28/05/2015 Adonis


Eindelijk begrijp ik waarom het magazine L’Homo maar één keer per jaar wordt uitgegeven. In deze frequentie zijn alle lezers bij het uitkomen van het nieuwe nummer vergeten hoe onorigineel dat blad is. Dat herinner je je pas weer als je al € 5,95 hebt uitgegeven en thuis het blad nietsvermoedend openslaat.

Bij het verschijnen van de eerste L’Homo was het nog spraakmakend: een hetero halfnaakt op de cover van een homoblad. Volgens mij is Arie Boomsma na het verschijnen van die cover (en de aansluitende schorsing bij de Evangelische Omroep) pas echt in de top der Bekende Nederlanders doorgedrongen. Dat succes wil de derderangs televisiester Rick Brandsteder overduidelijk kopiëren door in zijn onderbroek op de cover te gaan. Vlak onder Rick’s kruis heeft de redactie ter verduidelijking het woord ‘adonis’ in hoofdletters afgedrukt. Vermoedelijk omdat het anders niemand opvalt. Rick vindt zichzelf zeer geschikt als boegbeeld voor de homogemeenschap, want hij ziet veel overeenkomsten tussen zichzelf en homo’s. ‘Jullie houden toch ook zo van sex?’ vraagt hij verklarend in het begeleidende interview bij de fotoreportage.

Sex. Daar lijkt L’Homo, net als in alle voorgaande edities, op gefixeerd. In haar editorial vertelt Linda over het mannen-menage-a-trois, dat volgens haar heel gangbaar is als samenlevingsvorm onder homofielen. Vreemd genoeg bestaan alle homo-stelletjes die ik ken uit twee personen, in plaats van drie. Het diepte-interview met Gerard Joling bestaat uit een lang seksblokje waarin Gerard deelt dat hij de Brazilianen het lekkerst vindt in bed. En Kay Nambiar poseert als jaren zeventig-pornoster met witte sportsokken aan.

Het enige onsexy artikel gaat over de onfrisse en onsmakelijke kantjes van anale sex. Dat is ook meteen het enige artikel waarin ik mezelf als homo herken, wat nogal mager is voor een lijfblad voor homo’s. Ik heb een monogame relatie met één man, en zelfs nog nooit nagedacht om een derde partner in huis te halen. Ondanks alle aandacht voor gezichtcrèmes en afgetrainde lijven, zijn de meeste homo’s die ik ken totaal geen ijdeltuiten. De focus van L’Homo ligt op afwijkingen en sensationele uitspattingen want dat verkoopt natuurlijk beter. Ik maakte me zorgen of zo’n glossy daarmee geen afbreuk doet aan de verdraagzaamheid voor homoseksualiteit.

Gelukkig vond ik het antwoord op die vraag in een hoopgevend artikel achterin de L’Homo: er zijn dertienjarigen op de middelbare school die openlijk uitkomen voor hun homoseksualiteit. In mijn tienertijd was dat volkomen ondenkbaar. Misschien komt het toch allemaal goed met de wereld.

26/05/2015 Zwart-Wit


De controversiële titel van dit stukje is niet bedoeld om te provoceren hoor, al voelen vermoedelijk een aantal blanke en/of donkere mensen zich beledigd. Ik vond het een toepasselijke titel vanwege de verhitte discussie over medelanders met een getinte huidskleur. Die discussie startte door een artikel op de site van de Viva met de suggestieve titel ’10 redenen om een donkere man te daten’. Prompt ging het lijstje viraal op internet, met als voornaamste kritiek dat de inhoud racistisch was.

Uit pure nieuwsgierigheid heb ik dat lijstje ook gelezen. Het moet me van het hart dat het me een beetje tegenviel. Qua racisme dan. Hoe kun je een opsomming van louter positieve eigenschappen – met opmerkingen over dat donkere mannen goed kunnen dansen en groot geschapen zijn – uitleggen als racisme? Het is een feit dat de horkerige Nederlandse mannen het er niet bijster goed vanaf brengen op de dansvloer. En ik was danig onder de indruk van de grootte van het geslachtsdeel van de enige neger met wie ik ooit de lakens heb gedeeld. Al ben ik makkelijk onder de indruk van dingen, geloof ik.

