Category “Luisteren”

22/04/2014

In de wereld van het immer schokkende shownieuws is dit een prehistorisch bericht, van 6 december 2013, maar deze onthulling was nieuw voor mij dus misschien ook voor anderen: Mariah Carey kan niet meer zingen. Daar kwam ik vandaag toevallig achter omdat ik op haar naam googelde. Google vulde mijn zoekterm automatisch aan tot ‘Mariah Carey zingt vals’. Dat is een teken dat daar recent vaker naar is gezocht. Ik werd nieuwsgierig naar de zoekresultaten.

In mijn, hopeloos achterhaalde, beeld van Mariah Carey was zij dat Amerikaanse nachtegaaltje dat in bijna elk liedje dat zij maakte in de jaren negentig, haar bereik van zeven octaven moest bewijzen. Dat vond ik erg indrukwekkend, maar ook vermoeiend om naar te luisteren. Er gingen destijds geruchten dat ze zelfs hoge noten kon raken die alleen voor honden hoorbaar waren. Maar onze hond reageerde nooit merkbaar anders op Mariah’s muziek dan op deuntjes van, pak ‘m beet, Barry White.

Ergens eind jaren negentig had Mariah, voor een superster, vrij basale sterallures, zoals regels dat alleen haar rechterkant gefotografeerd mocht worden. De linkerkant van haar gezicht was altijd bedekt door een lok van haar sluike haar. Ze schudde haar imago van braaf meisje af door veelvuldig in te kleine bikini’s in videoclips te verschijnen. Daarna ben ik haar een beetje uit het oog verloren.

Totdat ik vandaag dus googelde op Mariah en daar een filmpje tegenkwam van een optreden bij de National Christmas Three Lightning. Mariah zong een bijna onherkenbare versie van haar kersthit “All I Want For Christmas Is You”. Ze haalde tijdens het live optreden de hoge noten niet meer. Mariah zong nogal ‘out of tune’ zoals Amerikanen dat lieflijk noemen. Dat hoeft geen enkel probleem te zijn natuurlijk, Madonna is daar al jaren erg succesvol mee, maar Mariah was in mijn beleving een zangeres die terecht bekend was geworden om haar stem.

De rest van de ochtend heb ik heel veel live optredens op YouTube bekeken. Op de meeste filmpjes zingt Mariah vals. Op de filmpjes waarop het zuiver lijkt, bewegen haar lippen niet synchroon met de zang, dus dat voorspelt het ergste. Ik werd er een beetje triest van.

Misschien neemt ze de titel van haar laatste single “The Art Of Letting Go” ter harte en gaat Mariah vroegtijdig met pensioen. Vooral om zichzelf nog meer schaamtevolle optredens te besparen. Of ter bescherming van de trommelvliezen van haar fans.

16/10/2012

Qua moderne communicatietechnologieën loop ik hopeloos achter. Ik kocht als allerlaatste Nederlander in 2007 een mobiele telefoon. Niet omdat ik graag een mobieltje wilde. Meer om van het gezeur van vrienden af te zijn over dat ik slecht bereikbaar was. Ik geloof niet dat ze me nu vaker kunnen bereiken, mijn telefoon staat chronisch op stil. Gelukkig kan de beller een bericht inspreken. Vreemd genoeg valt het bijna niemand op dat ik niet op voicemails reageer omdat ik ze nooit beluister.

Momenteel krijg ik continu de vraag waarom ik geen whatsapp of wordfeud heb. Het beschamende antwoord is dat mijn iPhone uit de prehistorie stamt. Die nieuwe apps werken dus helemaal niet op mijn telefoon. Daardoor mis ik allerlei groepsdiscussies op whatsapp en ettelijke digitale potjes scrabble. Nou ja, eigenlijk mis ik het niet want een discussie voer ik het liefst in levende lijve, inclusief de non-verbale communicatie. Dan hoef ik niet om de haverklap smileys in te typen om duidelijk te maken dat een opmerking ironisch bedoeld is. Een bordspelletje doe ik liever heel ouderwets gezamenlijk aan één tafel. Dat vind ik gezelliger dan in mijn eentje verwoed op een touchscreen te gaan zitten drukken.

