22/06/2018

Draagtas

Terwijl mijn vriend zich afvraagt waarom hij nu in de honderdste Marokkaanse lederwarenwinkel staat, scan ik vluchtig de winkel in het kader van mijn geheime missie. Sinds ik in de Lonely Planet gelezen had over het bestaan van traditionele leerlooierijen, waar je de doordringende ammoniakgeur alleen overleeft als je een bosje munt onder je neus houdt, verheug ik me op lederwarenwinkels in de medina’s. In alle Koningssteden die we bezoeken zijn er meerdere medina’s, waar de tapijtverkopers worden afgewisseld met winkels met aardewerk, kruiden en dus lederwaren. Nou klinkt ‘lederwaren’ uit de mond van een nicht altijd een beetje dubieus, maar ik verzeker je dat ik voldoende broeken heb en zelf meer van de spijkerbroeken ben. Dan heb ik dat misverstand alvast uit de wereld geholpen.

Mijn missie behelst dat ik in Marokko een leren tas wil kopen. Dat klinkt als een makkie, ware het niet dat ik een nogal specifieke tas op het oog heb. Een leren ‘tote bag in military style’ die ik bij een Nederlandse webwinkel heb gezien en waar ik op slag verliefd op ben geworden. Uitgevoerd in twee kleuren leer. Met een hoofdvak en diverse kleinere insteekvakken. De tas wordt aangeprezen als een ‘ongewone tas voor mannen met lef’ en als ‘compact maar toch ruim’.  Omdat ik mezelf graag zie als een man met lef en omdat ik nieuwsgierig ben naar hoe een tas tegelijkertijd compact én ruim kan zijn, moet ik die tas hebben. Na het zien van de prijs (€ 274,95) is de liefde enigszins bekoeld. Een beetje maar hoor. Met de vele toeristische tassenwinkels in het verschiet laaide het liefdesvuur meteen op.

Het probleem is, en dat is vast herkenbaar voor meer verwende toeristen, dat de lederwaren in de medina’s nogal authentiek Marokkaans zijn. Lederen poefen en handtassen met Arabisch aandoende motiefjes erop, zeg maar. De paar moderne en mannelijke tassen die alle winkeliers verkopen, zijn rugzakken en schoudertassen. Exacte kopieën van de schoudertas die jaren terug in de mode was. Zo’n tas als die ik acht jaar geleden in Italië kocht. Dat is het ding: de Marokkaanse leerbewerkers lopen een paar seizoenen achter op wat er onder de Westerse toeristen in de mode is. Volgend jaar hangen alle medina’s waarschijnlijk vol met draagtassen in twee tinten leer met militaristische accenten.

Aangezien ik er nu toch ben, blijf ik de rest van mijn vakantie op zoek naar die ene trendsettende Marokkaanse tassenontwerper, die wel weet wat modieus is. Ondertussen wen ik rustig aan het idee dat ik thuis € 274,95 aan een leren draagtas ga uitgeven.

19/06/2018

Grens

Je hebt niets in de woestijn te zoeken als je, zoals ik, een hekel hebt aan zand. Maar omdat de woestijn een aanzienlijk deel van Marokko beslaat, viel er bij een rondreis nauwelijks aan te ontkomen. Elke samengestelde rondreis bevatte een overnachting in een Bedoeïenenkamp in de zandduinen van de Sahara. Zo’n overnachting leek mij een nachtmerrie. Geen enkele belofte aan een adembenemende zonsondergang of sterrenhemel kon daar tegenop.

Van jongs af aan vind ik het strand of de zandbak al niets. Zand heeft de nare eigenschap om tussen je tenen te kruipen. Het kleeft aan je schenen. En als je het zand van je af slaat dan zit het ook aan je handen. Zelfs al spoel je omstandig je voeten af dan schuurt er altijd een restje zand in je schoenen. Daarna zit het zand ineens overal. Waarschijnlijk zitten de zandkorrels vooral tussen mijn oren, toch geeft het me de kriebels. Ik had doelbewust Marokko, met al z’n zandvlaktes, als vakantiebestemming gekozen om de grenzen van mijn comfortzone te verleggen. Een hotel met uitzicht op de Sahara dat vond ik al uitdagend genoeg.

