Category “Mode”

28/09/2014

Trend

Een van mijn favoriete bezigheden tijdens de vakantie is het spotten van een trend, die ik mee naar huis kan nemen om in Nederland te introduceren. Dat is weer eens iets anders dan als toerist thuiskomen met het zoveelste souvenirtje, dat steevast naar zolder verdwijnt. Bovendien kan ik door het introduceren van zo’n trend koketteren met hoe vernieuwend ik ben.

Na urenlang observeren op diverse dun- en dichtbevolkte plaatsen zoals Stockholm en By, durf ik te stellen dat de Zweden niet heel erg vooruitstrevend zijn. Dat leid ik af uit het feit dat de Zweden nog steeds tussen de middag warm eten. Een gebruik dat in Nederland al decennia geleden in onbruik is geraakt. Het stelde me teleur. Juist van de inwoners van het land dat de wereld verovert met ketens als IKEA, H&M en pakkende popdeuntjes van Zweedse makelij, had ik hoge verwachtingen. De Zweedse bevolking is helaas dus nogal doorsnee.

Net zoals Nederland, tiert ook in Zweden de hipsterlook welig. Al moet ik eerlijk bekennen dat de Zweedse hipstermannen er beter mee wegkomen, met de oversized bril, de man bun en een zorgvuldig gestylede onverzorgde baard. De Zweedse hipsterman ziet er niet uit als de Nederlandse sulletjes die wanhopig proberen cool te zijn. De Zweedse hipster is woest aantrekkelijk. Na lang denken heb ik daarvoor een plausibele, geschiedkundige theorie bedacht. De Zweedse man stamt rechtstreeks af van de Vikingen. Hij is gewend aan lang haar & een baard. Voor hem is het volkomen natuurlijk, in plaats van de zoveelste look om in de mode te blijven.

De enige opvallende bezigheid die ik in Zweden heb ontdekt, is dat zij graag in het openbaar telefoneren. Natuurlijk doen we dat in Nederland ook. Alleen nemen wij beschaamd de telefoon op in een overvolle treincoupé of een winkel, bang dat het een noodgeval is. En kappen een gesprek razendsnel af door te beloven om terug te bellen. In Zweden zijn ze die schaamte ver voorbij. Zij voeren overal lange telefoongesprekken. In de supermarkt, bij de tramhalte, zelfs in een chic restaurant. Ongeacht de omgeving, die gesprekken werden luidkeels gevoerd. Er werd in het openbaar echt uitgebreid telefonisch geruzied (dat was op te maken uit de toon van het gesprek zonder het Zweeds te verstaan).

Het lijkt me heel bevrijdend om overal ongebreideld telefoongesprekken te voeren. Toch twijfel ik nog of ik met deze trend in Nederland voorop wil lopen.

16/08/2013

Sandaal

Mensen met een voetfetisj heb ik nooit begrepen en ga ik ook nooit begrijpen. Misschien is dat de reden waarom ik de porno uit de jaren zeventig de enige acceptabele variant vind, van het verder zo schimmige filmgenre. Daarin houden de mannen gewoon de witte sportsokken aan, wat ik dus een voordeel vind. Voeten vind ik namelijk een van de meest onwelriekende onderdelen van het menselijk lichaam.

Elk jaar zie ik op tegen de zomer. Met het verschijnen van de eerste zonnestralen, verschijnt ineens ook de teen in vol ornaat. Die je zie je dan overal om je heen terwijl je een salade geitenkaas zit te lunchen op een zonnig terras. Al zit er nog zo’n mooie pump of orthopedisch verantwoorde sandaal omheen, ik vind die ontblote tenen dus onsmakelijk. Alleen bij kleine kinderen kan het wel, van die worstachtige teentjes in zo’n schattig klein, gekleurd sandaaltje. Dat vertedert me.

De meeste vrouwen doen aardig hun best om hun tenen goed voor de dag te laten komen. Ze zijn naar de pedicure geweest, de teennagels zijn gelakt in een fris lentekleurtje. Naast zo’n verzorgde vrouw loopt alleen meestal een man die zomaar zijn voeten in sandalen steekt. En zijn voeten zijn bleek, knokig en en de hiel is bedekt met een dikke laag van dat geelachtige eelt. Ik vind dat ronduit afstotelijk. Daarom begrijp ik de kledingvoorschriften op mijn werk die slippers en sandalen bij mannen verbieden.

