03/03/2014 Zesendertig


Voor het eerst in mijn leven bereik ik een leeftijd die ik aan de oude kant vind. Omdat ik er toch aan moet gaan wennen, zeg ik maar hardop dat ik morgen zesendertig jaar word. Ik vier mijn verjaardag niet. Ik kijk allang niet meer uit naar de dag dat ik weer een jaartje ouder word.

Vroeger wist ik het zeker: op mijn vijfendertigste levensjaar zou mijn leven compleet zijn. Op die leeftijd was ik getrouwd met mijn jeugdliefde: een mooie man die zijn geld verdiende als industrieel ontwerper of architect. Ik verdiende mijn geld met een psychologiepraktijk aan huis. Samen stichtten we ons eigen gezin, met zeven geadopteerde kinderen in alle huidskleuren, elk afkomstig van een ander continent. Dus een soort levende united colors of Benetton reclame. Met ons gezin woonden we dan in een gerestaureerd grachtenpand met smetteloos wit gestuukte muren. De huiskamer zou gevuld zijn met designmeubelen en een grote eettafel van steigerhout, waaraan we gezamenlijk bordspelletjes speelden of vers bereide gerechten uit de wereldkeuken aten. Foto’s van ons smaakvol ingerichte huis zouden worden gepubliceerd in alle internationale edities van VT Wonen.

Nu aan het einde van mijn vijfendertigste levensjaar moet ik toegeven dat er van die jongensdroom weinig is terecht gekomen. De relatie met mijn eerste liefde hield geen stand. Het leek in het begin misschien een perfect plaatje maar naarmate we allebei groeiden als persoon, groeiden we steeds verder uit elkaar. Heel bevlogen was ik ooit begonnen aan een studie psychologie, om vele levens voorgoed te veranderen. Om tot de ontdekking dat ik daarvoor totaal ongeschikt ben. Daarna ben ik toevalligerwijs terechtgekomen bij het bedrijf waarvoor ik dertien jaar later nog steeds werk. Mijn carrière beschouw ik als iets dat me meer is overkomen dan dat het voortkomt uit passie. En mijn huidige vriend lijkt in niets op de stoere, brede en donkerharige man waarvan ik ooit droomde. Ik had je keihard uitgelachen als je mij had voorspeld dat ik een vriend zou krijgen met lang blond haar en een cowboylaarzen-tic.

Toch is dat precies de omschrijving van de man waarmee ik al jarenlang gelukkig ben. Elke dag ben ik trots op wat ik bereik in mijn doorsnee kantoorbaan. En heel bewust zijn we kinderloos omdat we twijfelen over of we goede ouders kunnen zijn. Ik heb het besef gekregen dat niet perfect ook goed genoeg is. Dat is het mooiste cadeau dat ik voor mijn zesendertigste verjaardag kon wensen.

17/07/2012 Kledingvoorschrift


Elke zomer stuit ik weer op een niet zo fraai staaltje van discriminatie, waarover nog geen enkel meldpunt zich druk heeft gemaakt. Terwijl dat hard nodig is. Ik breng het daarom graag even onder de aandacht.

Als man voel ik me in de zomermaanden ernstig achtergesteld bij de vrouwen. Dit heeft alles te maken met de kledingvoorschriften die elk bedrijf in allerijl verspreid, zodra het kwik van de thermometer boven de 25 graden Celsius uit dreigt te komen.

Voor het mannelijke deel van de beroepsbevolking zijn de zomerse kledingvoorschriften kort samen te vatten tot: houd je lichaam zoveel als mogelijk bedekt. Het kantoortenue bestaat dus bij voorkeur uit een lange broek, een overhemd met lange mouwen, dichte schoenen met daaronder een sok. Sjaal en/of muts zijn wenselijk doch niet verplicht.

Het storende aan deze voorschriften is dat men een beetje is doorgeschoten in de positieve discriminatie van vrouwen. Vrouwen mogen gewoon met een open schoen of nette slipper op het werk verschijnen. Het wordt zelfs toegestaan dat vrouwen in nette rokjes met ontblote benen rondlopen. Sommige vrouwen dragen dusdanig korte rokjes dat iedereen zich in hun bijzijn een gynaecoloog waant. En niemand die zich daaraan stoort.

In de tuin, op het strand of in de binnenstad zie je overal mannen in een korte broek en op slippers rondlopen. Niemand die daarvan verbaasd opkijkt of er schande van spreekt. Waarom een ontbloot mannenbeen in een kantoortuin opeens aanstootgevend is, dat heeft nog nooit iemand mij overtuigend kunnen uitleggen. Jaren geleden heb ik, als verzetsdaad, een korte broek aangetrokken naar mijn werk. Toen werd ik naar huis gestuurd om ‘iets fatsoenlijks’ aan te trekken. Voor alle duidelijkheid: ik had enkel telefonisch contact met klanten.

Ik weet niet welke functionaris met teveel plichtsbesef deze regels heeft opgesteld. Ze lijken me afkomstig ergens rond de jaren zestig of zeventig. Ik stel me zo voor dat deze beste man zijn eigen melkwitte benen, die zelfs zijn echtgenote liever niet zag, in gedachten had toen hij het perverse onderscheid bedacht in regels voor mannen en vrouwen. Achter zijn bureau heeft hij de regels uitgetikt en in veelvoud gestencild. Om ze vervolgens uit te delen aan andere bedrijven, want als ik rondvraag in mijn vriendenkring lijken overal dezelfde kledingvoorschriften te gelden.

Het is hoog tijd dat mannen een grondige update van de kledingvoorschriften gaan opeisen. Of anders in opstand komen voor onze rechten. Een mannenbeen verdient het ook om gezien te worden.

