoek aan Nederland. Maar het is verstandig om, als je er dan toch bent, wat musea te bezoeken. Dan zijn de vakantiefoto’s (of een selectie daarvan) ook geschikt om aan je ouders te laten zien.

Omdat ik niet opgewonden raak van schaars geklede vrouwen die goed uitgelicht zijn, sla ik de Wallen meestal over. Ook voor wiet hoef ik niet naar Amsterdam. De enige keer dat ik wiet heb gerookt, merkte ik er bar weinig van. Gelukkig houd ik ervan om urenlang rond te dwalen in musea dus is er voor mij genoeg te beleven in Amsterdam. Dat heb ik als puber ontdekt toen ik het Rijksmuseum bezocht om research te doen voor een werkstuk voor het vak Geschiedenis. Daarvoor moest ik een werkstuk schrijven over een facet van de historie van Nederland. Het leek mij voor de geschiedenisleraar prettig dat tenminste één werkstuk niet over de Tweede Wereldoorlog zou gaan. Daarom, en omdat ik een berekenende puber was die dacht dat het een hoger cijfer zou opleveren, schreef ik een werkstuk over Rembrandt. Eerst wilde ik het over Van Gogh doen maar door het afgesneden oor leek me dat te deprimerend. Sindsdien heb ik het Van-Goghmuseum angstvallig vermeden.

Tijdens mijn laatste bezoek aan Amsterdam ontkwam ik er niet aan. Vrienden van mij wilden naar het Van-Goghmuseum dus ging ik mee. Het bleek dat Vincent tijdens zijn leven als kunstenaar nooit is begrepen. Ik begreep waarom. Zo zien de gezichten van de geschilderde mensen op het schilderij  ‘De Aardappeleters’ er aardappelachtig uit. Trok dit mislukte schilderij werkelijk honderdduizenden toeristen per jaar? Het schilderen zal als uitlaatklep therapeutisch zijn geweest voor van Gogh, goed onder de knie heeft hij de schildertechnieken nooit gekregen. Alleen de schilderijen met bloemen erop vond ik aardig.

Mijn conclusie was dat Vincent van Gogh een verdienstelijk schilder van bloemetjesbehang was geweest. ‘Moet je dan niet minstens één meesterwerk hebben geproduceerd om een eigen museum te verdienen?’ vroeg ik me hardop af. ‘Cultuurbarbaar,’ siste een vriend mij boos toe. Ik voelde me net zo onbegrepen als Vincent zich als schilder moet hebben gevoeld.

De volgende keer in Amsterdam, ga ik toch maar aan de wiet. Of naar de Wallen.

20/02/2010

Herdenking

Onderweg naar een begrafenis of crematie vraag ik me normaal gesproken af hoe de overledene opgebaard ligt. In een open of gesloten kist. En of ik in het geval van een open kist er in ga kijken. Gelukkig kan ik me geen van de opgebaarde lichamen meer herinneren. Het is waarover ik me bij elke uitvaart zorgen blijf maken. Maar nooit wist de aanblik van zo’n levenloos lichaam alle levendige herinneringen aan iemand uit.

Dit keer was ik onderweg naar een uitvaart zonder kist. Mijn eerste uitvaart van iemand die zijn lichaam beschikbaar heeft gesteld aan de wetenschap. Strikt genomen was het ook geen uitvaart. Op de uitnodiging noemden de nabestaanden het een herdenking. Ik wist niet goed wat ik er van moest verwachten.

Bij binnenkomst voelde de sfeer al anders. Mij viel meteen op dat de onverschillige uitvaartleider ontbrak, dus waren er geen overdreven plechtige mededelingen namens de nabestaanden. De locatie voor de herdenking was ook niet zo’n akelig kille aula van een crematorium, maar een zaaltje in een hotel. Het soort zaaltje waarin je ook prima een bruiloftsfeest kunt houden. Stemming onder de aanwezigen: opvallend vrolijk. Alsof we op een surpriseparty waren beland en er later op de avond zou worden bekend gemaakt dat er helemaal niemand overleden was.

Blijkbaar had ik op de uitnodiging de dresscode over het hoofd gezien, want ik was de enige persoon die gekleed was in stemmig zwart en aanverwante grijstinten. Anderen droegen gewoon spijkerbroeken met een fleurig overhemd. Het toppunt was een vrouw in een knalrode jurk. Al vond ik dat jurkje zodanig kort dat het eigenlijk voor elke gelegenheid ongepast was, maar dat terzijde.

De herdenking was prachtig. Er werd muziek gemaakt en gedichten voorgedragen. De een had een prachtige speech voorbereid. Een ander kwam spontaan met een sterk verhaal geïnspireerd door het vorige. Niemand werd overmand door emoties waardoor ‘ie niet meer uit zijn woorden kwam. Allemaal hadden we de tijd gehad om te wennen aan het gemis. Het leek nog het meest op een avondje met in de kroeg met vrienden, waarop we herinneringen aan vroeger ophaalden. Gelukkig werd er een bijpassende borrel geserveerd, in plaats van de gebruikelijke koffie met cake.

‘Dit lijkt eigenlijk meer op een soort feestje,’ zei ik op een bepaald moment zachtjes tegen mijn vriend. Op een of andere manier vond ik dat passend. Elk leven verdient het om gevierd te worden. Ook als het allang afgelopen is.