Omdat ik zelf ook over onbehouwen, mannelijke voeten beschik, blijven mijn voeten in de zomer altijd uit esthetische overwegingen bedekt. Gelukkig stijgt de warmte in Nederland nooit boven het niveau dat een paar dunne gympen te zweterig worden. Toch zit ik met een gevalletje gewetensnood.

Volgende maand trek ik een paar weken langs de westkust en door Death Valley in Amerika. Er worden daar temperaturen van dik boven de veertig graden Celsius voorspeld. Het liefst pas ik mijzelf volledig aan zodat ik niet als overduidelijke toerist opval tussen de Amerikanen. Daarvoor moet ik dan van die lompe, spierwitte gympen aan. Met de voorspelde hitte gaat me dat echt te ver. Ik word al misselijk als ik denk aan de zweetgeur die dan vrijkomt bij het uittrekken van mijn schoenen.

Dus heb ik nu al twee keer bijna een paar Birkenstocks gekocht. Ze liepen prettig. Het uitzicht op mijn bleke tenen moet ik maar aan gaan wennen. Er is voor alles een eerste keer. Zelfs voor een paar sandalen.

14/12/2012

Douglas

Een tijdje terug vertelde een collega van mij dat zij kan ruiken of ik op kantoor ben. Daar schrok ik van, want ik ben gefixeerd op het maskeren van doordringende geurtjes van lichaamssappen. Die onzekerheid stamt nog uit mijn pubertijd. Het was mijn levensmissie dat ik immer fris rook. Dit in tegenstelling tot andere zweterige jongens in mijn klas, die een geur verspreidden die mij aan de jongenskleedkamer in de gymzaal herinnerde. Mijn collega herkende mij ook aan zo’n doordringende walm op de gang. Ik vroeg me meteen af of ik voor vertrek voldoende eau de toilette had opgespoten. Zij nam alle twijfels weg toen ze me vroeg wat mijn favoriete geurtjes waren. Zij was nog op zoek naar een ander luchtje voor haar man.

Ik vind het knap ingewikkeld om een geur uit te leggen. Wat heb je er aan als ik een geur beschrijf als een ‘oriëntaalse houtachtige geur’? Of een opsomming geef van de belangrijkste bestanddelen: muskus, koffie, karamel en chocolade. Van dit soort ingrediënten loopt het water je direct in de mond. Er is, denk ik, niemand die zich op basis hiervan de geur kan voorstellen, zoals je dat bij het woord ‘ammoniak’ meteen kunt. Bovendien klinkt het bespottelijk. Toch zijn het werkelijk de ingrediënten zijn van mijn favoriete luchtje (A*men van Thierry Mugler). En wil je goed adviseren dan dien je rekening te houden met de chemische reactie tussen parfum en de huid. Daardoor ruikt zo’n luchtje bij iedereen net weer anders.

Liever verwijs ik anderen voor advies door naar de plaatselijke vestiging van Douglas. Met lichte tegenzin, dat wel, want ik vind het vreselijk om bij de Douglas te winkelen. Er werken uitsluitend vrouwen die zichzelf toetakelen met overdadig veel make up. Een soort levende reclame voor het complete Douglas-assortiment. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ vragen ze op hautaine toon als je de winkel bent binnengestapt. En geef je duidelijk aan alleen een nieuw geurtje te willen kopen, dan denken ze mee door me ongevraagd te wijzen op de droge huid rondom mijn neus. Ik verdenk ze ervan hun eigenwaarde op te vijzelen door het beledigen van klanten.

Daarom koop ik mijn favoriete geurtje online. Als ik ter afwisseling een nieuw geurtje zoek dan snuffel ik snel even bij de Douglas, om het vervolgens zonder ongevraagde adviezen op internet te bestellen. Dat is het lot van vele Douglas-filialen, vrees ik.

17/07/2012

Kledingvoorschrift

Elke zomer stuit ik weer op een niet zo fraai staaltje van discriminatie, waarover nog geen enkel meldpunt zich druk heeft gemaakt. Terwijl dat hard nodig is. Ik breng het daarom graag even onder de aandacht.

