Category “Stukjes”

08/06/2020

Doodverklaard

In deze tijden van dood en verderf valt me op dat er een gewoonte is om allerlei dingen dood te verklaren. Zo is volgens mediakenners televisie dood. En dat allemaal omdat er geen vijf miljoen kijkers tegelijkertijd de finale The Voice bekijken. Allemaal onzin want ik breng best veel tijd door voor een televisiescherm. Ik bedoel, ik heb Netflix bijna uitgekeken, alleen zetten ze er telkens weer nieuwe series en films op. Volgens mij kijk ik door de komst van Netflix wel minder naar de NPO, RTL of SBS. Dat komt simpelweg doordat er op Netflix meer series staan  die aansluiten op mijn interesses. Ik noem een Queer Eye, Russian Doll, The Haunting of Hill House en Fargo. Wat dan wel verleden tijd is? Dat ik om tien uur ’s ochtends veroordeeld ben tot het kijken van Koffietijd. Ik kijk ’s morgens om tien uur rustig – met een kopje koffie, dat wel – naar een bloederige horrorfilm. Ik bepaal wanneer ik wat kijk. Zelfs de persconferenties van Mark Rutte kijk ik later terug.

Ook een stille dood gestorven: de roman. ‘Na honderd jaar gaat de roman toch nog dood,’ stond er op de cover van de zaterdagkrant. Vreemd, want mijn boekenkast en e-book puilen bijkans uit van de romans. Op mijn nachtkastje ligt standaard een stapel van 3 verse boeken op voorraad, omdat ik het heerlijk vind om te lezen voor het slapen gaan. Toen ik tijdens de lockdown niet met vrienden kon afspreken, ging mijn consumptie van de letteren zelfs omhoog. Ik las in de afgelopen weken ‘Rustig aan, tijger’ van Joost de Vries, ‘Aristoteles & Dante ontdekken de geheimen van het universum’ van Benjamin Alire Sáenz, ‘Ook mijn holocaust’ van Maurits de Bruijn, ‘Kleine brandjes overal’ van Celeste Ng en ben net begonnen aan ‘Jaag je ploeg over de botten van de doden’ van Olga Tokarczuk.  Dus hoezo is de roman dood? In de boekhandel was het bovengemiddeld druk, zeker ten opzichte van de rest van de winkelstraat. Als er dan al minder romans gelezen worden dan komt het doordat het internet vol staat met goede bloggers die fijne stukjes publiceren (hallo, Henk van Straten). Ik schaar lezen nog steeds onder mijn favoriete hobby’s. Misschien ben ik slechts een reliek van de dood, om nog maar eens een bestseller te citeren.

Over bloggen gesproken, toen ik aan een vriend vertelde dat ik weer ging bloggen, adviseerde hij me om te gaan vloggen. ‘Bloggen is dood,’ zei hij. Omdat ik het ongemakkelijk vind om mezelf terug te zien en te horen, is vloggen niet echt mijn ding. Bijkomend voordeel: bij schrijven hoeft het niet in één take goed te zijn. Schrijven en schrappen is onderdeel van het plezier. Schrijven is sowieso mijn manier om orde in de chaos te scheppen. Als oldskool blogger begrijp ik ook dat ik in 2003 meer lezers had dan tegenwoordig in 2020. Voor bloggen geldt, net als voor televisie, dat het aanbod groter is.

En dan nog zoiets, de bekende personen die om de haverklap worden doodverklaard op internet. Een greep uit de laatste weken: Trump (onkruid vergaat niet), Madonna (springlevend maar muzikaal irrelevant) en Little Richard. Al bleek hij echt dood.

11/05/2020

Fastfood

Op Netflix staat een serie die een tijdscapsule is naar het pré-coronatijdperk. In ‘Nadiya’s Time To Eat’ heeft de presentatrice het steeds over het hebben van haast en dat we door het tijdrovende koken minder tijd doorbrengen met geliefden. In deze tijd van quarantaine klinkt dat als science fiction.

Sinds ik thuis ben opgesloten, breng ik meer tijd door met mijn lief dan me lief is. Het woord ‘haast’ spreek ik nooit meer uit. Wat wil je ook, de reistijd naar mijn werk is gedecimeerd naar een wandeling van een trap omhoog naar een oud bureau op de logeerkamer. Zonder een sportschool om mezelf in af te beulen, vrienden om mee af te spreken en winkels om naar toe te fietsen, heb ik zeeën van tijd over. Tijd die ik in theorie kan besteden aan het bereiden van een linksdraaiende yoghurt voor een trifle met achtentachtig laagjes.