Enfin, elk mens leeft graag in de waan dat hij een volkomen uniek wezen is, dus ik begrijp hoe onaangenaam het is als je op basis van wat uiterlijke kenmerken in een bepaald hokje wordt gestopt. Misschien zijn die stereotypen wat uitvergroot (al zal elke neger dit waarschijnlijk keihard ontkennen), ergens bevatten ze een kern van waarheid. Alle stereotypen zijn in het verleden gebaseerd op feiten. Het is me dus een raadsel waarom stereotypen vandaag de dag racistisch zouden zijn. ‘Het is stigmatiserend,’ wordt er gesnauwd. Die felle manier van reageren is besmettelijk want laatst reageerde ik ook aangebrand toen iemand alle clichés over nichten opnoemde. En dat terwijl ik er het levende bewijs van ben dat stereotypen kloppen.

Iedereen die mij net leert kennen, gaat er ongevraagd van uit dat ik op mannen val. Niemand hoeft een helderziende te zijn om te herkennen dat ik een homo ben. De aanwezige vrouwelijke trekjes en mijn wapperende handjes geven mijn geaardheid direct weg. Hoe graag ik ook geen wandelend cliché wil zijn, er is geen ontkennen aan.

Wat ik van deze landelijke discussie heb geleerd is dat ongeacht iemands huidskleur, ras, geslacht, geloofsovertuiging of seksuele geaardheid, we allemaal volkomen overgevoelig op elke vorm van stereotypering reageren. Of is het stigmatiserend als ik dat zomaar over iedereen beweer?

28/03/2015 IJsblokjes


Af en toe lees je een nieuwsartikel dat zo verbijsterend is, dat je er even van moet bijkomen. Onthutst was ik toen ik in de Volkskrant een artikel had gelezen met ‘IJsblokjes van de Noordpool voor de skybars van Dubai’ als schokkende titel. ‘Dit kan niet waar zijn,’ dacht ik nog maar het stond echt zwart op wit in de krant.

‘Versleep ijs van de Noord- of Zuidpool naar plekken op de aarde waar behoefde bestaat aan drinkwater,’ luidt de eerste zin van het artikel. Ergens klinkt dat als een charmant idee, als je je bedenkt dat er ijs wordt gebracht naar mensen met hongerbuikjes, levend middenin een droge woestijn in Ethiopië of omstreken, waar nauwelijks drinkwater te vinden is. Alleen daarna rept het artikel alleen nog over het verslepen van ijs naar luxueuze cocktaildrinkers in Dubai. Het is blijkbaar een enorme sensatie als het ‘knettert’ wanneer je een drankje uitschenkt over het blokjes van kristalhelder gletsjerijs.

Na die woorden klinkt het opeens als een oplossing voor een luxeprobleem, want in die gebieden waar water werkelijk schaars is, staan geen wolkenkrabbers met een bar op de bovenste verdieping. De redenatie achter de export van het gletserijs is sowieso discutabel. Volgens lokale bestuurders in Noorwegen smelten de gletsers door de opwarming van de aarde toch, dus dan kun je het ijs net zo goed verkopen. Het klinkt nog verwerpelijker als je je bedenkt dat de ene oliestaat (Noorwegen) de ijsblokjes exporteert naar een andere oliestaat (Dubai). Zij hebben als olie-exporteurs al genoeg klimaatverandering op hun geweten, lijkt me. ‘Hoeveel drank – met knetterende ijsblokjes natuurlijk – deze wanbestuurders op hadden toen zij aan de borreltafel dit wanstaltige exportproduct bedachten,’ vroeg ik me af.

Voordat ik doorsla in het overdenken van allerlei doemscenario’s over de toekomst van de mensheid op deez’ aard, treedt er meestal een calimerocomplex bij me op. ‘Zij zijn groot en ik is klein, en da’s niet eerlijk,’ zegt het kleine, zwarte kuikentje beteuterd in die tekenfilm. Ik troost me met de gedachte dat ik als individu een steenrijke oliesjeik, die graag een knetterend ijsblokje in zijn whiskey wil, nooit kan tegenhouden. En sus mijn geweten met argumenten als dat ik aan afvalscheiding doe, een hybride auto rijdt en vegetariër ben. Met mijn minieme bijdrage red ik ook amper een ijsblokje. Na zoveel slecht nieuws was ik toch toe aan een borrel. Zonder ijs.

