Category “Kijken”

20/09/2015

Zo’n economische crisis is heel aanstekelijk, zelfs als je er niets van merkt dat je minder te besteden hebt. Voor ik het wist zat ik vorig jaar alle automatische afschrijvingen op mijn bankafschriften na te lopen. Dan blijkt dat je toch een hoop overbodige abonnementen en lidmaatschappen verzamelt in een mensenleven. Ik heb flink geld bespaard door het abonnement op te zeggen van een tijdschrift dat altijd ongelezen bij het oud papier belandt. En ik brak mijn hoofd over de vraag: ‘hoelang blijf je om nostalgische redenen lid van een publieke omroep?’.

De eerste vereniging waar ik ooit lid van werd is de VPRO. Vroeger las ik religieus de brievenrubriek in de VPRO-gids. En ik kwam op zondagochtend vrijwillig vroeg mijn bed uit om de VPRO-jeugdtelevisie te kijken. Programma’s als ‘Theo en Thea’ vond ik geweldig. Na het terugkijken van wat oude fragmenten op YouTube, vroeg ik me wel af waarom mijn zussen en ik dat programma zonder enige vorm van ouderlijk toezicht mochten zien. Een kinderprogramma met prostitutie of drugs als hoofdthema vind ik achteraf bezien tamelijk choquerend. In de jaren tachtig waren we duidelijk meer vooruitstrevend en ruimdenkend dan tegenwoordig.

Natuurlijk begrijp ik best dat niet elk televisieprogramma van een publieke omroep bij mij in de smaak kan vallen. En je zult me nooit horen klagen dat ik belasting betaal voor programma’s als Ranking The Stars. Toch werd het lidmaatschapsgeld me in 2014 een beetje te gortig toen ik tot de conclusie kwam dat ik VPRO-lid ben vanwege programma’s als ‘Keek op de Week’ en ‘Kreatief met Kurk’. Beide programma’s werden begin jaren negentig voor het laatst uitgezonden. Sindsdien vond ik geen enkel VPRO-programma het kijken waard. Nou ja, op de sketch over de poeppoli uit ‘Toren C’ na dan. Eén enkel hilarisch fragment in tien jaar televisie is onvoldoende reden om jaarlijks € 12,50 te blijven betalen.

Ik had mijn lidmaatschap net opgezegd toen de VPRO ‘Zondag met Lubach’ op de buis bracht. Een geslaagde Nederlandse versie van de typisch Amerikaanse satirische latenightshows. Arjen Lubach kijkt met scherpe en studentikoze humor terug op het nieuws van de afgelopen week. Zelfs Youp van ’t Hek, die ouwe zuurpruim die alleen nog om zijn eigen grappen kan lachen, noemt het een geestig programma. Inmiddels ben ik dusdanig fan dat ik elke zondag probeer om ouderwets op tijd voor de televisie te zitten. Ik zou er bijna weer VPRO-lid voor worden.

 

27/04/2015

Voor een zelfbenoemd filmliefhebber is het bijzonder dat ik al maanden geen bioscoop meer van binnen heb gezien. De enige verklaring die ik daarvoor kan verzinnen, is dat ik helemaal klaar ben met de blockbusters die er alsmaar in de bioscoop draaien.

Volgens mij is het verzinnen van originele actiescènes voor de scenarioschrijvers steeds lastiger. Het moet eerdere actiefilms allicht overtreffen. Met als consequentie dat de films voor mij zo ongeloofwaardig zijn, dat ik me niet meer kan laten meeslepen door het verhaal. Tijdens het laatste deel van The Expendables had ik daar veel last van. Sylvester Stallone, Arnold Schwarzenegger en Harrison Ford hebben allen een pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Me dunkt dat die mannen aan dergelijke stunts hevige rugklachten overhouden. Omdat zij na elke bovenmenselijke, fysieke inspanning alsmaar kwiek rondlopen, geloof ik er dus geen snars meer van.

