07/02/2013 Viral


Of in deze tijden van economische crisissen en failliete landen dit nu erg relevant is, dat betwijfel ik sterk maar het Europese parlement is bezig met het recht om vergeten te worden. Blijkbaar is om dergelijke wetgeving gevraagd door mensen met imagoproblemen. Omdat zij continu achtervolgd worden door onhandige acties uit je verleden, die online voor eeuwig vindbaar blijven. Iets in de trant van een filmpje, waarin je duidelijk herkenbaar op een vrijmibo over je baas heen kotst terwijl je in een dronken bui net begonnen was aan een striptease die maar niet sensueel wil worden, en die op allerhande sites over de hele wereld viral is gegaan. Je bent daardoor op staande voet ontslagen. Je hebt voor joker gestaan voor een miljoenenpubliek. En bij elk sollicitatiegesprek ligt er een screenprint op tafel van dat bewuste filmpje, want standaard onderdeel van de selectieprocedure is dat er op je naam wordt gegoogled. Op een persoonlijk vlak is dat dus best een crisissituatie.

Misschien is er sprake van een klein generatiekloofje, want ik vind het dit nieuwe mensenrecht nogal overtrokken. Ik bagatelliseer het niet omdat ik ben opgegroeid in een tijd dat er nog geen internet was, want destijds gingen er ook al dingen soort van viral. Al hadden we er toen die term nog niet voor bedacht. In de Friese stad waarin ik opgroeide was een levendig roddelcircuit waarin je nog jarenlang werd achtervolgd door bepaalde misstappen. Echt hard bewijs was nooit voor die verhalen. Vrijwel niemand nam de moeite om foto’s in grote aantallen te ontwikkelen, om die met dikke lagen cellotape aan vele lantaarnpalen plakken. Tegenwoordig is dat – met de alom aanwezige smartphones – wel anders. Zodra er iets bijzonders gebeurt is er altijd wel iemand aan het filmen. Zonder moeite staat zo’n filmpje binnen enkele seconden online. Voor de komst van het internet kon je gewoon verhuizen. Enkele kilometers kon je gewoon als onbekende opnieuw beginnen. Met het internet, toch een wereldwijd fenomeen, werkt dat niet meer.

Toch vind ik het recht om vergeten overbodig. Immers gaat er ongeveer iedere dag wel weer een andere dronken manspersoon viral. Al die filmpjes verdwijnen binnen dagen van de voorpagina’s van de shockblogs, die grossieren in het voor schut zetten van mensen. Bovendien kun je voorkomen dat je ooit een viral gaat, door simpelweg geen dingen te doen waar je later spijt van krijgt. Dat is een wijsheid van alle tijden.

16/10/2012 App


Qua moderne communicatietechnologieën loop ik hopeloos achter. Ik kocht als allerlaatste Nederlander in 2007 een mobiele telefoon. Niet omdat ik graag een mobieltje wilde. Meer om van het gezeur van vrienden af te zijn over dat ik slecht bereikbaar was. Ik geloof niet dat ze me nu vaker kunnen bereiken, mijn telefoon staat chronisch op stil. Gelukkig kan de beller een bericht inspreken. Vreemd genoeg valt het bijna niemand op dat ik niet op voicemails reageer omdat ik ze nooit beluister.

Momenteel krijg ik continu de vraag waarom ik geen whatsapp of wordfeud heb. Het beschamende antwoord is dat mijn iPhone uit de prehistorie stamt. Die nieuwe apps werken dus helemaal niet op mijn telefoon. Daardoor mis ik allerlei groepsdiscussies op whatsapp en ettelijke digitale potjes scrabble. Nou ja, eigenlijk mis ik het niet want een discussie voer ik het liefst in levende lijve, inclusief de non-verbale communicatie. Dan hoef ik niet om de haverklap smileys in te typen om duidelijk te maken dat een opmerking ironisch bedoeld is. Een bordspelletje doe ik liever heel ouderwets gezamenlijk aan één tafel. Dat vind ik gezelliger dan in mijn eentje verwoed op een touchscreen te gaan zitten drukken.

Voor sommige spelletjes heb je helemaal geen app nodig. Songpop bijvoorbeeld, dat speel ik al jaren met mijn zus. Dan belt ze mij met de vraag van wie dat liedje met de tekst ‘Down, down, down. Down, down, down. Down, down, down’ ook alweer is. Ze zingt me dat dan voor. En omdat we in dezelfde jaren in beschonken toestand ons op de dansvloer bevonden, weet ik dan welk liedje zij bedoeld. ‘Die met dat pianoriedeltje ‘pom-pompadomdom, bedoel je?’. Google dan maar eens op een songtekst die bestaat uit het heel vaak herhalen van het woord ‘down’. Dan ontdek je dat zelfs de geniale algoritmen van Google beperkingen hebben. Vervolgens zing je het liedje maandenlang aan iedereen voor, om er achter de titel (iets met ‘down’ waarschijnlijk) en uitvoerende artiest te komen.

