10/11/2012 Minimalisme


Google weet altijd raad op het moment dat je wanhopig bent, dus zocht ik op: ‘in mijn huis is het een grote teringbende en ik word er gek van’. Bovenaan de zoekresultaten prijkte een link naar het prikbord van zelfmoord.nl. Inderdaad lost zelfmoord de meeste menselijke problemen snel op. De dagelijkse lijdensweg des huishouden vond ik draaglijk genoeg, om naar een minder drastische maatregel door te zoeken.

Goddank vond Google in 0,38 seconden nog ongeveer 5.580 andere resultaten. Daartussen stuitte ik op de stroming van het minimalisme. Sinds ik me daarin heb verdiept, verlang ik naar minimalistisch leven. Met minder verantwoordelijkheden. En vooral minder troep.

Anders dan je van een minimalist verwacht, schafte ik eerst nog meer aan: mijn eerste zelfhulpboek van The Minimalists. ‘Live a meaningful live,’ beloofde de cover. Dat wilde ik graag. Liefst morgen. Om van een maximalist in een minimalist te veranderen, raden zij een verandertraject van eenentwintig dagen aan. ‘Eigenaardig,’ dacht ik ‘dat er zo’n ingewikkeld proces nodig is om mijn leven te versimpelen’. Op de eerste dag moet ik een actielijst opstellen van veranderingen om per direct uit te voeren. Vaker sporten. Gezonder eten. Langer slapen. Geen idee hoe een mens dat inpast in een zevendaagse werkweek naast een fulltime baan. Het was het proberen waard.

De derde dag heet het ‘inpakfestijn’. Die dag heeft een simpel concept. Je doet alsof je gaat verhuizen en pakt al je spullen in dozen in. In de dagen erna pak je alleen uit wat je nodig hebt. Enkele doucheartikelen, schone kleren, het broodnodige keukengerei. Alles dat na 7 dagen nog ingepakt is dat is overtollig. De schrijvers geven je drie opties voor die overbodige bezittingen: verkopen, doneren of weggooien. Best haalbaar, lijkt me.  Het zit al in mijn systeem om ongebruikte dingen meteen weg te doen. Toen ik bij mijn vriend introk, bracht ik slechts met twee stationwagens aan spullen mee (inclusief een massieve, antieke dekenkist). Toch voorzie ik één miniem probleempje.

Mijn opruimzucht wordt ruimschoots gecompenseerd door de ongekende bewaarzucht van mijn vriend. Op zolder staan stapels kapotte computers veilig opgeborgen zodat je onderdelen voorradig hebt om ‘n defecte computer mee te repareren. Vraagt mijn vriend zich af van wie hij in 2006 een kerstgroet heeft ontvangen? Dan kijkt hij dat stapeltje kerstkaarten gewoon even na.

Als ik van het minimalisme écht werk wil gaan maken, dan moet ik eerst ergens anders afstand van doen.

18/08/2012 Natuurmonument


Voordat mijn vriend of ik überhaupt hadden nagedacht over samenwonen, was duidelijk dat ik bij hem zou intrekken, zodra het daarvoor geschikte moment zich aandiende. Dit was dan weliswaar nooit overlegd of hardop uitgesproken, maar sommige dingen zijn heel natuurlijk als een van tweeën in Almelo woont.

Andere aspecten van het samenwonen waren minder vanzelfsprekend. Zoals het harmonieus combineren van onze beider stijlen in interieur. Omdat ik toch het meest aan mijn vriend gehecht was en hem graag minder vaak wilde missen, was ik bereid om afscheid te nemen van het gros van mijn meubels. Met enkele erfstukken, schilderijen en mijn goede smaak trok ik bij hem in. Vooraf had ik mijn vriend duidelijk gemaakt dat er wat interieuraanpassingen nodig waren voordat ik me bij hem in huis thuis kon voelen.

Mijn vriend heeft verstand van veel dingen maar van het creëren van een prettige woonomgeving, begrijpt hij niets. Zijn huiskamer was ingericht met twee doorgezakte banken die in een ver verleden donkerrood waren geweest. De strak gestucte witte muren had hij schel uitgelicht met kleine halogeenlampjes, die bevestigd waren aan staalachtige stroomdraden die kriskras onder het plafond waren gespannen. Het had de sfeer van een behandelkamer in een tandartspraktijk. Ik vond dus dat het interieur wat gezelliger mocht worden (anders was ik wel bij mijn tandarts ingetrokken). We kochten nieuwe banken. Er verscheen ergens een hoogpolig vloerkleed op de houten vloer. De ongezellige halogeenlampjes mochten bij ons blijven wonen. Aan de muur hingen we enkele van de door mij meegebrachte schilderijen, zodat er eindelijk iets mee werd uitgelicht dat werkelijk de aandacht verdiende.

Mijn tuin kon ik helaas niet meenemen naar Enschede. Ik had de tuin strak bestraat met grijze stenen, met daaronder een ondoordringbare laag worteldoek. Precies zoals een tuin volgens mij is bedoeld: geheel onbeplant en onderhoudsvrij. Bij mijn vriend is er een diepe achtertuin, met allemaal dicht beplante perken en een kronkelend paadje er doorheen. Ooit aangelegd door de vorige bewoonster. Er bloeit werkelijk in elk jaargetijde wel iets in de tuin. Maar naast enig inzicht in binnenarchitectuur, ontbreekt het mijn vriend ook aan groene vingers. Daardoor is het kronkelpaadje overgroeid met mos. Alle planten zijn verwikkeld in een strijd, op dood en leven, in wie het best kan overwoekeren.