In het kader van het oprekken van diezelfde comfortzone had mijn vriend mij meegelokt op een rondrit door de woestijn. Ik probeerde in de 4×4 Landcruiser zo min mogelijk na te denken over de gevolgen van autopech in een gebied zonder mobiel bereik. Voor alle zekerheid had ik de lidmaatschapskaart van de wegenwacht meegenomen. Ondertussen probeerde ik te genieten. Regelmatig onderbroken door een stemmetje in mijn achterhoofd dat waarschuwde voor de achterbanden, die steeds verder in het zand leken weg te zakken. Zand hoopte zich op in mijn schoenen en in de lens van het fototoestel, die piepte en kraakte bij het scherpstellen voor een foto. Het was er verschrikkelijk. Mooi trouwens ook.

Ik had verwacht dat het hotel meer beschutting zou bieden. Maar een stap buiten de drempel van de hotelkamer lag de voet van een enorme hoop zand van ongeveer 100 meter hoog. Het zand glipte, vanwege de aanhoudende woestijnwind, door alle kieren en gaten naar binnen. Lopend op de stenen vloer in de kamer knisperde het zand onder mijn voeten. Het nachtkastje werd bedekt door een dun laagje zand. De zandkorrels waren zelfs tussen de lakens van het bed gekropen. Ik zag mijzelf hier geen oog dicht doen. Het hotel lag dichter bij de Sahara dan de grens van mijn comfortzone.

10/06/2018

Anders

Ik had geen idee meer van welke dag het was en ik voelde me alsof ik wekenlang van huis was maar na wat terugrekenen bleek dat ik twee dagen geleden nog met mijn koffers op Schiphol stond. Dus durf ik na amper twee dagen te zeggen dat Marokko een ideaal vakantieland is. Omdat het hier zo anders is dan thuis.

Het land is op een soort luxe manier primitief. Alle hotels beloven een wifiverbinding echter, net als het warme water van de douche, valt die regelmatig weg. Natuurlijk is het rustgevend om verlost te zijn van het nieuws over schertsfiguren als Trump en Kim Jong-un. Voor het opzoeken van de wisselkoers is wifi hier onmisbaar. De waarde van de Dirham fluctueert dus reken ik bij een uitgave het bedrag om in Euro’s. Sowieso draagt het gehannes met de vreemde munten en briefgeld bij aan een algeheel gevoel van vakantie.

Wat ook een pré is: slechts één moskee in het gehele land is geopend voor toeristen. De Hassan II-moskee is overweldigend groot en fraai. Maar het is een opluchting dat de rest van de moskeeën ontoegankelijk zijn voor publiek want a) er zijn veel moskeeën in Marokko en b) reisgidsen raden je vaak elk pittoresk kerkje in ieder godvergeten gat aan. Deze vakantie hoef ik geen moskee meer in.

Waarschijnlijk was ik na de eerste les afgehaakt als ik in Marokko was begonnen met rijlessen. Op kruispunten stuit je voortdurend op verkeerssituaties die lijken op een strikvraag uit het theorie-examen voor het rijbewijs. Zoals ‘heeft een dromedaris met een baal hooi en zonder zichtbare bestuurder voorrang als deze van links komt?’. Tweebaanswegen veranderen – belijning ten spijt – standaard in drie- en soms in vierbaanswegen. Elke autorit in Casablanca en Rabat veranderde in een soort dollemansrit, zoals je die ook in de beste James Bond-films tegenkomt. Elke optie om vooruit te komen grijp je aan en dus rijd je al toeterend en zigzaggend over de rijbanen door de stad.

Het continue achtergrondgeluid van de bewoonde wereld in Marokko is een kakofonie van claxons. Behalve pal na de gebedsoproep voor het avondgebed, tijdens de Ramadan mag men na zonsondergang weer eten, dan valt de verkeerschaos en de kakofonie stil waardoor je je in een autovrije binnenstad waant.

Met de onverstaanbare mengelmoes van talen, de Arabische muziek die uit de boxen schalt in plaats van Sia of Drake en zonder ketens als Zara en H&M in de winkelstraten, is Nederland niet alleen letterlijk hier ver vandaan maar voelt het ook ver weg.