Sinds gisteren ben ik verwikkeld in een potje Songpop op een nog hoger level. ‘Eeeh, eeeh, wadeej, waladadaday, en wawade wa dadadaday, wai!’ zong mijn zus voor. Dat liedje heb ik al het hele weekend in mijn hoofd, en ho maar dat ik op de artiest kan komen.

Als ik iets technischer onderlegd was, ging ik meteen een voorzingapp programmeren en daar heel erg rijk mee worden.

21/03/2012 Ontvrienden


Over het algemeen ben ik geen early-adapter als het gaat om sociale netwerken op internet. Het gekrabbel op Hyves heb ik aan me voorbij laten gaan. Op Twitter staan slechts handjevol suffige tweets van mijn hand. Eigenlijk ben ik voornamelijk een trendsetter als het gaat om het opheffen van een social media account. Daarmee ben ik meestal een van de eersten. Dat komt doordat ik het zonde van de tijd vond die ik verspilde aan het onderhouden van online contacten, terwijl ik dan net zo goed in levende lijve met die mensen kon afspreken.

Ik heb me uiteindelijk toch aangemeld bij Facebook omdat ik constant allerlei belangrijke nieuwtjes misliep. Dan hoorde ik op een verjaardag dat een vage kennis al acht maanden in verwachting was. En ik wist van niets. Als enige. Omdat ik niet op Facebook zat. Tegen zoveel groepsdruk was ik niet bestand.

Positief aan Facebook vind ik het aanhalen van oude contacten. Alle oude klasgenoten vanaf 1982 kun je een vriendschapsverzoek doen. Je hebt toch een band met iemand als je op de peuterspeelzaal aan hetzelfde raam hebt gelikt. Het is bovendien geruststellend om te ontdekken dat die ontspoorde klasgenoot van de middelbare school, waarvan je zeker wist dat hij beroepscrimineel met talloze eigen wietplantages zou worden, getrouwd is, twee kinderen heeft en het tot filiaalchef van de plaatselijke C1000 heeft geschopt.

Het allerhandigst is Facebook als je, zoals ik, uit een grote familie komt. Je kunt onmogelijk geregeld contact houden met al je ooms, tantes en negenendertig neven en nichten. Daar heb je een dagtaak aan. Maar op Facebook heb je met een keer liken van een saaie vakantiefoto de familiebanden in no-time aangehaald.

Minder fijn zijn alle ongezellige afspraken met vrienden door Facebook. Die heb ik regelmatig wanneer iemand drukker is om het restaurant te taggen en van elke maaltijd een foto te plaatsen. Of je praat alleen met elkaar over recente statusupdates van anderen, in plaats van met elkaar bij te kletsen. In sommige gesprekken heb ik het gevoel het verhaal al eerder te hebben gehoord. ‘Dit heb ik al gelezen op Facebook,’ zeg ik dan om het bekende relaas te onderbreken. Dit levert dan meestal een ongemakkelijke stilte op.

Mijn voorlopige conclusie is dus dat je je beste vrienden op Facebook beter kunt ontvrienden. Facebook is vooral een geschikt medium voor al die mensen waarmee je liever enkel oppervlakkig contact wilt onderhouden.

29/06/2011 Autoreply


‘Fijn, een snelle reactie op mijn e-mail,’ is mijn eerste gedachte als ik een antwoord krijg op de zojuist verstuurde e-mail. Maar dan bedenk ik me dat het onmogelijk is om binnen enkele seconden na verzending een antwoord te formuleren. Het antwoord blijkt dan meestal een out of office bericht te zijn. Dat is het onheilspellende teken dat de zomervakantie is begonnen.

Veel van mijn collega’s denken dat het prettig is om buiten de schoolvakanties vrij te nemen. Collega’s met kinderen beginnen al medio december te klagen over de absurd hoge tarieven van campings en hotels in het hoogseizoen. En terug van vakantie zijn ze nauwelijks bijgekomen omdat het hotel overbevolkt was. Of er waren zoveel Nederlanders op de camping dat ze helemaal niet meer het gevoel hadden op vakantie te zijn in het buitenland.

