29/06/2011 Autoreply


‘Fijn, een snelle reactie op mijn e-mail,’ is mijn eerste gedachte als ik een antwoord krijg op de zojuist verstuurde e-mail. Maar dan bedenk ik me dat het onmogelijk is om binnen enkele seconden na verzending een antwoord te formuleren. Het antwoord blijkt dan meestal een out of office bericht te zijn. Dat is het onheilspellende teken dat de zomervakantie is begonnen.

Veel van mijn collega’s denken dat het prettig is om buiten de schoolvakanties vrij te nemen. Collega’s met kinderen beginnen al medio december te klagen over de absurd hoge tarieven van campings en hotels in het hoogseizoen. En terug van vakantie zijn ze nauwelijks bijgekomen omdat het hotel overbevolkt was. Of er waren zoveel Nederlanders op de camping dat ze helemaal niet meer het gevoel hadden op vakantie te zijn in het buitenland.

Daar staat tegenover dat in de zomervakantie werken ook z’n nadelen heeft. Vlak voor vertrek naar een tropische bestemming, wensen mijn collega’s me fijne werkweken toe. En ze spreken de verwachting uit dat het vast heel rustig wordt. ‘Want er is bijna niemand aanwezig,’ zeggen ze er optimistisch bij. Toch komt die verwachting nooit uit. Het euvel is dat je altijd enkele collega’s mag vervangen. Je eigen takenpakket valt misschien mee in de zomermaanden, maar met nog twee of drie takenpakketten van anderen erbij, is het een stuk drukker dan normaal.

Het grootste minpunt is de vrijwel constante stroom aan out of office berichten die ik ontvang tijdens de zomer. Continu word ik er aan herinnerd dat er collega’s lekker in het zomerzonnetje zitten in zuid-Frankrijk, terwijl ik nog enkele maanden in een bedompt kantoor doorwerken mag totdat ik in september eindelijk vrij heb. Sommige collega’s verdenk ik er van met een sardonisch genoegen de tekst voor het automatische antwoord te hebben geperfectioneerd. De teksten lijken vooral bedoeld om hun afwezigheid goed in te wrijven bij die sukkels die de zomer doorwerken. “Ik ben tot 15 augustus héérlijk van mijn welverdiende vakantie aan het genieten. Als ik over zes weken terug ben uit Zanzibar, beantwoord ik je e-mail.”

Ik troost me maar met de gedachte dat wanneer al mijn zongebruinde collega’s terug komen van vakantie, ik nog een mooie reis voor de boeg heb, naar een warme bestemming in een hotel dat ik bijna alleen voor mezelf heb, tegen de helft van het geld dat mijn collega’s hebben betaald. Uit piëteit verzwijg ik dat in mijn out of office autoreply.

28/04/2011 Resort


Voor het geval dat iemand mij op straat ziet lopen en vreest dat ik aan een acute vorm van obesitas lijd, ik kan je gerust stellen, er is niets ernstigs aan de hand. Ik ben inderdaad vijf kilo aangekomen sinds je me twee weken geleden zag. Dat komt doordat ik pas terug ben van een all-inclusive vakantie. Maak je dus vooral geen zorgen. Dat heb ik namelijk ook gedaan in de afgelopen weken, tijdens mijn verblijf op zo’n resort waar alles bij de hand is en je op je wenken bediend wordt. Omdat het mij aan niets ontbrak kon ik geen enkele zinnige reden om me buiten het hotelterrein te begeven.

Helaas was het inpakken vooraf niet zo ontspannend. Thuis had ik zorgvuldig mijn koffer ingepakt met kleding die voor resort-wear moest doorgaan. Dit klinkt makkelijker dan het in werkelijkheid is. Want je kunt natuurlijk niet in een door chloor en zon verbleekte zwembroek van twee jaar geleden op een strandstoel neerploffen. Er zijn tegenwoordig zelfs modeontwerpers die speciale collecties met resort-wear hebben.

Ik wilde voorkomen dat ik de uitstraling had van een tevreden Duitser, die met een over zijn zwembroek puilende bierbuik in zijn zojuist gegraven kuil zit. Ik wilde niet afsteken tussen de zongebruinde mensen, met platte buiken en erg witte tanden, die ik me bij een gemiddeld resort voorstelde. En mijn outfit moest er niet al te gekunsteld uitzien. Dat past niet bij een zorgeloze vakantie. Ik was op zoek naar kledingcombinatie die zowel comfortabel als chic was, in een palet van zomerse kleuren.

Een blik in mijn kledingkast leerde me dat mijn zomerkleren vooral uit verwassen kleuren bestonden. Dus stond ik op de dag voor vertrek nog in de H&M om nieuwe kleren te kopen (mijn portemonnee kan zich helaas geen designerkleding veroorloven). Op mijn bleke huid en onder de tl-verlichting in het pashokje, was het lastig beoordelen welke kleding geschikt was voor een zonvakantie.

Eenmaal op het resort bleek ik er tiptop gekleed bij te liggen. Maar ik vroeg me af wat ik na terugkomst in Nederland met deze kleren ging doen. Ik draag, behalve op het strand, nooit een witte linnen broek of mouwloze hemdjes. In Nederland ga ik echt nooit liggen koukleumen op een overbevolkt strand. Dat probleem loste zichzelf echter op. Na twee weken luieren en overmatig eten, pas ik in bijna geen enkel van de nieuw aangeschafte kledingstukken meer.