Als man voel ik me in de zomermaanden ernstig achtergesteld bij de vrouwen. Dit heeft alles te maken met de kledingvoorschriften die elk bedrijf in allerijl verspreid, zodra het kwik van de thermometer boven de 25 graden Celsius uit dreigt te komen.

Voor het mannelijke deel van de beroepsbevolking zijn de zomerse kledingvoorschriften kort samen te vatten tot: houd je lichaam zoveel als mogelijk bedekt. Het kantoortenue bestaat dus bij voorkeur uit een lange broek, een overhemd met lange mouwen, dichte schoenen met daaronder een sok. Sjaal en/of muts zijn wenselijk doch niet verplicht.

Het storende aan deze voorschriften is dat men een beetje is doorgeschoten in de positieve discriminatie van vrouwen. Vrouwen mogen gewoon met een open schoen of nette slipper op het werk verschijnen. Het wordt zelfs toegestaan dat vrouwen in nette rokjes met ontblote benen rondlopen. Sommige vrouwen dragen dusdanig korte rokjes dat iedereen zich in hun bijzijn een gynaecoloog waant. En niemand die zich daaraan stoort.

In de tuin, op het strand of in de binnenstad zie je overal mannen in een korte broek en op slippers rondlopen. Niemand die daarvan verbaasd opkijkt of er schande van spreekt. Waarom een ontbloot mannenbeen in een kantoortuin opeens aanstootgevend is, dat heeft nog nooit iemand mij overtuigend kunnen uitleggen. Jaren geleden heb ik, als verzetsdaad, een korte broek aangetrokken naar mijn werk. Toen werd ik naar huis gestuurd om ‘iets fatsoenlijks’ aan te trekken. Voor alle duidelijkheid: ik had enkel telefonisch contact met klanten.

Ik weet niet welke functionaris met teveel plichtsbesef deze regels heeft opgesteld. Ze lijken me afkomstig ergens rond de jaren zestig of zeventig. Ik stel me zo voor dat deze beste man zijn eigen melkwitte benen, die zelfs zijn echtgenote liever niet zag, in gedachten had toen hij het perverse onderscheid bedacht in regels voor mannen en vrouwen. Achter zijn bureau heeft hij de regels uitgetikt en in veelvoud gestencild. Om ze vervolgens uit te delen aan andere bedrijven, want als ik rondvraag in mijn vriendenkring lijken overal dezelfde kledingvoorschriften te gelden.

Het is hoog tijd dat mannen een grondige update van de kledingvoorschriften gaan opeisen. Of anders in opstand komen voor onze rechten. Een mannenbeen verdient het ook om gezien te worden.

09/06/2012

Modenicht

Nu Jan Wolkers al jaren dood is en Jan Cremer hoogbejaard, had ik verwacht dat de slechte traditie, van ellenlange seksscènes in een verhaal dat net zo weinig om het lijf heeft als de vrouwelijke hoofdpersoon, uit de Nederlandse literatuur verdwijnen zou. Na het lezen van ‘Alleen maar nette mensen’ van Robert Vuijsje en de debuutroman van James Worthy, weet ik wel beter. Er is nieuwe generatie schrijvers geboren die het beschrijven van softporno tot kunst probeert te verheffen. Beide boeken zijn bestsellers dus ben ik blijkbaar de enige die daarop is uitgekeken. De bestsellers hebben mijn vocabulaire verrijkt met woorden als ‘bimboborsten’ en ‘peuterpruim’. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe deze woordschat mij, bijvoorbeeld in een zakelijk telefoongesprek, van pas gaan komen.

Momenteel lees ik een boek dat op meer kuise toon gaat over het aanbidden van het vrouwelijk lichaam. Cecile Narinx, hoofdredactrice van de Nederlandse Elle, schreef het boek ‘Geluk is een jurk’. Omdat je in tijden van crisis en massaontslagen altijd voorbereid moet zijn op een drastische carrièreswitch, las ik dit boek. Ik vermoed namelijk dat er ergens diep in mij een hysterische modenicht schuilt, die direct aan de slag kan bij zo’n glimmend modemagazine.