Voor sommige spelletjes heb je helemaal geen app nodig. Songpop bijvoorbeeld, dat speel ik al jaren met mijn zus. Dan belt ze mij met de vraag van wie dat liedje met de tekst ‘Down, down, down. Down, down, down. Down, down, down’ ook alweer is. Ze zingt me dat dan voor. En omdat we in dezelfde jaren in beschonken toestand ons op de dansvloer bevonden, weet ik dan welk liedje zij bedoeld. ‘Die met dat pianoriedeltje ‘pom-pompadomdom, bedoel je?’. Google dan maar eens op een songtekst die bestaat uit het heel vaak herhalen van het woord ‘down’. Dan ontdek je dat zelfs de geniale algoritmen van Google beperkingen hebben. Vervolgens zing je het liedje maandenlang aan iedereen voor, om er achter de titel (iets met ‘down’ waarschijnlijk) en uitvoerende artiest te komen.

Sinds gisteren ben ik verwikkeld in een potje Songpop op een nog hoger level. ‘Eeeh, eeeh, wadeej, waladadaday, en wawade wa dadadaday, wai!’ zong mijn zus voor. Dat liedje heb ik al het hele weekend in mijn hoofd, en ho maar dat ik op de artiest kan komen.

Als ik iets technischer onderlegd was, ging ik meteen een voorzingapp programmeren en daar heel erg rijk mee worden.

01/08/2011

Ik kom er maar meteen eerlijk voor uit: sinds Amy Winehouse is overleden, ben ik in de ban van haar muziek.

Voor haar dood ken ik Amy vooral van de fotoreportages in de Engelse sensatiekranten. Op de foto’s stond ze steevast stomdronken en halfontkleed. Fotografen verdienden volgens mij een modaal maandsalaris door zich te specialiseren in het fotograferen van Amy’s neus. The Sun publiceerde vaak close-up’s van haar neusgaten met resten van een wittig poeder. Zelfs als haar neusgaten eens schoon waren, was dat nieuws. In de wereld van de roddeljournalistiek werd dat uitgelegd als een afkickpoging.

Het meest geraakt werd ik door een filmpje op YouTube. Tijdens een concert in Servië werd Amy door het publiek uitgefloten. Dat vond ik heel erg voor haar. Gelukkig leek Amy er helemaal geen erg in te hebben. Voor haar was ik daar maar blij om.

Mijn voorkennis van Amy in combinatie met de tekst van ‘Rehab’, waarin ze zingt dat ze geen zin heeft in afkicken, maakte dat ik niet bijster geïnteresseerd was in haar verdere muzikale oeuvre. Ik verwachtte vooral meer nummers over alcohol en drugs. Saai dus, want in de jaren zeventig hebben Jim Morrison en Lou Reed daar al albums over vol gezongen.

Na haar dood heb ik haar laatste album geheel beluisterd. De muziek bleek catchier dan een gemiddeld album van Lou Reed, wat ik een pre vond. Mijn aanname klopte, er worden diverse alcoholische versnaperingen genamedropt. Buiten de referenties aan alcoholgebruik gaan de songteksten verder over Amy’s knipperlichtrelatie met Blake Fielder-Civil (wiens deftige dubbele naam in schril contrast staat met zijn junkachtige levensstijl). De relatie heb ik menigmaal aan en uit zien gaan in de berichtgeving over Amy, die ik lichtelijk obsessief gevolgd heb.

Ergens voelt het een beetje luguber dat ik nu pas de moeite neem om naar haar muziek te luisteren. Opvallend veel mensen die ik ken zeggen opeens al jaren fan te zijn van Amy. Toch vreemd dat er meer mensen zijn die zeggen haar sinds het begin te volgen, dan het aantal verkochte cd’s voor haar overlijden.

Via de aanbevelingen op Amazon.com heb ik nu Daniel Merriweather ontdekt. Hij heeft een vergelijkbare sound als Amy, is springlevend en zingt alleen over minder acuut dodelijke sigaretten. En hij staat aan het begin van zijn muziekcarrière. Daar kan ik dus nog jarenlang naar luisteren. Maar dan zonder enige vorm van gêne.

20/02/2011

Eén van mijn primaire levensdoelen heb ik niet gehaald.

