08/09/2014

Glamping

Mijn vriend had het onzalige idee om tijdens de vakantie te gaan kamperen in Ierland. Ik voorzag een vakantie in een tamelijk troosteloze omgeving, schuilend voor de aanhoudende regen in deprimerende Ierse pubs met een grote pint Guinness voor onze neus. Mijn vriend intens gelukkig, ik verschrikkelijk chagrijnig.

We stammen allebei af van een nest van volbloed kampeerders. De zomervakanties in onze kindertijd brachten we kamperend door. Het was daarom te verwachten dat dit een innige band schept, en we als ware nomaden met een tent door Europa zouden trekken, met de zon als ons enige kompas. We hebben zeker een innige band, al kan ik niet uitleggen waarop die band precies gestoeld is. Gezamenlijk kamperen doen we namelijk zelden, ondanks een zolder die tot de nok toe gevuld is met tenten, slaapzakken, luchtbedden, haringen, hamers, gasflessen, ‘n campingstelletje, thermoskannen en nog enkele andere benodigdheden voor ‘primitief’ kamperen.

Mijn vriend oppert regelmatig de mogelijkheid om te gaan kamperen. Dit brengt hij altijd subtiel ter sprake, omdat hij weet dat dit een gevoelig onderwerp voor me is. Door een opvoeding met overvloedig kamperen had ik in theorie ook een ‘happy camper’ moeten zijn. Maar ik weet precies waar het mis is gegaan. Dat was op een wilde camping ergens in Roemenië. De eerste boom – steeds hoger – op de berg waar nog geen hoopje verfrommeld toiletpapier achter lag, deed dienst als toilet. Ergens op die vermaledijde Roemeense berg, besloot ik dat ik nooit meer wilde kamperen.

Zo’n voornemen is lastig in praktijk te brengen als je verliefd wordt op iemand als mijn vriend, die erfelijk belast is met kampeergenen. Om de paar jaar stem ik er daarom mee in om te gaan kamperen. Onder de strikte voorwaarde dat ik bij aankomst eerst de hygiëne en privacy van het toiletgebouw inspecteer. Op basis daarvan beslis ik of de camping geschikt is om de tent op te zetten.

Inmiddels kent mijn vriend me goed, dus had hij een goede onderhandelingstactiek bedacht. Nadat ik Ierland had afgekeurd als kampeerbestemming, moest ik wel toestemmen om in Zweden van hut naar hut te trekken. Een kampeerfanaat noemt dat schamper ‘glamping’, een afkorting voor glamoureus kamperen, omdat er geen tent aan te pas komt. De hutjes hebben zelfs een stapelbed. Een vakantie waarin ik elke nacht verstrikt raak in een slaapzak, en ik de wastafel en het toilet deel met nog honderd anderen, voor mij is dat primitief genoeg.