Waarom ik dan uitgerekend nu verslingerd raak aan een kookprogramma met gezonde fastfoodrecepten, is mij ook een raadsel. Feit is dat ik vier uur languit op de bank heb gelegen om alle zeven afleveringen van ‘Nadiya’s Time To Eat’ te bekijken. Wat hielp is dat ik alle benodigdheden al in huis bleek te hebben. Nadiya kookt namelijk alleen met kant-en-klare ingrediënten uit blik, pot of de diepvries. Dat trof, want mijn principes over verwerkt voedsel gingen sinds de quarantaine overboord. Houdbaarheid staat voorop en ik kijk niet op een vitamine meer of minder. Ik ruilde de modderige, biologische winterpenen in voor een pot wortels. En hamsterde (naast een pallet toiletpapier) genoeg pakjes, potjes en blikjes om ieder keukenkastje en de diepvries mee af te toppen.

Voor Nadiya’s stressvrije recepten zijn diepvriesgroente essentieel. Zij zet een volwaardige, zelfgemaakte maaltijd op tafel waarbij doperwten ontdooien in het kokende water waarmee ze gedroogde noodles kookt. Kruiden erover. Klaar! Haar overkoepelende filosofie is dat je de energie van gezonde voeding vooral moet besteden aan alles, behalve koken. Haar recepten staan zo snel op tafel, dat ik er voor overwoog om van de bank te komen.

Ieder sluipweggetje om het koken in te korten past Nadiya toe. Bieten voor een pastasaus gaan in de blender. Voor het snipperen van een ui pakt zij de keukenmachine. Dat was een probleem. Mijn blender is lek. Het handvat van de mengkom is afgebroken. Omdat ik een prehistorisch model heb van twee jaar geleden, levert de fabrikant geen vervangende onderdelen meer.

Online verdwaalde ik in een woud van technische specificaties en gebruikerservaringen. De ene keukenmachine heeft geen blender, de ander vermaalt uien tot pulp in plaats van ze te snipperen. Daarvoor kocht je beter een aparte uiensnijder. Ergens in een digitaal winkelmandje wacht er een assortiment aan keukenmachines op mijn keuze.

Intussen voelden die snelle recepten al niet meer stressvrij.

27/12/2018

Seksdagboek

Een enorme spelfout in de titel van je boek zetten, je moet maar durven als auteur. Het getuigt dus van lef dat Heleen van Royen haar boek ‘sexdagboek’ noemt. Om esthetische redenen vindt zij dat beter op de cover uitkomen dan het correct gespelde ‘seksdagboek’. En dat dat terwijl er weinig esthetisch is aan seks. Het involveert zompige geluiden, rode hoofden en riekende lichaamssappen.

Verder vind ik Heleen’s seksdagboek baanbrekend. Het onderwerp seksleven komt nooit ter tafel in mijn  – verder diepgaande – gesprekken met bevriende stellen. Terwijl zij God mag weten wat voor dingen op diezelfde tafel hebben gedaan. Nee, stellen blijven geheimzinnig over zaken als frequentie, standjes en stoeipakjes.

Daarom vind ik het verfrissend dat Heleen wèl het achterste van haar tong laat zien over haar seksleven. Het achterste van haar tong toont ze ook vaak aan haar levenspartner Bart.  Ze laat hem, in het jaar dat ze haar seksdagboek bijhoudt, meestal in haar mond klaarkomen. Elke keer notuleert ze dat ze zijn sperma doorslikt. Behalve die keer dat Heleen aan intermitted fasting doet en zich zorgen maakt over hoeveel calorieën sperma bevat. Juist  van dat soort ontboezemingen, op het snijvlak van het seksleven en het leven van alledag, geniet ik het meest. Het seksdagboek staat er bol van. Zoals een terloopse zin waarin Heleen opmerkt dat zij haar vibrator op het nachtkastje kan laten liggen omdat de werkster vakantie heeft.

Ook verrassend: overdag is Heleen een feministische powervrouw maar ’s nachts is zij het liefst onderdanig. ‘Louter een lustobject,’ zoals Heleen dat literair-verantwoord verwoord. Favoriet is een standje waarbij Bart als een soort van geknielde ridder haar van achteren neemt. Dit standje beschrijft Heleen omstandig maar het is dusdanig complex dat een afbeelding, in de stijl van de Kamasutra, verhelderend was geweest.  