Al sinds mijn puberteit had ik me voorgenomen om met de tijd mee te gaan qua muzieksmaak. Begin jaren negentig kon mijn vader niets anders dan mopperen over de herrie die op MTV te horen was. Mijn leven stond in het teken van het integraal mee rappen van ‘Informer’ (van Snow) en ‘Open Ssesame’ (van Leila K). Mijn vader was blijven hangen in de muziek van de jaren zestig en zeventig. Hij had één mildhippe cd: ‘Unplugged’ van Eric Clapton. Die cd was dan weliswaar in 1992 opgenomen maar de liedjes stamden natuurlijk uit de prehistorie. Verder viel hij me constant lastig met flarden ‘echte’ muziek van vroeger. Vermoeiend vond ik dat. Zo’n muziekfossiel zou ik nooit worden. Ik nam me voor dat ik op mijn 65e nog zou kunnen meezingen met de volledige single top 100 van dat moment.

Anno 2011 kan ik concluderen dat er, zoals dat gaat met de meeste goede voornemens, weinig van is terecht gekomen. Ergens halverwege 2002 ging het mis. De hoeveelheid eentonige rapmuziek en duizenden onnavolgbare ad libs in een r&b-liedje van amper 3 minuten, gingen me tegen staan. Ik schakelde de autoradio over van 3FM naar radio 1. Op die frequentie staat de radio nu nog steeds afgestemd. Voor mijn gemoedsrust was dat een wijs besluit. Qua muziekkennis leidde het tot gênante situaties.

In de zomer van 2004 kwam ‘Dragostea din tei’ van O-Zone continu op de Zweedse radio voorbij. ‘Dat wordt bij ons echt nooit een hit,’ verklaarde ik stellig. Daarop werd ik direct uitgelachen door mijn reisgenoten. Wat bleek, O-Zone stond al weken op nummer 1 in Nederland.

Ook raakte ik in de war van aan muziek gerelateerde nieuwsberichten. De talloze berichten over dat ene Justin Bieber zijn haar had afgeknipt, bijvoorbeeld. Pas toen werd me duidelijk dat iedereen door die Bieber met zo’n afzichtelijk matje op hun voorhoofd rondloopt.

Laatst ontdekte ik James Blake op een vaag muziekblog in de diepste krochten van het internet. Na het horen van het liedje ‘Limit to your love’, kocht ik zijn album meteen. De muziek valt te omschrijven als een mash-up van klassiek pianospel met dubstep. Daarmee dacht ik een echte trendsetter te zijn. Aan een vriend vertelde ik over mijn muzikale ontdekking. ‘Dat liedje van James Blake staat gewoon in de top tien hoor,’ merkte hij droogjes op.

Ik ben dus officieel een muziekfossiel.

17/01/2011

Persoonlijk ben ik er dolblij mee dat de klassieke muziekstukken van een half uur veel bombarie met trompetgeschal, zijn doorgeëvolueerd in popliedjes van drie en een halve minuut. Of Mozart en Beethoven het zo bedoeld hebben, betwijfel ik maar het komt de herkenbaarheid en meezingbaarheid van de muziek ten goede.

Dat ik geen voorliefde voor de klassieke muziek heb meegekregen dat ligt aan mijn opvoeding. Mijn zussen en ik zijn opgevoed met muziek van Cuby and the Blizzards. Net als Bach is dat hopeloos ouderwets maar rammelende bluesmuziek in steenkolenengels is nauwelijks klassiek te noemen.

Voordat mijn vader alsnog de kinderbescherming op zijn dak krijgt: hij heeft ooit ’n halfslachtige poging gedaan om ons kennis te laten maken met klassieke muziek. Hij deed dat door ons mee te nemen naar een voorstelling van de Phantom of the Opera. Zo’n massaproductiemusical die drie keer daags in het Circustheater in Scheveningen werd opgevoerd. Vermoedelijk leek hem dat opvoedkundig en cultureel wel verantwoord.

Het kaartje voor de musical kregen wij collectief cadeau voor onze veertiende verjaardag.  ‘Een kaartje van een musical met Ben Cramer in de hoofdrol’ stond op geen van onze verlanglijstjes. De echte reden was dat mijn vader zelf graag een volledig orkest live wilde horen spelen. Geheel volgens de gedragsvoorschriften van het puberdom hadden mijn zussen en ik op voorhand al besloten dat wij er niets aan vonden.