11/05/2010 Metroseksualiteit


Tot op het allerlaatste moment bleef ik hopen dat het allemaal zou overwaaien maar de aswolk bleef boven Schiphol hangen. Twee weken geleden had ik in het vliegtuig willen stappen om naar een luxe hotel in Turkije te vliegen. Om aldaar op mijn wenken te worden bediend terwijl ik in de zon hoogstaande literatuur zou lezen. Maar dat voorjaarsritueel om bij te komen van een winterdepressie ging niet door.

Op mijn werk kreeg ik al vergaderverzoeken die midden in mijn vakantie vielen. De uitnodigingen waren in de trant van ‘mocht je toch niet vliegen dan hoef je dit overleg niet te missen’.  Ik raakte daardoor alleen maar meer vastberaden om op vakantie te gaan. Bovendien las ik ergens las dat je meer tijd doorbrengt met je collega’s dan met jouw partner. Toen begon het mij te dagen waarom ik mijn collega’s behoorlijk beu was. Al een half jaar had ik geen vakantiedag meer opgenomen. En in tegenstelling tot mijn partnerkeuze, heb ik geen inspraak gehad bij het aannemen van de collega’s waarmee ik dagelijks samenwerk. Daar zouden de vakbonden eens werk van moeten maken nu er geen loonsverhoging in zit door de recessie.

Ik had dus vooraf al nagedacht over een vervangende vakantie. Onder voorbehoud van het afgelasten van de vlucht had ik een vakantiehuis in Toscane geboekt. Op het tijdstip dat wij eigenlijk naar het vliegveld zouden vertrekken, reden wij naar Italië. Qua weersverwachting was het daar vergelijkbaar aan de Turkse kust.

Bij aankomst bleek dat Italië op meer vlakken een waardig alternatief was voor Turkije. Italianen zijn, net als de Turken, levensmoe. Dat bleek vooral uit hun weggedrag. Inhalen op plaatsen waar je tegenliggers absoluut niet ziet aankomen, is daar een gewoonte. Verkeerslichten worden steevast gezien als vrolijk gekleurde straatverlichting en verder totaal genegeerd.  Het zal iets met het vurige, zuidelijke temperament te maken hebben.

Een andere overeenkomst is dat de Italiaanse mannen minstens even behaard zijn – op hoofd, borst en rug – als een Turk.  De Italiaan heeft echter perfect getrimde gezichtsbeharing en haardrachten waar urenlang op geföhnd is, als je het mij vraagt. De Italiaanse macho’s zich te bewust zijn van hun uiterlijk, dat vind ik jammer. In Turkije weten de mannen zich gewoon nog geen raad met al dat haar.  Volgend jaar ga ik weer genieten van het ongerepte Turkse mannelijk schoon, voor zolang dat het nog duurt. Want de mondiale rage die metroseksualiteit heet zal ooit overwaaien naar het Midden-Oosten.

21/03/2010 Oor


Vraag een toerist waarvoor hij naar Amsterdam reist en je krijgt antwoorden in de orde van tulpen, de Hollandse meesters, wiet en de Wallen. Die laatste twee zijn waarschijnlijk de belangrijkste redenen voor het bezoek aan Nederland. Maar het is verstandig om, als je er dan toch bent, wat musea te bezoeken. Dan zijn de vakantiefoto’s (of een selectie daarvan) ook geschikt om aan je ouders te laten zien.

Omdat ik niet opgewonden raak van schaars geklede vrouwen die goed uitgelicht zijn, sla ik de Wallen meestal over. Ook voor wiet hoef ik niet naar Amsterdam. De enige keer dat ik wiet heb gerookt, merkte ik er bar weinig van. Gelukkig houd ik ervan om urenlang rond te dwalen in musea dus is er voor mij genoeg te beleven in Amsterdam. Dat heb ik als puber ontdekt toen ik het Rijksmuseum bezocht om research te doen voor een werkstuk voor het vak Geschiedenis. Daarvoor moest ik een werkstuk schrijven over een facet van de historie van Nederland. Het leek mij voor de geschiedenisleraar prettig dat tenminste één werkstuk niet over de Tweede Wereldoorlog zou gaan. Daarom, en omdat ik een berekenende puber was die dacht dat het een hoger cijfer zou opleveren, schreef ik een werkstuk over Rembrandt. Eerst wilde ik het over Van Gogh doen maar door het afgesneden oor leek me dat te deprimerend. Sindsdien heb ik het Van-Goghmuseum angstvallig vermeden.

Tijdens mijn laatste bezoek aan Amsterdam ontkwam ik er niet aan. Vrienden van mij wilden naar het Van-Goghmuseum dus ging ik mee. Het bleek dat Vincent tijdens zijn leven als kunstenaar nooit is begrepen. Ik begreep waarom. Zo zien de gezichten van de geschilderde mensen op het schilderij  ‘De Aardappeleters’ er aardappelachtig uit. Trok dit mislukte schilderij werkelijk honderdduizenden toeristen per jaar? Het schilderen zal als uitlaatklep therapeutisch zijn geweest voor van Gogh, goed onder de knie heeft hij de schildertechnieken nooit gekregen. Alleen de schilderijen met bloemen erop vond ik aardig.

Mijn conclusie was dat Vincent van Gogh een verdienstelijk schilder van bloemetjesbehang was geweest. ‘Moet je dan niet minstens één meesterwerk hebben geproduceerd om een eigen museum te verdienen?’ vroeg ik me hardop af. ‘Cultuurbarbaar,’ siste een vriend mij boos toe. Ik voelde me net zo onbegrepen als Vincent zich als schilder moet hebben gevoeld.

De volgende keer in Amsterdam, ga ik toch maar aan de wiet. Of naar de Wallen.

RSS Feed | Contact | Privacystatement | © 2022 Paul Sinnema