Een oplossing is om dan naar het filmhuis te gaan, want in het arthouse-genre zijn nauwelijks actiescènes te bekennen. Alleen heb ik in 2005 een filmhuistrauma opgelopen tijdens een filmvoorstelling in filmhuis Concordia in Enschede. Toen kreeg ik ineens expliciete beelden van een ranzige orgie voorgeschoteld. ‘Gelukkig zijn we niet naar deze film gegaan,’ zei ik nog grappend tegen mijn vriend. Na vijftien minuten kwam ik toch tot de conclusie dat dit onmogelijk nog een trailer kon zijn, en dat de hoofdfilm waarschijnlijk begonnen was. Achteraf beschouwd was de filmtitel ‘Lebenspornographie’ een voorbode. Maar omdat de film in een filmhuis vertoond werd, had ik de titel niet al te letterlijk genomen en ingeschat dat het vast meer filosofisch bedoeld was. Je begrijpt dat ik daarna geen enkel filmhuis meer in durfde te gaan.

Om al het Hollywoodgeweld te vermijden besloot ik afgelopen weekend mijn angst te overwinnen. Ik had me vooraf goed verdiept of de filmtitel geen onverwachte, dubbele betekenis kon hebben. Dat was bij de film ‘Phoenix’ geenszins mogelijk. De film vertelt het verhaal van een jodin die na de oorlog uit Auswitsch terugkeert naar Berlijn op zoek naar haar echtgenoot, ondanks vermoedens dat hij haar verraden heeft. Op alle fronten was het verder precies een arthouse-film zoals die in een filmhuis thuishoort: mooie beelden, een traag tempo en mij in totale verwarring achterlatend. Al dagenlang loop ik rond met de vraag of ik mijn echtgenoot onder die omstandigheden ooit nog zou kunnen vertrouwen. Dat is me na het zien van The Expendables nou nog nooit overkomen.

15/04/2015

Dat krijg je ervan als de overheid amusement wegbezuinigd bij de Publieke Omroep. Je moet wat als omroepbestuurder om kijkers te trekken voor een wetenschappelijk televisieprogramma. Dus deed de NCRV een noodgreep door Katja Schuurman Bodyscan te laten presenteren. Ik vond het een verrassende keuze om zo’n seksbom te vragen voor een wetenschapsprogramma over gezondheid. De imposante wetenschappelijke carrière van Katja bestaat slechts uit het halen van haar VWO-diploma en het uit haar hoofd leren van de onnavolgbare scripts van Goede Tijden, Slechte Tijden.

De site over Katja’s Bodyscan gaf mij iets meer duidelijkheid. Op de site staat het als volgt omschreven: ‘Katja Schuurman stelt haar lichaam ter beschikking aan de wetenschap om antwoord te krijgen op vragen’. Het informeren van onwetende televisiekijkers over gezondheid, dat bleek slechts bijzaak te zijn. Inmiddels heb ik alle afleveringen gekeken, en het levert intrigerende televisiebeelden op.

Zo onderzoekt Katja in een aflevering of je je pijngrens kunt verleggen. Speciaal daarvoor gaat zij in een bad gevuld met ijsklontjes liggen. Ik waarschuw je alvast voor een spoiler, dat houdt ze maar liefst twee minuten vol. Toch vind ik het niet overtuigend dat Katja dit doet op de nationale televisie uit naam van de wetenschap. Elke heteroseksuele man zal het met me eens zijn dat het twee minuten onafgebroken tonen van Katja met harde tepels in een a-modieus badpak ook onder het kopje ‘amusement’ valt te scharen. Frustrerend is dat Katja die er na 3 slapeloze dagen en nachten nog beeldschoon uitziet. Bij mij zouden mijn wallen na zo’n slaapgebrek een extra onderkin vormen.