08/06/2018

Migrantenkind

Een goed getimed relletje is best handig op z’n tijd. Vlak voor mijn vertrek naar Marokko recenseerde Sylvia Witteman het boek ‘Bestsellerboy’ van de Marokkaanse schrijver Mano Bouzamour. Na de ronduit vernietigende recensie is het zeer de vraag of het boek zijn titel gaat waarmaken. Witteman suggereert dat de boeken van Bouzamour alleen uitgegeven worden omdat hij een ‘migrantenkind tussen twee culturen is’. Op Twitter werd Sylvia Witteman hierover fel bekritiseerd. Maar Mano mag haar dankbaar zijn. Door dit relletje heeft hij ten minste twee extra boeken, aan mij, verkocht.

Mijn voornemen voor de aankomende vakantie was om boeken van schrijvers met Arabische wortels te gaan lezen. Dat leek me een goede manier om een indruk te krijgen van de Arabische cultuur. Ik kon alleen geen aansprekende Marokkaanse schrijvers vinden. Ten arren moede bestelde ik ‘Eus’ van Özcan Akyol en ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik. Beiden hebben een Turkse achtergrond. Alleen ongeïnformeerde Nederlanders scheren Marokko en Turkije over één kam. Maar goed, dankzij Sylvia Witteman nam ik nu twee boeken van Mano Bouzamour mee naar Marokko. Een schrijver die echt met één been in de Arabische cultuur staat.

Alhoewel, Bouzamour is in Amsterdam geboren. In zijn beide boeken is de cultuurclash van een vernederlandste jongen met zijn Marokkaanse roots de rode draad. De boeken lijken autobiografische elementen te bevatten. De hoofdpersoon etaleert een haast fundamentalistische hekel aan de ‘lulkoekimam’. Hij spijbelt van de moskee in plaats van school, haalt zijn VWO-diploma en dweept met klassieke pianomuziek. Hij is duidelijk geen doorsnee kutmarokkaan.

Bovendien heeft Mano weinig op met zijn Arabische wortels of het islamitische geloof. ‘God is de echo van je eigen stem,’ verwoordt hij het ergens diepzinnig. Verder is zijn schrijfstijl overigens zo platvloers dat het bijna poëtisch wordt.

Bijna.

Want zinnen als ‘haar kut kwijlde als een babymond’ en ‘ze gebruikten mijn wasbord als krabpaal’ zijn toch vooral heel ranzig. Een zin als ‘haar clitje was hard als een druivenpitje’ vind ik eerder lachwekkend dan hoogstaande literatuur. Al krijg ik het beeld van ‘mijn geknevelde eikel stak boven de elastische band van mijn boxershort uit alsof hij mij gedag wilde zeggen’ nooit meer van mijn netvlies.

Dit soort beeldend beschreven ranzigheid past volgens mij helemaal in de traditie van de grote Nederlandse romanciers, als Jan Wolkers en Jan Cremer. Die grossierden ook in dergelijke vunzigheid. Ja, als Mano Bouzamour buiten Nederland was geboren dan had je kunnen spreken van een geslaagde inburgering.

10/05/2018

Hemelvaartsdag

Ik schrijf dit stukje op een zonnig terras op deze vrije Hemelvaartsdag. ‘Dan heb je niets te klagen,’ denken de meesten van jullie vast. Toch is dat precies wat ik nu ga doen. Vanmorgen was ik het liefst vroeg opgestaan – inderdaad, ik heb uitgeslapen – om naar kantoor te gaan. Maar het kantoor is dicht vanwege deze ‘feestdag’.

Als je vandaag aan nietsvermoedende passanten vraagt wat we vandaag vieren dan wed ik dat het gros je het antwoord schuldig blijft. Natuurlijk met een beetje associëren op het woord Hemelvaartsdag komt men een eind. Een minderheid gaat nog naar de kerk. Alleen omdat ik vroeger verplicht naar de zondagschool ging, ben ik geïndoctrineerd met de wetenschap dat op deze dag Jezus ooit is opgevaren naar God. Dat gedenk ik dus in een heidens café dat Duvels op de kaart heeft staan. Anderen hebben de malle traditie om op Hemelvaartsdag te gaan dauwtrappen. Misschien fietste Jezus destijds ook naar de hemel, je weet het niet.

Deze gedachtekronkel gaat natuurlijk op voor alle christelijke feestdagen. Er is een jaarlijkse aflevering van The Passion nodig om ons te herinneren aan de oorsprong van Pasen. Pinksteren is voor de meesten gewoon een lang weekend vrij. Met als facultatieve activiteit om je zonden te overdenken op de meubelboulevard. En ik heb zoveel Goede Vrijdagen. Er is weinig voor nodig: een productieve werkdag gevolgd door een fijne avond met vrienden.