29/11/2014 Openhartig


Net als iedere Nederlander die ergens tussen de twintig en de veertig jaar is, volg ik – bijna op een religieuze manier – alles wat Lena Dunham doet. In de pers wordt zij steevast omgeschreven als de stem van haar generatie. En die stem vertolkt zij op vele manieren: als actrice, scenariste van de opzienbarende serie Girls en sinds kort ook als auteur.

Vrouwen volgen haar omdat Lena net zoals is als alle vrouwen: wezens die ooit door ouders op de wereld zijn gezet, en waarvan die ouders hoge verwachtingen hebben. Eenmaal volwassen blijkt dat het nog niet zo makkelijk om een zinvolle invulling te geven aan het leven dat je gegeven is. Met allerlei schuldgevoelens tot gevolg. Mannen denken door Lena Dunham te volgen dat zij vrouwen leren doorgronden. En waarschijnlijk kijken er ook veel mannen naar de televisieserie Girls omdat Lena daarin vaak uit de kleren gaat. Ik volg Lena omdat ik haar grappig vind en omdat ik me interesseer voor de huidige generatie twintigers. Van Lena’s boek “Not That Kind Of Girl”, waarvan de Nederlandse vertaling vorige maand uitkwam, had ik dus hooggespannen verwachtingen.

Haar memoires kregen de ondertitel “Levenslessen om (vooral niet) op te volgen” mee. Mijn conclusie is dat men die haakjes beter achterwege had kunnen laten. Ik ben in het gehele boek namelijk geen enkele toepasbare levensles tegengekomen. Haar memoires bestaan uit genânte anekdotes uit haar liefdesleven, omdat Lena steevast valt voor foute mannen. ‘Het voelde alsof een kind dat niet van mij was op me kauwde’, schrijft ze over de eerste keer dat zij wordt gebeft. Een paar bladzijden verderop ziet ze, terwijl zij onder haar bedpartner ligt, in een kamerplant het condoom hangen dat eigenlijk om zijn geslachtsdeel hoorde te zitten. Aan het einde van het hoofdstuk over ‘Liefde en seks’ beschrijft ze dat de gedachte aan seks even aantrekkelijk klinkt ‘als een levende kreeft in je-weet-wel proppen’.

Op de kaft prijst de uitgever het boek aan juist vanwege dit soort openhartigheid. Tijdens het lezen van de constante stroom van intieme ontboezemingen was mijn overheersende gedachte: ‘Gadverdamme, dit hoef ik allemaal niet te weten’. Het boek bevat ‘too much information’, zoals de Amerikanen dat treffend zeggen. De aanstootgevende verhalen in het boek zie ik vooral als bewijs dat je ook té openhartig kunt zijn. Of het ligt aan een gapende generatiekloof, dat ik helemaal niets van dit boek begrijp.

19/10/2014 Flow


Soms voel je instinctief aan dat een bepaald tijdschrift niet voor jou bedoeld is. Dat heb ik als homoseksuele man logischerwijs met de Playboy. Maar ook met bladen als Flow en Happinez.

Ondanks de afbeelding van het Bhudda-beeld dat maandelijks op de cover van Happinez staat, word ik erg onrustig als ik het blad ergens tegenkom. De tenenkrommende spelfout die standaard elke cover ontsiert, leidt me telkens ernstig af. Ik vraag me af waarom er een onjuiste spelling van ‘happiness’ op de cover staat. Pasten er geen twee s’en op de cover? Of vond de vormgever deze verbasterde spelling moderner aandoen? Ik zie er vooral een gemene marketingtruc in: eerst mensen hevig met een spelfout te irriteren, zodat er daarna ineens een urgente behoefte ontstaat aan een tijdschrift om weer zen van te worden.

Vorige maand zag ik in de boekhandel dat de Flow een nieuw weekblad introduceert.’Waarom niets doen zo goed voor je is’ stond er op de eerste cover. Omdat ik nooit te beroerd ben om vervelende taken uit te stellen en lekker niets te doen, wilde ik daar graag het antwoord op weten. Dus kocht ik voor het eerst een Flow.