In alle eerlijkheid heb ik veel opgestoken van Katja’s Bodyscan. Zoals dat mensen die vaker per dag hun tanden poetsen minder kans hebben op dementie. Mijn vriend die meekijkt weet helaas dat je tijdens seks meer endorfinen aanmaakt waardoor je pijngrens hoger wordt. Hoofdpijn is dus geen geldig excuus meer als ik onder een robbertje geslachtsverkeer wil uitkomen. Dat is lastig want ik weet ook dat ik eigenlijk langer moet slapen om permanent geheugenverlies te voorkomen. Of ik moet ter verbetering van mijn geheugen dagelijks dertig minuten sporten. Van alle leefregels zou ik bijna gestrest raken, als ik niet wist dat stress een voorname oorzaak is van dat beginnende zwembandje dat zich rond mijn middel ontwikkelt.

Amusement of niet, het programma staat bol van nuttige feitjes die ik liever niet had geweten. En nu ga ik nog maar een keertje extra mijn tanden poetsen.

23/03/2015

Als je het mij vraagt, begint het zo langzamerhand eng te worden hoe gefocust we zijn op onze Nederlandse nationaliteit en cultuur. Het gaat inmiddels zo ver, dat als ik bij het koelvak met alle toetjes in de Albert Heijn de etiketten controleer op verkeerde E-nummers, het gevoel me bekruipt dat ik een of ander nationalistisch pamflet aan het lezen ben. Neem nu de Luchtige Stroopwafelpudding van de Mona. De Hollandse stroopwafel is wereldberoemd vanwege de stroperige koekresten die nog dagenlang tussen je kiezen geplakt zitten. Volgens mij is er geen enkele wereldburger die vergeet dat dit mierzoete, plakkerige rotkoekje uit Nederland komt. Toch vermeldt Mona geheel ten overvloede dat de verpakking een ‘Oud-Hollandsche’ stroopwafelpudding bevat. Bij alle andere puddingen discrimineert Mona schaamteloos bij het vermelden van het land van herkomst. Zo staat nergens op de verpakking van de chipolatapudding, dat het gebaseerd is op een eeuwenoud Italiaans recept.

Over discrimineren gesproken, onze nationalistische trekken worden pas echt extreem als het aankomt op de sinterklaasviering. Want wij Nederlanders zijn trots op ons koloniale verleden, ondanks de slavernij. Dat is -als je het mij vraagt – de enige geldige reden om Zwarte Piet te koesteren.

Wat ik me al jaren afvraag is: waarom gaan er honderdduizenden Nederlanders vaker naar de bioscoop voor Nederlandse speelfilms? Het enige waarin Nederlandse films in uitblinken is, als je het mij vraagt, het onfunctionele naakt. Na het zien van Flodder, alleen te omschrijven als een komische pornofilm voor het hele gezin, heb ik jarenlang geen films van Nederlandse makelij durven kijken. Ik was bang om opnieuw geconfronteerd te worden met filmbeelden in slow-motion van een potje naakttennis.

En dan de onbegrijpelijke populariteit van de Nederlandstalige muziek. Ik hoor alsmaar dubbelzinnigheden in de songteksten van Nederlandse hits. ‘Vandaag is rood de kleur van jouw lippen,’ luidt de eerste zin van het refrein van Marco Borsato’s hitsingle “Rood”. Als je het mij vraagt, is dat een ode aan de vagina tijdens de menstruatie. En telkens wanneer ik die jongen van Abel gepassioneerd de zin ‘het zit nog veel te diep in mij’ hoor kwelen, zie ik meteen zijn ex-vriendin met groot uitgevallen voorbinddildo voor me. Helemaal verklaren kan ik het niet, maar dat soort ongewenste beelden heb ik nou nooit bij Engelstalige nummers.

Nee, als je het mij vraagt dan is elk gevoel van trots over de Nederlandse cultuur volkomen misplaatst. Maar mij wordt nooit wat gevraagd.

22/01/2015

Sommige gezegden zijn zo clichématig dat je geneigd bent om ze niet meer serieus te nemen. Maar sinds ik bij mijn vriend ben ingetrokken, ben ik er achtergekomen dat liefde toch echt blind maakt. Vooral voor achterstallig onderhoud.

