Category “Persoonlijk”

18/01/2016

Poepen

De buurt spreekt er collectief schande van, maar ik ben vol bewondering voor de pakketbezorger die bij ons in de straat op klaarlichte dag in de zandbak heeft gepoept. Dat wil ik ook durven: schaamteloos een drol draaien. Zonder nadenken over wat anderen daarvan vinden. Natuurlijk ken ik het aloude argument dat elk levend wezen poept. Ondanks dit besef blijft het drukken voor mij minstens zo beschamend, vooral wanneer ik in het gezelschap van anderen ben.

Het gedeelde toiletgebouw is de voornaamste reden dat ik weiger te kamperen. Of met een toiletrol onder de arm de halve camping over te flaneren. In een restaurant stel ik het toiletbezoek altijd uit totdat ik thuis ben. Als je samenwoont heb je beperkte privacy. Gelukkig werd het bouten – na een gênante eerste keer – steeds makkelijker. Mijn vriend en ik hebben wèl strikte ongeschreven regels voor het toiletbezoek. De verdeling is dat hij boven naar de wc gaat. Ik gebruik het toilet beneden. Verder vermijden we stoelgang als gespreksonderwerp. In een relatie is openheid een groot goed, maar sommige dingen moet je gewoon voor jezelf houden.

Met een fulltime baan is er geen ophouden aan als je continu op kantoor bent. Daarom heb ik vaste rituelen ontwikkeld om me zo onopvallend mogelijk te ontlasten. Ik camoufleer het doen van een grote boodschap met het ophalen van een kop koffie.

Alleen de timing blijft lastig. Ik kan onmogelijk ongegeneerd plonsen als een deur verderop er iemand meeluistert. Want daarna sta je met diezelfde collega in een ongemakkelijke stilte je handen te wassen. Misschien moet ik eens proberen om die gespannen sfeer te doorbreken met een luchtig praatje (‘Zo, dat luchtte op!’). Voorlopig is mijn tactiek om net zolang te blijven zitten totdat de ander heeft doorgetrokken.

En wanneer ik – na een Mexicaanse bonenschotel – verwacht dat er een doordringend luchtje aan zit, of buikkrampen heb die altijd resulteren in knetterende spetterpoep, dan ga ik naar een wc op een andere verdieping. Bij voorkeur op een afdeling waar ik niemand ken. Om na afloop ongezien weg te sluipen naar mijn eigen werkplek.

De pakketbezorger werd na aandacht van de lokale pers ontmaskerd. Al vind ik dat hij ten onrechte zoveel shit over zich heen krijgt. Zonder ‘n toilet in de bestelbus, snap ik best dat hij de zandbak als menselijke kattenbak gebruikte. Tijdens werktijd ontlasten we allemaal weleens, nietwaar? Geen enkele reden om daarover bekakt te doen.

06/12/2015

Boycot

Hopelijk is iedereen alweer uitgekeken op alle fijne cadeaus die de Sint gisteren heeft gebracht, want het is alweer hoog tijd om je verlanglijstje voor de Kerstman op te stellen. Zelf heb ik nog een ongerepte verlanglijst over. Sinterklaas heeft bij mij geen cadeautjes gebracht. Dit jaar heb ik de Sinterklaasviering overgeslagen omdat de zwartepietendiscussie voor mij toch enigszins de feestvreugde drukt. De koloniale symboliek van Zwarte Piet is als kind volkomen langs mij heen gegaan. Maar onderhand kan ik geen Piet meer zien zonder aan slavernij te denken. De goedheiligman lijkt dus zo heilig niet meer. Want waar stoom is, schept een stoker kolen in de ketel. En aangezien de stoomboot helemaal vanuit Spanje komt, ligt het op de loer dat ik aan het piekeren sla over de naleving van de arbeidstijdenwet. Enfin, sinterklaasdag wordt van dat soort gedachten stukken ongezelliger.

Wat niet helpt is dat ik weinig begrijp van de argumentatie in de jarenlang voortslepende discussie: ‘Zwarte Piet hoort bij Nederland, me zoon houd van de pieten.’ Als iemand er op gebrand is om het Nederlandse cultuurerfgoed te behouden, lijkt het mij zaak om eerst te stoppen met het verkwanselen van de Nederlandse grammatica. Pas als iemand in correct Nederlands zijn mening verwoordt, ben ik in staat om zijn argumenten serieus te nemen.