Bij vlagen geeft Heleen haar seksdagboek een feministisch toontje mee met feitjes over dat vrouwen slechts in 30 tot 50 procent klaarkomen van seks. Ik ben vergeten het exact te turven tijdens het lezen van het seksdagboek maar ik schat in dat Heleen procentueel vaker een orgasme heeft.  Bart voelt zich er comfortabel bij als Heleen er voor haar eigen genot een elektrisch aangedreven hulpstuk bij pakt.

Überhaupt vind ik hem galant tijdens de seks. Ondanks dat zij altijd instemt, vraagt Bart iedere keer om toestemming als hij in haar wil klaarkomen. In barre tijden van #metoo verdient hij daarvoor een standbeeld. In die ingewikkelde ridderpose graag. 

29/10/2018

Zomergast

De hele cultus rondom Zomergasten, dat een soort rijksmonument van de nationale televisie is, daar begrijp ik geen snars van. Ja, de nietszeggende diepte-interviews van 60 seconden, die De Wereld Draait Door populair heeft gemaakt, ben ik ook helemaal beu. Maar drie uur lang kijken en luisteren naar het gemijmer van één gast, dat vind ik ondoenlijk. Thank God voor YouTube, waarop de VPRO samenvattingen van Zomergasten in 5 minuten plaatst. Speciaal voor millenials en andere mensen met de aandacht spanne van een fruitvlieg. Dankzij die compilaties praat ik toch over Zomergasten mee.

Gisteren belandde ik per ongeluk middenin een live-aflevering van Zomergasten. Eric Wiebes was de hoofdgast. Ik vond het verrassend om eens de menselijke kant van een VVD-politicus te zien, dus bleef ik hangen. Ik vergeet weleens, door hun harteloze standpunten over de afschaffing van de dividendbelasting en het aanhouden van de gaswinning, dat VVD-politici een hart hebben. Eric Wiebes, als mens, stond centraal in de uitzending. Ik verbaasde me over dat hij als hardwerkende minister zijn zomer vult met met raften, mountainbiken en het wandelen van de Appalachian trail met een tentje van 560 gram in zijn rugzak.

‘Waar haalt een mens, met een geestdodende baan als opperambtenaar, zoveel levensenergie vandaan?’ vroeg ik me af. Wiebes gaf als reden voor zijn levenslust dat zijn vader en opa beiden al rond hun dertigste levensjaar zijn overleden. Dat maakt dat hij een zekere haast heeft met leven. Die levensinstelling snap ik omdat mijn moeder ook jong overleden is. Ik ben er, net als Eric, van doordrongen dat er geen garantie is dat morgen komt.

Ik zag de overeenkomsten in mijn levensloop met die van Wiebes. Zijn grenzeloze optimisme en dat hij harder gaat werken bij tegenslagen. Allebei hebben we een flitscarrière gemaakt. Het avontuur dat we beiden opzoeken tijdens vakanties. En de fragmenten die hij uitkoos van Grand Designs tot Kreatief met Kurk, het zijn allemaal programma’s die ik zou selecteren als ik ooit als hoofdgast van Zomergasten word uitgenodigd. Ik voelde een zeker verwantschap met Eric Wiebes.

Maar toen begon hij een betoog over loodgieters die liever naar voetbal gaan dan naar toneel. Dat de ene hobby niet beter is dan de andere en de cultuursector daarom geen subsidie verdient. ‘En alle kosten van de inzet van politie bij voetbalwedstrijden dan, Eric?’ riep ik naar de televisie. Hij was op slag weer in een VVD-politicus veranderd.

08/09/2018

Kernwaarden

‘Wat zijn jouw kernwaarden?’ vroeg men tijdens een seminar. Ik had geen flauw benul. De kernwaarden van mijn werk, die ken ik uit mijn hoofd. Kernwaarden leken mij meer iets voor gezichtsloze conglomeraten, waar al het werk door computers wordt gedaan, en die dus kernwaarden formuleren om het bedrijf smoel te geven. Waar ik zelf voor sta, dat moest ik nog bedenken.

Stom want naast dat kernwaarden in zwang zijn, zijn ze ook best handig. Als je keuzemogelijkheden naast jouw kernwaarden legt dan hak je elke knoop zo door, beloofde men. Dat klonk logisch. Het leek mij heerlijk om minder te piekeren over belangrijke beslissingen. Om tot mijn kernwaarden te komen, kreeg ik de opdracht bij om bekenden te bellen met de vraag om in 1 woord te omschrijven. Ik vond het eng maar ik deed het. Ik belde vrienden, familie, collega’s en zelfs ex’en.