Het boek spijkert heel handig de basiskennis bij over het modevak, met een ABC met termen van haute couture tot ready-to-wear. Heel plat beschouwd is haute couture kleding in maatje zandloper waarvoor je voor één enkel niemendalletje van zijde een bovenmodaal maandinkomen betaalt. Ready-to-wear is een betaalbare kopie van haute couture, gemaakt van 100% polyester in maatje zandzak. Cecile benadrukt dat je als mode-redacteur niet in een setje van de Zeeman naar een modeshow van een topontwerper kunt gaan. Voordat je ook maar één cent in de modejournalistiek kunt verdienen, moet je dus eerst een fortuin aan designerkleding uitgeven.

Verbaasd was ik door de bewering dat haar modeblad geen anorexia propageert. Maar Cecile heeft voor de vele dunne modellen zo’n bizarre verklaring dat ik er in geloof. Haar theorie is dat veel homoseksuele ontwerpers eigenlijk kleding maken voor platte, jongensachtige figuurtjes. De Elle gebruikt photoshop alleen om de modellen aan te dikken. Daar geloof ik dan weer niets van want ondanks al dat photoshoppen zijn alle modellen in de fotoreportages nog steeds graatmager.

De meest belangrijke informatie staat bijna achterin het boek. Cecile schrijft dat de moderedacteuren geen gratis kleding krijgen. Met die onthulling ligt de droomcarrière van mening bloggend modemeisje in duigen.

12/02/2012

Hipster

Tijdens onze huwelijksreis naar New York keek ik meer naar andere mannen dan naar mijn kersverse echtgenoot. Want in de hele stad tiert de hipster welig. Toevallig is dat precies het type man waartoe ik mij aangetrokken voel. Mijn man heb ik er ook op uitgezocht. Met zijn baard, pilotenbril en cowboylaarzen voldoet hij op veel punten aan de checklist voor de hardcore hipster.

Voor iedereen die afgelopen jaren onder een steen heeft gelegen en niet weet wat een hipster is: de hipster is een soort geëvolueerde viking die ten prooi is gevallen aan metroseksualiteit. Mannen met woeste baarden en een met zorg uitgezochte outfit. Zoals houthakkershemden gecombineerd met witte gympen en een vintage aandoend brilmontuur. Opzichtige tatoeages zijn ook populair onder de hipsters. Ze hebben vaak een creatief en/of ambachtelijk beroep. En ze zijn zo stoer dat ze zonder schaamte een soja chai latte bestellen bij de Starbucks.

In New York stikt het van de hippe koffietentjes waar ze soja chai latte verkopen, dat ik overigens niet te pruimen vind, maar de hipsters die soja chai latte bestellen, die pruim ik dus wel. Tijdens onze huwelijksreis heb ik dus regelmatig een koffiepauze gepland om me te verlekkeren aan de combinatie van bijzondere koffie en mooie mannen. En mijn echtgenoot – die al jaren geen koffie meer drinkt – moest verplicht mee. Want tijdens een huwelijksreis doe je nou eenmaal dingen samen.

Gelukkig is mooie mannen kijken een gezamenlijke liefhebberij. Dat vind ik dus echt een beperking van heteroseksualiteit. Vrouwen worden geacht er lesbische fantasieën op na te houden. Maar de heteroseksuele man? Die blijft stoïcijns beweren niet te herkennen of een mannelijke soortgenoot aantrekkelijk is. Nog altijd bang om voor een homo te worden versleten. Nog los van de onderlinge jaloezie die opspeelt als je schaamteloos deelt welke voorbijgangers je aantrekkelijk vindt.

Dat punt van schaamte zijn mijn man en ik al jarenlang voorbij. Wij hebben de gewoonte om elkaar te wijzen op aantrekkelijke exemplaren. Onze smaken verschillen, dat wel. Terwijl ik warm loop voor mannelijke types, valt mijn echtgenoot op tengere, haast androgyne, mannen. A la Leonardo DiCaprio in zijn jongere jaren, toen hij nog een ‘babyface’ had, zoals de Amerikanen dat zo treffend uitdrukken.

Onderling wezen we elkaar op aantrekkelijke mannen. Zonder jaloezie. Dat is weer het voordeel van homoseksueel zijn. Circa 90% van de mannelijke populatie valt op vrouwen en vormt dus geen enkele bedreiging voor onze relatie. Al deze mannen fungeren als een soort voorspel conform het adagium ‘buiten de deur honger krijgen maar thuis eten’.

Doordat ik zoveel van mijn man heb weggekeken, kwam hij geen aandacht tekort.