Daar staat tegenover dat in de zomervakantie werken ook z’n nadelen heeft. Vlak voor vertrek naar een tropische bestemming, wensen mijn collega’s me fijne werkweken toe. En ze spreken de verwachting uit dat het vast heel rustig wordt. ‘Want er is bijna niemand aanwezig,’ zeggen ze er optimistisch bij. Toch komt die verwachting nooit uit. Het euvel is dat je altijd enkele collega’s mag vervangen. Je eigen takenpakket valt misschien mee in de zomermaanden, maar met nog twee of drie takenpakketten van anderen erbij, is het een stuk drukker dan normaal.

Het grootste minpunt is de vrijwel constante stroom aan out of office berichten die ik ontvang tijdens de zomer. Continu word ik er aan herinnerd dat er collega’s lekker in het zomerzonnetje zitten in zuid-Frankrijk, terwijl ik nog enkele maanden in een bedompt kantoor doorwerken mag totdat ik in september eindelijk vrij heb. Sommige collega’s verdenk ik er van met een sardonisch genoegen de tekst voor het automatische antwoord te hebben geperfectioneerd. De teksten lijken vooral bedoeld om hun afwezigheid goed in te wrijven bij die sukkels die de zomer doorwerken. “Ik ben tot 15 augustus héérlijk van mijn welverdiende vakantie aan het genieten. Als ik over zes weken terug ben uit Zanzibar, beantwoord ik je e-mail.”

Ik troost me maar met de gedachte dat wanneer al mijn zongebruinde collega’s terug komen van vakantie, ik nog een mooie reis voor de boeg heb, naar een warme bestemming in een hotel dat ik bijna alleen voor mezelf heb, tegen de helft van het geld dat mijn collega’s hebben betaald. Uit piëteit verzwijg ik dat in mijn out of office autoreply.

19/04/2010 Cabrio


Ik had niet gemerkt dat wij een auto tekort kwamen maar mijn vriend begon afgelopen maand opeens over een tweede auto. Amper een jaar geleden hadden we de vorige tweede auto de deur uitgedaan. Er moest zoveel aan gerepareerd worden dat de auto die investering niet meer waard was. Omdat er in het laatste jaar nauwelijks 250 kilometer mee was afgelegd, besloten we dat er geen tweede auto meer nodig was.

Met dit soort terloopse opmerkingen van mijn vriend moet ik altijd oppassen. Hij heeft eens in de twee á drie jaar een sterke behoefte aan vernieuwing. Volgens hem kan die vernieuwing van alles zijn: een andere baan, woning of auto. ‘Of een andere partner,’ denk ik dan want dat zegt hij – uit beleefdheid waarschijnlijk – er nooit bij. Een snelle rekensom leerde mij dat de vorige auto alweer twee jaar geleden was aangeschaft. Daarom besloot ik – vooral uit eigenbelang– om het kopen van een tweede auto aan te moedigen, ook al hadden we die praktisch gezien niet nodig. De milieufreak in mij protesteerde hevig maar won het niet van mijn innerlijke statisticus. Met een tweede auto voldoen wij weer aan de landelijke norm van minimaal 1,3 auto’s per huishouden. In mijn eeuwige drang om modaal te zijn vind ik dat een geruststellende gedachte.

Bij het zoeken op marktplaats naar een nieuwe auto bleek mijn vriend een verborgen agenda te hebben. Hij zat namelijk zomaar in de categorie ‘cabrio’s’ te zoeken. Van die tweezitters met een kofferbak waarin je geen kar boodschappen kwijt kan. In allerlei felle tinten geel of rood. Daar moest ik even van bijkomen. ‘Dit riekt wel heel erg naar een midlifecrisis,’ dacht ik. Daarvoor is hij – met 34 jaar– er vroeg bij. Dit vond ik alarmerend. ‘Hoeveel identiteitscrisissen zou hij dan tot zijn vijftigste nog krijgen?’ dacht ik daarna. Ik vroeg mij af of onze relatie zoveel oncontroleerbare hormonale drang tot verandering zou overleven. Ik hield vast aan de eerder gekozen overlevingsstrategie en stemde in met de aankoop van een cabrio.

Dus vanaf volgende week staat er een tweezitter bij ons voor de deur. ‘Er is voldoende bagageruimte voor twee kratten bier,’ vertelde mijn vriend me er enthousiast bij. De auto heeft een nogal degelijke grijze kleur. Er is dus nog een mogelijkheid om de auto op een later moment te laten overspuiten in een meer flitsende kleur. Hopelijk blijft mijn vriend hierdoor weer een paar jaar rustig.

RSS Feed | Contact | Privacystatement | © 2022 Paul Sinnema