Tot mijn verbazing leverde het een coherent lijstje op. Ik ben, volgens anderen, betrokken, eerlijk en vastberaden. Zelf voegde ik daar ‘licht’ aan toe omdat ik van elke zwaarmoedige situatie de humor inzie.

Mijn kernwaarden komt me van pas bij de meest onverwachte momenten. Bijvoorbeeld toen ik laatst op een terras een prijzige ananas-mango-smoothie bestelde. Vanaf de eerste slok overheerste de smaak van sinaasappelsap. Misschien had er tijdens de bereiding van de smoothie een mango en ananas in de buurt van de blender gelegen, ik kon geen van beiden proeven. Eerder had ik, na lang twijfelen, er voor gekozen om mijn mond te houden. Die arme serveerster kon het immers ook niet helpen dat de kok geen vruchten van elkaar kan onderscheiden. Maar daarna had ik aan vrienden wèl over mijn teleurstellende ervaring bij het café verteld. Zonder dat ze van mij de kans hadden gekregen om hun fout te herstellen. Dat  is ongepast voor iemand met de kernwaarde ‘eerlijk’.  Dus besloot ik er wat van te zeggen.

In overleg met een collega wimpelde de serveerster me af met de mededeling dat ‘sinaasappelsap de basis is van alle smoothies’. Ik vroeg om de rekening. Na het afrekenen van de smoothie ging ik heel vastberaden, wat toevallig ook een van mijn kernwaarden is, precies één tafeltje verderop zitten. Op het aangrenzende terras van de concurrent. Daar heb ik de rest van de middag, zoals het oorspronkelijke plan was, lekker in de zon gezeten. Met een drankje en een bittergarnituur erbij.

Het voelde goed om mijzelf zo in mijn kernwaarden te laten.

02/09/2018

Mezelf

De verkiezing van Donald Trump tot president is allemaal onze eigen schuld. Volgens psycholoog Steven Pont komt het doordat we alleen aan onszelf denken. Hij zegt dat we het collectieve belang uit het oog zijn verloren. ‘Beschaafde mensen zijn niet zichzelf maar passen zich aan,’ schrijft hij in een prikkelend opiniërend artikel in de Volkskrant.

Onder het mom van zelfontwikkeling, heb ik me juist net afgezet tegen alle conventies die de samenleving mij opdringt. Het voelt als een bevrijding. Ik prent mezelf telkens in dat het mooiste dat ik kan worden mezelf is. En dan pleit zo’n psycholoog, die ik als verstandige mensen beschouw, ervoor dat ik moet stoppen met ‘lekker mezelf zijn’.

Steven Pont onderbouwt zijn mening met een pakkend voorbeeld: Donald Trump. Die doet precies wat hij wil en ontslaat iedereen die hem tegenspreekt. Natuurlijk vind ik het ook verderfelijk dat een democratisch gekozen leider schijt heeft aan de mening van de meerderheid en zijn mening verheft tot de waarheid. Maar Steven Pont vindt Trump precies de leider die onze vrije wereld, waarin iedereen zichzelf mag zijn, verdient. Want Donald Trump is volkomen zichzelf.

De psycholoog stelt dat de cultuur van ‘jezelf kunnen zijn’ is doorgeschoten. Onze sociale vaardigheden hebben we juist om voor het collectieve belang te denken, in plaats van alleen aan jezelf. Hij illustreert dat diezelfde sociale vaardigheden zorgen daten we ons netjes aan de verkeersregels houden. Of keurig achteraan de rij voor de kassa aansluiten.

Nu sluit ik allang niet meer braaf achteraan aan in de rij voor de kassa. Albert Heijn heeft namelijk zelfscanners. Steven Pont vindt het zelfscannen vast een uitwas van de geïndividualiseerde samenleving, maar ik word er een beter mens van. Ik heb geen geduld voor bejaarden die tergend langzaam hun boodschappen op de band zetten. En gesprekken aanknopen met kassameisjes omdat zij wanhopig verlegen zitten om contact. Misschien schiet ik door in het opkomen voor mijn eigen belangen maar ik heb wat beters te doen dan nodeloos lang wachten in een rij.

Ik vind het uitstekend dat er zoveel aandacht is voor ‘jezelf zijn’. Mijn ervaring is dat als je goed voor jezelf bent, je ook goed voor anderen kunt zijn. ‘Ga op zoek naar degene die je voor je medemens wilt zijn,’ schrijft de psycholoog ergens in het artikel. Dat vind ik een mooi streven. Op de voorwaarde dat ik, bij vlagen, met niemand rekening hoef te houden en lekker mezelf mag zijn.