Ik dacht te verhuizen naar een geciviliseerde stad maar heb ineens een natuurmonument in de achtertuin. Ik weet nog niet of ik daar aan kan wennen.

22/10/2011 Schoonmaakster


De meeste mensen denken dat twee mannen die een relatie hebben toch een traditionele rolverdeling hebben: de ene is meer vrouwelijk en de andere meer mannelijk. Ik kan absoluut bevestigen dat dit op bepaalde vlakken ook geldt voor mijn vriend en mij. Hij heeft technisch inzicht en vindt klussen best leuk. Ik heb de inrichting van ons huis al heel wat knusser gemaakt, sinds ik bij hem ben ingetrokken. Ondanks dat ik er een uitgesproken hekel aan heb om aan stereotypen te voldoen, vind ik het in dit geval heel handig dat we elkaar zo goed aanvullen.

Op andere fronten is onze rolverdeling volkomen onconventioneel: we houden bijvoorbeeld allebei van koken. Helaas ontbreekt het bij ons beiden aan de vrouwelijke genen of gaven als het gaat om het huishouden. Opruimen en schoonmaken daar hebben we allebei geen talent voor. Voordat ik bij mijn vriend introk en ik mijn huis zelf moest schoonhouden, maakte ik er thuis zonder zorgen een complete puinhoop van. De enige die last had van alle rommel was ik immers zelf. Ongeveer drie uur voordat ik bezoek verwachtte ging ik manisch opruimen, zodat het huis ten minste toonbaar was voor mijn gasten. En niemand zich prompt zorgen begon te maken of het verantwoord was dat ik zelfstandig in een woonhuis leefde.

Gelukkig heeft mijn vriend heeft zijn gebrek aan huishoudelijk talent praktisch opgelost: hij heeft al jaren een schoonmaakster. En sinds we samenwonen maakt zij ook voor mij schoon. Dit heeft, op mij althans, een vreemde bijwerking. Tegenwoordig maak ik zelf ons huis schoon. Ik weet het, de schoonmaakster wordt betaald om voor ons schoon te maken, dat is het hele idee van het inhuren van een hulp in de huishouding. Maar ik vind het dus heel gênant dat zij onze haren uit het douche-putje moet pulken. Of onze remsporen uit de toiletpot staat te poetsen. En aangekoekte voedselresten van het fornuis moet krabben. Dus poets ik tegenwoordig trouw mijn huis vlak voordat de schoonmaakster komt. Om te voorkomen dat zij de indruk krijgt dat we in een permanente puinhoop leven.

Het klinkt zinloos om op wekelijkse basis een schoonmaakster in te huren voor het opruimen van enkele strategisch achtergelaten stofvlokken in een brandschoon huis. Toch is ze haar uurtarief meer dan waard, want voor het eerst in mijn leven heb ik een structurele reden om schoon te maken.

24/12/2010 Gothic


Officieel schijn je kerstmis slechts twee dagen te horen vieren. Daar trekken de meeste mensen zich weinig van aan. Zij hebben de kerstperiode opgerekt tot een volledige maand. Die begint op 6 december, de dag waarop Sky Radio plots verandert in de ‘Christmas Station’ met kersthits van Wham en Mariah Carey op repeat. Buurtbewoners draperen honderden kerstlampjes over de rododendron in de voortuin. En daar mogen wij dan gezellig tegenaan kijken tot en met Driekoningen.

Mijn vriend en ik hebben in december geen tijd om aan kerst te denken. We werken allebei bij een bedrijf waarin het in de laatste maand van het jaar het drukst is. Terwijl heel Holland op 21 december naar de zoveelste herhaling van Home Alone kijkt, werken wij over. Gelukkig worden we ieder jaar uitgenodigd om bij familie 1e kerstdag te komen eten. Voor de maaltijd op de tweede kerstdag rennen we dan op 24 december een geplunderde supermarkt in om wat overgebleven ingrediënten te verzamelen. In de hoop dat er een simpele doch voedzame maaltijd mee gemaakt kan worden. Behalve wanneer we aan het eten zijn, slapen wij op de kerstdagen voornamelijk bij.

Ik kan me niet precies herinneren wie op het onzalige idee is gekomen, maar dit jaar eet de familie bij ons thuis. Daarover maak ik me lichtelijk zorgen want op ons kerstmenu staat een hoofdgerecht met pompoen, kastanjepuree en filodeeg. Op internet lees ik alsmaar epische verhalen over koken met filodeeg, dat erg breekbaar en volkomen onwerkbaar schijnt te zijn. We hebben vooraf geen tijd om het uit te proberen dus het wordt een letterlijke beproeving. Maar het is gelukt om alle ingrediënten tijdig in huis te halen. ‘Qua voorbereiding gaat het dus best goed,’ dacht ik.

Tot ik me vandaag bedacht dat we helemaal geen kerstboom hebben. Voor onszelf zetten we nooit een boom op, dus op zolder ligt geen doos met een voorraad kerstballen, slingers en lampjes. Een kerstdiner zonder versierde boom is vond ik toch wat karig. Daarom kocht ik vandaag in een uitgestorven Intratuin de allerlaatste kerstboom die ze hadden. Het is een kunstboom met zwarte dennentakken. Ik kocht ook nog enkele paarse kerstballen en zilveren slingers. Plus wat witte LED kerstlampjes. Het eindresultaat valt te omschrijven als een soort gothic kerstboom. Ik kan me geen enkel interieurblad herinneren waarin dat ooit een trend was voor de kerstversiering.

Als het eten straks zwartgeblakerd op tafel staat, hebben we een bijpassende kerstboom.

RSS Feed | Contact | Privacystatement | © 2022 Paul Sinnema