Ik verwachtte pagina’s vol tips om niets te doen. Verwarrend genoeg, waren de eerste pagina’s bedoeld om per dag een to-do-lijst op te stellen. Een paar bladzijden verder stond een weeklijstje om te noteren met wie je gaat afspreken en wanneer je gaat sporten. Dat kwam op mij nogal actief over. Eigenlijk bevatte de Flow Weekly slechts 5 inzichten over nietsdoen. Met als belangrijkste advies om met multitasken te stoppen. In de wereld van de Flow is het doen van slechts één ding tegelijkertijd dus hetzelfde als niets doen.

Op de andere pagina’s van de Flow stond vooral niets. Het was geen drukfout maar bewust de bedoeling, bleek uit toelichting van de bedenkers van de Flow Weekly. Omdat je ‘zo blij kunt zijn met een nieuw notitieboekje’. Daarom bevat het blad vooral heel veel lege pagina’s. ‘Ruimte om je eigen dingen in op te schrijven,’ noemen ze dat in de Flow eufemistisch.

Ik verveelde me verder ernstig tijdens het doorbladeren van de Flow Weekly, iets dat me bij andere bladen maar zelden overkomt. Volgens de Flow is dat helemaal niet erg: ‘de mooiste dingen ontstaan als je je durft te vervelen,’ schrijven ze. Daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in. Mijn intense verveling heeft dit stukje opgeleverd.

28/08/2014 Boekverfilming


Van mij mogen boekverfilmingen voortaan verboden worden. Ze zijn volkomen zinloos omdat de film, ondanks een miljoenenbudget en ettelijke special effects, het toch nooit haalt bij het boek.

De verfilming van Harry Potter, bijvoorbeeld. Ik had me Harry Potter als een lange, slungelige jongen voorgesteld. Verminkt voor het leven door een fors litteken in de vorm van een bliksemschicht dat, in mijn verbeelding, zo ongeveer zijn hele voorhoofd besloeg. Voor de verfilming werd het miezerige opdondertje Daniël Radcliffe voor de hoofdrol gecast. Zijn litteken was in de film zodanig miniscuul, dat er voor een plastisch chirurg geen eer aan te behalen valt.

De eerste film kwam eerder uit dan de latere delen van de boekenreeks. Met als gevolg dat mijn eigen verbeelding van Harry, werd vervangen door het slappe aftreksel uit de film. Mijn favoriete personage in de boeken, roddeljournaliste Rita Pulpers, zorgde voor de broodnodige humor in de alsmaar enger wordende kinderboeken. Het is onbegrijpelijk dat dit hilarische personage slechts in één van de films voorkomt.

Natuurlijk begrijp ik dat boeken niet letterlijk verfilmd kunnen worden. Ik zit ook niet te wachten op films van twaalf uur met ellenlange gedetailleerde beelden van de omgeving, zoals die uitvoerig in de boeken staan beschreven. Iedere boekverfilming zou een halfslachtige natuurdocumentaire worden met bevreemdende actie-scenes tussendoor. Maar door het vele schrappen wordt de verhaallijn van een boekverfilming soms onnavolgbaar. De film “Extreem luid en ongelooflijk dichtbij” begreep je niet zonder dat je het boek gelezen had. Ik betrapte mijzelf er op dat ik tijdens de film mijn vriend uitleg gaf over de sleutelscènes. Dit tot grote ergernis van de andere bioscoopgangers. En tot nog grotere schaamte van mijn vriend. Sindsdien gaat hij liever niet meer met me naar de bioscoop.

Eigenlijk heb ik nimmer een film gezien die precies de toonzetting van het boek weet te vangen. Laatst nog, viel de verfilming van “De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween” me tegen. De film wist de droogkomische verteltrant van het boek niet over te brengen. Het gevolg was dat ik na afloop teleurgesteld was. Iemand die het boek niet kende, was juist heel enthousiast. Dat bracht me op het idee voor een interessant experiment. Daardoor staat de bestseller “Een weeffout in onze sterren” al maanden ongelezen in de boekenkast. Wachtend op het moment dat ik de film gezien heb. Ik ben benieuwd of die volgorde me beter bevalt.

RSS Feed | Contact | Privacystatement | © 2022 Paul Sinnema