Het blijft toch aan je knagen als je zo’n ongevraagd en ongewenst verjaardagscadeau krijgt. Daarom ben ik als volwassene blijven roepen dat klassieke muziek bedoeld is voor mensen die zich te goed voelen voor popmuziek. Je blijft lekker jong door dat soort ongefundeerde en puberale meningen. Dus ik twijfelde sterk toen ik vorig jaar een uitnodiging kreeg om een concert van het Radio Philharmonisch Orkest bij te wonen. Maar mijn nieuwsgierigheid over hoe je zo’n driehoekig roestvrijstalen ding aan een touwtje nou vakkundig bespeelt, won uiteindelijk.

Een maand later zat ik alweer in het concertgebouw. Ik had mijn vader, niet eens uit wraak, een concertkaartje cadeau gegeven voor zijn verjaardag. Het Metropool Orkest speelde filmmuziek van de componist Ennio Morricone uit mijn vader’s favoriete film ‘Once Upon A Time In The West’. Tijdens het concert stonden de tranen in mijn ogen van ontroering. Mijn vader en ik vonden het beiden prachtig.

Als ik nu ook nog van mijn Ben-Cramer-fobie weet af te komen, dan heb ik al mijn jeugdtrauma’s eindelijk verwerkt.

21/11/2010

Van demonstraties heb ik een romantisch beeld. Dat komt vast doordat ik in de jaren tachtig ben opgegroeid. Toen ging men doorlopend de straat op tegen kernenergie en kruisraketten. De beelden van die protesten op televisie hebben op mij als kind een grote indruk gemaakt. Ik was toen al tegen bont en zure regen. Al kwam dat natuurlijk door de opruiende liedteksten van Kinderen voor Kinderen daarover.

Sindsdien voel ik de behoefte om voor iets urgents de straat op te gaan. Heldhaftig ben ik niet aangelegd, maar met een grote groep mensen durf ik het best aan. Ergens vermoed ik zelfs dat ik talent heb voor demonstreren. In het bedenken van pakkende leuzen ben ik goed. Bovendien kan ik heel hard schreeuwen. Al wordt mijn stem daar snel schor van. Een ander minpunt is dat ik niet het breedgeschouderde voorkomen heb van een rasdemonstrant. Een halve ME’er loopt mij meteen omver.

Gisteren had ik de kans om mee te doen aan ’n massademonstratie. Toen werd er de manifestatie ‘Nederland schreeuwt om cultuur’ gehouden. Maar ik vond het niet de moeite waard om tegen die bezuinigingen te demonstreren. Vooraf had ik me namelijk op de site van het actiecomité verdiept in alle argumenten rondom de cultuurbezuinigingen. Daarvan werd ik flink opstandig. Alleen niet op de manier waarop de organistoren van de demonstratie het bedoeld hadden.

De organisatoren redeneerden dat de cultuurbezuiniging disproportioneel is. Maar op een totaal bezuinigingspakket van 18 miljard, vond ik een bezuiniging van 200 miljoen op cultuur best meevallen. Het klonk bijna bescheiden. Volgens het actiecomité wordt er 7% bezuinigd op alle overheidsuitgaven. De cultuursector krijgt straks 21% minder geld, dat vinden ze oneerlijk.

Nu ben ik niet sterk met getallen. Bij gegoochel met miljarden raak ik al helemaal snel de draad kwijt. Daarom pas ik altijd een truc toe om het allemaal in een voor mij begrijpelijk perspectief te zetten. Dan bekijk ik mijn eigen uitgavenpatroon. Zo vroeg ik me af welke uitgaven ik schrap als ik 7% moet besparen. Mijn eerste maatregel zou zijn dat ik uitjes schrap. Onder die post in mijn huishoudboekje vallen concertkaartjes, theaterbezoek en eten in restaurants. Per saldo kwam dat neer op een grotere bezuiniging dan 21% op mijn persoonlijke cultuurbudget.

Daarom zat ik gisteren heel demonstratief thuis op de bank. Cultuur kan leuk zijn maar is bepaald geen eerste levensbehoefte. Die demonstratie was dus geschreeuw om niks.