24/06/2017

Nepnieuws

Soms lig ik wakker omdat ik pieker over wereldproblemen. De opwarming van de aarde, hongersnood, dat werk. Telkens als deze ingewikkelde problemen me boven het hoofd dreigen te groeien, dan pas ik een fijne, moralistische campagneslogan uit de jaren negentig toe van Postbus 51: ‘een beter milieu begint bij jezelf’.

Laatst heb ik deze methodiek nog toegepast op het fenomeen nepnieuws. Ik ben schuldig aan het verspreiden van nepnieuws, want ik vertel soms leugentjes om bestwil. Eerlijk gezegd ben ik er van overtuigd dat iedereen dat doet. Ter waterdichte bewijsvoering haal ik graag een gespreksvoorbeeld aan:
Iemand: ‘Hoe gaat het?’
Jij: ‘Goed!’
Nooit hoor je iets over huwelijksproblemen, of over dat iemands bestaan als ZZP’er minder rooskleurig is dan verwacht. Zoiets verzwijgen we, denk ik, allemaal in een terloops gesprek. Ergens verspreiden we dus allemaal een soort van nepnieuws. Niemand die dat controleert, tenzij je toevallig de president van Amerika bent die liegt over contacten met de Russen. Het enige dat ik kan doen tegen de verspreiding van nepnieuws, is breken met mijn gewoonte en eerlijker te zijn. Daarom biecht ik mijn grootste leugen op.

Ik ben geen vegetariër.

Mijn vriend is vegetariër. Uit luiheid eet ik vegetarisch omdat ik het zat ben om gescheiden te koken. Ondertussen fulmineer ik tegen vleeseters over de schadelijke effecten van de intensieve veehouderij. En ik lees hen de les over dat herkauwende koeien 18% van de schadelijke broeikasgassen de atmosfeer in ruften. En dat minder vlees eten dus dé oplossing is voor de opwarming van de aarde. Als ik op dreef ben dan krijgen ze er een preek over dierenleed bij. En dat terwijl ik tot een paar jaar geleden in restaurants nog doodleuk vlees en vis bestelde.

Of mijn lijf zich tegen mijn inconsequente gedrag keerde, of het was gewoon karma, geen idee, maar inmiddels verdraagt mijn maag geen vlees of vis meer. En daarbij, omdat ik gewend raakte aan de zachte structuur van tofu, ging het kauwen op een taai biefstuk me tegenstaan. Ik eet vegetarisch tegen wil en dank.

Bij hoge uitzondering eet ik soms het allerlekkerste stukje vlees ter wereld: een frikandel. Daarover voel ik me, geïndoctrineerd door het gedachtegoed van mijn vriend, behoorlijk schuldig. Ik praat het goed met het argument dat een frikandel bestaat uit restvlees, dat anders toch wordt weggegooid. Niet opeten vind ik nog zieliger voor die geslachte dieren.

Ik ben hypocriet, dat is het echte nieuws.