29/06/2011 Autoreply


‘Fijn, een snelle reactie op mijn e-mail,’ is mijn eerste gedachte als ik een antwoord krijg op de zojuist verstuurde e-mail. Maar dan bedenk ik me dat het onmogelijk is om binnen enkele seconden na verzending een antwoord te formuleren. Het antwoord blijkt dan meestal een out of office bericht te zijn. Dat is het onheilspellende teken dat de zomervakantie is begonnen.

Veel van mijn collega’s denken dat het prettig is om buiten de schoolvakanties vrij te nemen. Collega’s met kinderen beginnen al medio december te klagen over de absurd hoge tarieven van campings en hotels in het hoogseizoen. En terug van vakantie zijn ze nauwelijks bijgekomen omdat het hotel overbevolkt was. Of er waren zoveel Nederlanders op de camping dat ze helemaal niet meer het gevoel hadden op vakantie te zijn in het buitenland.

Daar staat tegenover dat in de zomervakantie werken ook z’n nadelen heeft. Vlak voor vertrek naar een tropische bestemming, wensen mijn collega’s me fijne werkweken toe. En ze spreken de verwachting uit dat het vast heel rustig wordt. ‘Want er is bijna niemand aanwezig,’ zeggen ze er optimistisch bij. Toch komt die verwachting nooit uit. Het euvel is dat je altijd enkele collega’s mag vervangen. Je eigen takenpakket valt misschien mee in de zomermaanden, maar met nog twee of drie takenpakketten van anderen erbij, is het een stuk drukker dan normaal.

Het grootste minpunt is de vrijwel constante stroom aan out of office berichten die ik ontvang tijdens de zomer. Continu word ik er aan herinnerd dat er collega’s lekker in het zomerzonnetje zitten in zuid-Frankrijk, terwijl ik nog enkele maanden in een bedompt kantoor doorwerken mag totdat ik in september eindelijk vrij heb. Sommige collega’s verdenk ik er van met een sardonisch genoegen de tekst voor het automatische antwoord te hebben geperfectioneerd. De teksten lijken vooral bedoeld om hun afwezigheid goed in te wrijven bij die sukkels die de zomer doorwerken. “Ik ben tot 15 augustus héérlijk van mijn welverdiende vakantie aan het genieten. Als ik over zes weken terug ben uit Zanzibar, beantwoord ik je e-mail.”

Ik troost me maar met de gedachte dat wanneer al mijn zongebruinde collega’s terug komen van vakantie, ik nog een mooie reis voor de boeg heb, naar een warme bestemming in een hotel dat ik bijna alleen voor mezelf heb, tegen de helft van het geld dat mijn collega’s hebben betaald. Uit piëteit verzwijg ik dat in mijn out of office autoreply.

11/05/2010 Metroseksualiteit


Tot op het allerlaatste moment bleef ik hopen dat het allemaal zou overwaaien maar de aswolk bleef boven Schiphol hangen. Twee weken geleden had ik in het vliegtuig willen stappen om naar een luxe hotel in Turkije te vliegen. Om aldaar op mijn wenken te worden bediend terwijl ik in de zon hoogstaande literatuur zou lezen. Maar dat voorjaarsritueel om bij te komen van een winterdepressie ging niet door.

Op mijn werk kreeg ik al vergaderverzoeken die midden in mijn vakantie vielen. De uitnodigingen waren in de trant van ‘mocht je toch niet vliegen dan hoef je dit overleg niet te missen’.  Ik raakte daardoor alleen maar meer vastberaden om op vakantie te gaan. Bovendien las ik ergens las dat je meer tijd doorbrengt met je collega’s dan met jouw partner. Toen begon het mij te dagen waarom ik mijn collega’s behoorlijk beu was. Al een half jaar had ik geen vakantiedag meer opgenomen. En in tegenstelling tot mijn partnerkeuze, heb ik geen inspraak gehad bij het aannemen van de collega’s waarmee ik dagelijks samenwerk. Daar zouden de vakbonden eens werk van moeten maken nu er geen loonsverhoging in zit door de recessie.

Ik had dus vooraf al nagedacht over een vervangende vakantie. Onder voorbehoud van het afgelasten van de vlucht had ik een vakantiehuis in Toscane geboekt. Op het tijdstip dat wij eigenlijk naar het vliegveld zouden vertrekken, reden wij naar Italië. Qua weersverwachting was het daar vergelijkbaar aan de Turkse kust.

Bij aankomst bleek dat Italië op meer vlakken een waardig alternatief was voor Turkije. Italianen zijn, net als de Turken, levensmoe. Dat bleek vooral uit hun weggedrag. Inhalen op plaatsen waar je tegenliggers absoluut niet ziet aankomen, is daar een gewoonte. Verkeerslichten worden steevast gezien als vrolijk gekleurde straatverlichting en verder totaal genegeerd.  Het zal iets met het vurige, zuidelijke temperament te maken hebben.

Een andere overeenkomst is dat de Italiaanse mannen minstens even behaard zijn – op hoofd, borst en rug – als een Turk.  De Italiaan heeft echter perfect getrimde gezichtsbeharing en haardrachten waar urenlang op geföhnd is, als je het mij vraagt. De Italiaanse macho’s zich te bewust zijn van hun uiterlijk, dat vind ik jammer. In Turkije weten de mannen zich gewoon nog geen raad met al dat haar.  Volgend jaar ga ik weer genieten van het ongerepte Turkse mannelijk schoon, voor zolang dat het nog duurt. Want de mondiale rage die metroseksualiteit heet zal ooit overwaaien naar het Midden-Oosten.

RSS Feed | Contact | Privacystatement | © 2022 Paul Sinnema