Volgens mij zijn het vooral de ouders die uit nostalgische overwegingen zwarte piet willen behouden. Zodra er onderzoeksresultaten worden gepubliceerd waaruit blijkt dat jonge kinderen Zwarte Piet eerder associëren met een clown dan met donkergekleurde mensen, delen fanatieke papa’s en mama’s dat meteen op social media. Er is dringend onderzoek nodig naar van wie kinderen het liefst een cadeautje krijgen. Een kind maakt het, vermoed ik, geen snars uit welke huidskleur de bezorgpiet heeft. Zolang hij maar een grote jutezak vol cadeautjes meebrengt.

Het spijt me dat ik met bovenstaande uiteenzetting jouw kerstvoorbereidingen ruw verstoor. Ik ben er bewust vroeg bij om de eerste aanzet te geven voor het pietendebat van 2016. Binnen vijf dagen lossen politici wereldwijde klimaatproblemen op. Of sluiten ze vredespacten om bloedige oorlogen te stoppen. Dan lijkt het me haalbaar om voor de volgende intocht van sinterklaas een oplossing te vinden voor het zwartepietenprobleem. Of er zit niets anders op dan dat we Sinterklaas met een welverdiend pensioen sturen.

Blijft er nog één ingewikkeld vraagstuk over: hoe komen overbezorgde ouders straks hun avonden door als de zwartepietendiscussie gestopt is?

28/11/2015

Feestdag

Het was mij helemaal ontgaan maar vandaag ontdekte dat ik gisteren een feestdag gemist heb. Ik had in mijn e-mail een aantal wervende nieuwsbrieven staan van mijn favoriete winkels. Onder vermelding van de kortingscode ‘BLK15’ kon ik met kortingen tot 15% online producten bestellen. En die werden dan precies op vrijdag bezorgd. Ter ere van ‘Black Friday’. Daar had ik nog nooit van gehoord. Ik kon me niet voorstellen dat er iemand in Nederland op een nieuwe feestdag zit te wachten met racistische connotaties.

Daar vergiste ik me dus in. Want in geen van de zaterdagochtendkranten stond berichtgeving over demonstraties tegen deze discriminatie. ‘Zie ginds komt…. black friday,’ kopte de Telegraaf boven een piepklein artikel over deze Amerikaanse koopdag. Niemand met een donkere huidskleur valt dus over de naam ‘Black Friday’. Ook heb ik geen enkele krenterige Hollander horen klagen over de teloorgang van het Nederlandse cultuurerfgoed, vanwege deze uit het buitenland overgewaaide feestdag. ‘Voor wat korting gooien we allemaal onze principes overboord,’ dacht ik. Het bewijs dat huidskleur echt geen verschil maakt.

Omdat ik ook niet ongevoelig ben voor advertenties met kreten als ‘korting’ en ‘eenmalig voordeel’ er in, besloot ik me voor volgend jaar alvast voor te bereiden. Black Friday valt jaarlijks op de dag na Thanksgiving. Op Thanksgiving danken de Amerikanen voor allerlei goede dingen in hun leven. Een potsierlijke feestdag waarvoor ik hartstochtelijk dankbaar ben dat we deze in Nederland overslaan. Op Black Friday hebben de meeste Amerikanen vrij en begint men traditioneel met de eerste kerstaankopen. Dus proberen slimme winkeliers klanten te lokken met het aanbieden van beperkt voorradige artikelen tegen lage prijzen.

Noem me een pietlut, maar het lijkt mij logisch dat ‘Zwarte Vrijdag’ in Nederland dan traditiegetrouw valt op de vrijdag na Sinterklaas. Als het pas is toegestaan om de kerstboom op te zetten nadat Sinterklaas is vertrokken, waarom mag je dan al eerder aan de kerstinkopen beginnen? Maar nee, de Nederlandse winkeliers liften graag mee op het succes van dit Amerikaanse kerstfestijn. Dat vond ik erg respectloos naar onze goedheiligman toe.

Ergens was ik teleurgesteld dat ik zoveel aanbiedingen was misgelopen. Dus spoedde ik me een dag te laat naar de binnenstad. Misschien kon ik mijn koopwoede nog botvieren op wat afgeprijsde restpartijen. Tot mijn verwondering kreeg ik overal nog steeds 15% korting. Op een gewone, vreugdeloze zaterdag. Omdat de uitverkoop was begonnen. Black Friday is dus een bijzonder alledaagse feestdag.