14/01/2010

Klunen

Iedereen zou van de gemiddelde Fries verwachten dat hij dolenthousiast reageert op iedere hint op nachtvorst van Piet Paulusma. Ik heb daar weinig van meegekregen ondanks dat ik in Friesland geboren en getogen ben. Ik ben namelijk een enorme koukleum. Voor mij zijn een sjaal, een muts en wanten al onmisbare kledingstukken als de temperatuur tien graden boven het vriespunt ligt. Bijkomend nadeel: mijn hoofd is niet geschikt voor het dragen van mutsen. Zodra ik een muts op doe, zie ik er uit als iemand die erg stoer wil overkomen maar bij wie dat niet goed lukt.

Gelukkig ben ik gezegend met een andere belangrijke, onmisbare Friese eigenschap. Ik heb een aangeboren talent voor schaatsen en klunen want voor beiden heb ik een heus diploma. Met schaatsen bedoel ik dan geen sierlijke, driedubbele axel. Ik kan vooral goed mijn evenwicht bewaren en op rechte kanalen ben ik zeer bedreven in het praktische, ouderwetse recht-vooruit-schaatsen. Uit de bocht vliegen kan ik ook erg goed want ik durf in de bochten niet pootje over vanwege de grote valkans. Het schaatsen op natuurijs heeft namelijk als nadeel dat je niet comfortabel in een luchtkussen belandt maar genadeloos met je kanis tegen de stenen kade smakt.

Vroeger woonde ik in de zevende stad op de route van de elfstedentocht. Zodra er een kans was dat de elfstedentocht zou doorgaan, onstond er een soort collectieve ijskoorts. In ieder vrij uurtje werd er geschaatst. ‘s Nachts stonden alle bruggen open zodat het ijs voldoende dik zou worden voor de tocht der tochten. Dan kon je niet zonder kilometers om te rijden van de ene kant naar de andere kant van de stad komen. Wonderlijk dat in een land vol regels, over aanrijdtijden van ambulances en zo, de doorgaande weg met zo’n onzinnige reden mocht worden afgesloten.

Waarschijnlijk zou ik tegenwoordig een dikke onvoldoende scoren op een Fries inburgeringexamen want 1. ik beheers de Friese taal niet meer en 2. ik kan niet één winnaar van de elfstedentocht opnoemen (al weet ik dan weer wèl dat Willem-Alexander ooit heeft deelgenomen onder de schuilnaam W.A. van Buren en ben ik er van op de hoogte dat hij niet gewonnen heeft maar dat levert vast geen punten op).

Gelukkig loop ik door de opwarming van de aarde steeds minder kans om door de mand te vallen met mijn warmteminnende eigenschappen. Komt dat kluundiploma me tenminste goed van pas.

17/12/2009

2012

Voor de liefhebbers van een blockbuster met geloofwaardige beelden en een volkomen ongeloofwaardig verhaal, draait nu de film 2012 in de bioscoop. De film is een soort milieu-epos. Wat ik mij na het zien van 2012 afvraag is waarom de makers moeite doen om een verhaallijn in zo’n film te stoppen. Niemand kijkt een rampenfilm om mee te leven met de personages. Er wordt alleen nagepraat over de special effects.

De hoofdpersonen, een gebroken gezin met twee vaders, zijn op een rare manier bekenden van de bijrollen. Het gezin ontsnapt, natuurlijk ternauwernood, aan het natuurgeweld met het vliegtuig van een rijke Russische magnaat. De vader kent hem omdat hij diens chauffeur was. De stiefvader heeft de borstvergroting van de magnaat’s veel te jonge vriendin uitgevoerd. Wie verzint zoiets? De verhaallijn lijkt op een schrijfoefening voor beginnende scenarioschrijvers. De opdracht was om het product luiers te verwerken in een actiefilm met een duidelijke moraal. Alleen al voor die luiers, het is een centraal onderdeel van het plot, is de film een must-see.

Zoals een Hollywood-productie betaamt bevat deze film weer een betuttelende boodschap. Dat 2012 draait om een gebroken gezin vond ik al niet passen in de bekrompen Amerikaanse maatschappij. Vooral de stiefvader is een complicerende factor. De kinderen kunnen het met hem beter vinden dan met hun eigen vader. Dat leidt natuurlijk tot haat en nijd tussen de twee mannen. Toen halverwege de film de twee mannen bevriend raakten, wist ik hoe laat het was. Eén van de twee mannen zou voor het einde van de film het loodje leggen. Dat wordt opgelost met een fraai staaltje republikeins gedachtegoed want de stiefvader sterft een gruwelijke en bloederige dood. Een waar happy end voor het traditionele gezin als hoeksteen van de samenleving dus.

Onder het ongeloofwaardige verhaal ligt nog een tweede moraal: het milieu. Sinds de gefilmde powerpointpresentatie van Al Gore heeft de filmwereld ontdekt dat het kan scoren met een groen thema. Eerdere ecorampenfilms speelden zich vooral af in 2080. ‘Dat maak ik niet meer mee,’ dacht ik dan gerustgesteld. Maar deze film speelt al in 2012 en, tenzij ik mijzelf haastig voor de trein gooi, dan leef ik waarschijnlijk nog. Op zich heel nobel om de argeloze kijker op de gevolgen van de opwarming van de aarde te wijzen. Maar misschien had de filmproducent beter het goede voorbeeld kunnen geven door geen energie te verspillen aan het maken van deze slechte film.