Logisch dus dat er jaarlijks – ergens tussen Pasen en Pinksteren – een discussie oplaait over het inruilen van de christelijke voor nationale feestdagen. Ik ben er geen uitgesproken voorstander van. Neem Koningsdag, ik geloof net zomin in het Koninklijk Huis als in God. Er zijn ideeën om op 29 maart de invoering van de grondwet te vieren. Volgens mij maakt iedereen maakt gebruik van de vrijheid van meningsuiting. En op ongelegen momenten confronteren Jehova Getuigen mij aan de voordeur met de vrijheid van godsdienst. Daar heb ik dus geen extra feestdag voor nodig.

Het liefst ruil ik alle christelijke feestdagen in voor feestdagen naar keuze, die je op elk gewenst moment mag opnemen. Dat mag natuurlijk op Hemelvaartsdag. Ook vind ik dat iedereen die het volhoudt om een maand te vasten, het verdient om vrij te krijgen voor het Suikerfeest. Alle ‘zondaars’, zoals ikzelf, die krijgen vrij om uitbundig de Gay Pride te vieren. Of zomaar, op een willekeurige zonnige dag, het leven te vieren met het drinken van een Duveltje op het terras.

06/05/2018

Soundtrack

Wat als ik op een windstille dag wil uitwaaien? Dan draai ik het album ‘Darling Arithmetic’ van Villagers. Die muziek roept herinneringen op aan een regenachtige vakantie in Ierland. Toen heb ik urenlang op een strand de storm getrotseerd in mijn regenjas. Als ik daaraan denk, heeft dat een placebo-effect dat mij een uitgewaaid gevoel bezorgt.

Andersom kan ik op een druilerige dag een instant zonnig gevoel oproepen met de Pet Shop Boys. Het beluisteren van hun album ‘Electric’ brengt me terug naar het broeierige Florida. Naar bolletjes ijs in de smaken aardbei-peper en bosbessen-geitenkaas bij een klein zaakje in Saint Augustine. Of naar het gelukzalige gevoel dat ik had toen ik op Key West de zon in de zee zag zakken. Al kan die zalige stemming ook een bijeffect zijn van de mierzoete cocktail die ik daar dronk aan de kade.

Zo zijn er meer herinneringen en gevoelens die ik kan opwekken met muziek. ‘I See You’ van The XX transporteert me terug naar de fucking middle of nowhere, dat ligt ergens in Idaho, waar ik vorig jaar een volledige zonsverduistering aanschouwde. Zet een willekeurig liedje van dat album op en een gevoel van bevreemdende nietigheid steekt de kop op.  Het bleek een terugkerend thema tijdens die vakantie want hetzelfde nietige gevoel had ik in het lavalandschap van Craters Of The Moon, de geisers in Yellowstone en aan de rand van de Grand Canyon. ‘Bad Romance’ van Lady Gaga associeer ik met de fjorden in Noorwegen, R.E.M. met belabberde wegen diep in Roemenië en Stina Nordenstam met het desolate noorden van Zweden.

Mijn tactiek is dat ik ter voorbereiding van een vakantie, naast mijn koffer, ook mijn Spotify-account vul. Ik download zoveel mogelijk onbekende albums en artiesten. Telkens weer ontpopt één van die albums zich vanzelf tot de favoriet van de vakantie. En dat draaien we dan doorlopend. In de auto. Op de koptelefoon. Overal. Mijn herinneringen aan die vakantie raken verweven met die specifieke muziek.

Binnenkort ga ik op vakantie naar Marokko. Ik heb mijn Spotify alvast ingepakt met nieuwe muziek. Voor de soundtrack van Marokko staan Sufjan Stevens, Lana Del Rey, Portugal The Man, London Grammar en Anderson Paak op de nominatie. En nu is het afwachten. Het lukt me nooit om vooraf te zeggen welk album gaat aanslaan. Ik heb mijn favorieten maar de mening van mijn vriend weegt even zwaar. Onze muzieksmaak verschilt dus het blijft onvoorspelbaar wat ons beiden bekoort.

Heel soms, zoals toen met een album van Beth Ditto in Frankrijk, klikt het met geen enkel album. Gelukkig heb ik dan de vakantiefoto’s nog.