15/11/2015

Worst

De HEMA verandert volgens mij steeds meer in een kopie van de Action en de Big Bazar, en dat vind ik geen verbetering. Het assortiment van deze succesformules is zo spotgoedkoop dat het onmogelijk van goede kwaliteit kan zijn. Ik verdenk deze winkelbedrijven er van dat ze alle aanbiedingen onder malafide omstandigheden laten produceren. Een fleecevest voor de bodemprijs € 6,95 is enkel mogelijk als deze door kinderhandjes in elkaar is genaaid. Gelukkig maken de ketens dat goed door goedkope knutselspulletjes aan bevoorrechte westerse kinderen te verkopen. Als kinderloze man heb ik dus niets bij de Action of de Big Bazar te zoeken. En doordat de HEMA wanhopig probeert te concurreren met deze wanstaltige prijsvechters, merk ik dat ik er steeds minder vaak kom.

Voor de wekelijkse boodschappen sloeg ik de HEMA altijd over, omdat de vernieuwingsdrang van de HEMA de versafdeling heeft overgeslagen. Tenminste, op wat hippe flesjes wortelmangosap en een biologisch roseetje na. Verder verkoopt de HEMA vooral verse vleeswaren, en de onvermijdelijke rookworst. Oninteressant voor een vegetariër als ik. Niettemin kwam ik vroeger meerdere keren per jaar bij de HEMA. Meestal kwam ik er om groots in te slaan. Dekbedovertrekken, tafelkleden theedoeken, handdoeken en vaatdoekjes kocht ik allemaal daar. Ook voor boxershorts, sokken en basic t-shirts was de HEMA mijn favoriete adres. Ik heb stellig de indruk dat HEMA mij graag vaker in de winkel zag dan voor dergelijke onregelmatige inkopen. Daarvoor hanteerden ze alleen een vreemde vorm van klantenbinding.

Ongeveer 3 maanden nadat ik voor de laatste keer voor ruim honderd euro aan onderkleding had gekocht bij de HEMA, vielen de eerste gaten in de t-shirts. Voor de boxershorts gold hetzelfde: bij de naden vielen er gaten in, plus het elastiek aan de bovenkant begon te rafelen. Dat was ik niet gewend als trouwe HEMA-klant, dus stuurde ik een bericht naar de klantenservice. ‘Wij vinden het zeer spijtig om te horen dat de onderbroeken sneller slijten dan gebruikelijk is,’ schreef de HEMA. Men beloofde plechtig het door te geven aan de ‘verantwoordelijke afdeling’. Ze boden geen enkele vorm van compensatie aan. Ik verwachtte geen geld terug, maar een beetje korting op een volgende aankoop had ik aardig gevonden.

De HEMA is mij als vaste klant kwijt. Voortaan koop ik nieuw keukentextiel bij dat andere noodlijdende Nederlandse winkelbedrijf: de Blokker. Voor mijn ondergoed zoek ik nog een geschikte winkel. Eentje waar het ondergoed niet naar rookworst ruikt.

08/10/2015

GTA 5

Ik: ‘Wat ben je aan het doen?’
Hij: ‘Gewoon. Een spelletje’
Ik: ‘Ben je toevallig Grand Theft Auto 5 aan het spelen?’
Hij: ‘Hm.’
Ik: ‘Ben je nog niet uitgespeeld? Je speelt dit al dagenlang.’
Hij: ‘Er zijn elke keer weer nieuwe dingen te bereiken.’
Ik: ‘Wat voor nieuwe dingen dan?’
Hij: ‘Ik kan altijd een nieuwe auto kopen. Of een groter appartement’
Ik: ‘Maar het punt van Grand Theft Auto is toch dat je auto’s steelt? Waarom koop je dan een auto?’
Hij: ‘De gaafste, stoerste auto’s hebben een tracker dus die kan ik niet langere tijd bewaren.’
Ik: ‘Oh.’

Hij: ‘En je kunt de dure, gestolen auto’s niet upgraden.’
Ik: ‘Is die Ford Mustang waarin je nu rijdt dan van jou?’
Hij: ‘Ja.’
Ik: ‘En die heb je gekocht met geld dat je in het spel hebt verdient?’
Hij: ‘Ja.’
Ik: ‘En heb je er zelf die achterlijk grote uitlaat en absurde spoiler er onder gemonteerd?’
Hij: ‘Hm.’
Ik: ‘Moet je voor die accessoires ook zelf betalen?’
Hij: ‘Hm.’
Ik: ‘Hoe kom je aan zoveel geld?’
Hij: ‘Die verdien je met crimineel getinte opdrachten.’
Ik: ‘Wat bedoel je met crimineel?’
Hij: ‘Drugsdeals, liquidaties, bankovervallen, dat soort dingetjes.’
Ik: ‘Doe je in opdracht van die kalende man die telkens terugkomt in het spel?’
Hij: ‘Je bedoelt Lester?’
Ik: ‘Weet ik veel hoe hij heet? Die creep. Die oudere man met die enorme bril die telkens door het beeld sloft.’
Hij: ‘Lester is een van de meest capabele misdadigers, hoor. Je kunt bij hem altijd goed geld verdienen.’
Ik: ‘Geld waarmee je dan een fictieve auto oppimpt?’
Hij: ‘Hm.’
Ik: ‘Geeft dat een goed gevoel dan dat je mensen omlegt voor materiële dingen?’
Hij: ‘Je moet voor de missies verdomd behendig zijn. De mooie auto’s zijn voor mij de beloning.’
Ik: ‘Ja, leuk om constant onschuldige mensen uit hun auto te trekken.’
(stilte)
Ik: ‘Ik begrijp het gewoon niet waarom je zoveel tijd aan nepgeld en fictieve auto’s spendeert.’
(stilte)
Ik: ‘In die tijd had je ook de winterbanden onder onze auto kunnen zetten. Een auto die, zeg maar, echt bestaat.’
(stilte)
Ik: ‘Dat geeft ook veel voldoening.’
Hij: ‘Maar dat is FUCKING STATION CAR, snap je? Ik sleutel in GTA5 aan een echte MacLaren, mijn droomauto. Dat is het verschil! En nu moet ik verder, ik moet voor Lester een bom stelen uit een onderzeeër.’

02/10/2015

Kratfiets

Met een twee-onder-een-kapwoning, een echtgenoot & een beleggingshypotheek kwam ik een aardig eind, maar sinds gisteren ben ik een volmaakte burgertrut, want ik heb een kratfiets gekocht.

Sinds kort kan ik, vanwege een langere reisafstand, geen dagelijks fietstochtje meer maken naar mijn werk (tenzij ik bereid ben om rond middernacht al te vertrekken om rond half negen op kantoor te zijn). Daarom vatte ik het idee op om voortaan op de fiets naar de supermarkt te gaan. Het fietsen en sjouwen met zware boodschappentassen is bedoeld als alternatieve vorm van lichaamsbeweging. Mijn plan om de boodschappen fietsend te vervoeren had alleen ‘n kleine complicatie. Ik slinger zonder boodschappen al breeduit over de weg en vlieg moeiteloos uit een flauwe bocht, laat staan dat ik mijn fiets kan besturen met twee volle boodschappentassen aan het stuur. Voor mijn eigen veiligheid, en die van de medeweggebruikers, zocht ik naar een betere oplossing.

Dus ging ik naar de dichtstbijzijnde vestiging van de Halfords voor een kekke gadget om mijn boodschappen te vervoeren. De Halfords kwam niet verder dan een ouderwetse fietstas. Voorzien van een dito motiefje met bloemetjes of ‘n Burberry-achtig ruitje. De fietstas associeer ik met oude dametjes. Of met pokdalige pubers met een krantenwijk. Omdat ik tot geen van deze categorieën behoor, verliet ik onverrichter zake de Halfords.

Op naar de fietsenwinkel voor een grondige oplossing: een andere fiets. Al sinds ik me had voorgenomen om de boodschappen met de fiets te gaan doen, probeerde mijn vriend mij een bakfiets aan te praten. Met als voornaamste argument dat ik in zo’n bakfiets meerdere bierkratten tegelijk kan vervoeren. Gelukkig begreep hij dat dergelijke argumenten de bakfiets voor mij niets aantrekkelijker maakte. Dus wees hij mij terloops op alle hippe bebaarde volgetatoeëerde vaders die, steeds met een complete kinderschare, op een bakfiets de stad doorkruisen. Punt is dat ik geen kinderen heb. Noch een baard. Of tatoeages. En al helemaal geen trek in meerdere kratten bier. Zonder kinderen of alcoholverslaving misstaat zo’n bakfiets mij dus enkel.

Daarom heb ik gekozen voor een fiets met een zwart plastic kratje voorop. Ik zie mezelf er al boodschappen mee doen op de markt. Om daar een kratje vol biologische groente en fruit in te slaan. Zaterdag mag ik mijn kratfiets ophalen. Mocht je dan toevallig iemand tegenkomen die gelukzalig uitkijkt over een krat gevuld met stronken prei en modderige winterpenen, dat ben ik.