Het leek me vooraf erg idyllisch om samen met mijn vriend in zijn jaren ’30 huis te wonen. Ik zag ons al knus op de bank zitten in het opgeknapte huis, in het zonlicht dat door de glas-in-lood ramen op de paneeldeuren viel. Dat samenwonen had ik beter kunnen uitstellen tot  mijn vriend klaar was met klussen. Of in elk geval totdat het huis zich – naar mijn bescheiden mening – in bewoonbare staat bevond. Het vooruitzicht op samenwonen had mijn vriend misschien kunnen motiveren om sneller door te werken. Toen ik eenmaal bij hem in woonde, kwam er van klussen niets meer terecht. Hij vond het plotsklaps een betere tijdsbesteding om samen lusteloos televisie te kijken dan, ik noem maar een dwarsstraat, de badkamer af te maken.

Ik kan je vertellen dat het voor mij lastig was om te overleven in een jarenlange verbouwing. Bij vrieskou moest ik voor een warme douche helemaal vanaf de slaapkamer boven naar de bijkeuken op de benedenverdieping lopen. Door de enkele beglazing in de woonkamer, was de warmte van de houtkachel eerder bittere noodzaak dan een vorm van luxe. Als je, net zoals ik, van jezelf al een koukleum bent dan zijn dat heftige ontberingen. Alleen de stroomvoorziening sloot feilloos aan op de erbarmelijke staat van ons huis. Zette ik de waterkoker aan terwijl de televisie op stand-by stond, sloegen telkens de stoppen door.

Vorig jaar heb ik tijdens een aflevering van ‘Help, mijn man is klusser!’ gedreigd om de hulp van John Williams in te roepen. Niet dat mijn vriend daar intrapte. Hij weet dat ik me niet aangetrokken voel tot donkere mannen. Niettemin heeft hij zich gerealiseerd, dat met al die onvoltooide projecten, ik alle reden had om op John’s brede schouders publiekelijk uit te huilen. Hij is daarna wonderbaarlijk snel genezen van wat hij ‘klusmoeheid’ noemde.

Als ik nog troost wil zoeken bij John Williams dan moet ik me inmiddels gaan haasten. Volgende week komt de stoffeerder langs om de trap te bekleden. En daarna is het huis ongeveer klaar. Gelukkig kon ik niet voorzien dat de verbouwing negen jaar zou duren, want dan was ik nooit gaan samenwonen met mijn lieve vriend.

29/11/2014

Net als iedere Nederlander die ergens tussen de twintig en de veertig jaar is, volg ik – bijna op een religieuze manier – alles wat Lena Dunham doet. In de pers wordt zij steevast omgeschreven als de stem van haar generatie. En die stem vertolkt zij op vele manieren: als actrice, scenariste van de opzienbarende serie Girls en sinds kort ook als auteur.

Vrouwen volgen haar omdat Lena net zoals is als alle vrouwen: wezens die ooit door ouders op de wereld zijn gezet, en waarvan die ouders hoge verwachtingen hebben. Eenmaal volwassen blijkt dat het nog niet zo makkelijk om een zinvolle invulling te geven aan het leven dat je gegeven is. Met allerlei schuldgevoelens tot gevolg. Mannen denken door Lena Dunham te volgen dat zij vrouwen leren doorgronden. En waarschijnlijk kijken er ook veel mannen naar de televisieserie Girls omdat Lena daarin vaak uit de kleren gaat. Ik volg Lena omdat ik haar grappig vind en omdat ik me interesseer voor de huidige generatie twintigers. Van Lena’s boek “Not That Kind Of Girl”, waarvan de Nederlandse vertaling vorige maand uitkwam, had ik dus hooggespannen verwachtingen.

Haar memoires kregen de ondertitel “Levenslessen om (vooral niet) op te volgen” mee. Mijn conclusie is dat men die haakjes beter achterwege had kunnen laten. Ik ben in het gehele boek namelijk geen enkele toepasbare levensles tegengekomen. Haar memoires bestaan uit genânte anekdotes uit haar liefdesleven, omdat Lena steevast valt voor foute mannen. ‘Het voelde alsof een kind dat niet van mij was op me kauwde’, schrijft ze over de eerste keer dat zij wordt gebeft. Een paar bladzijden verderop ziet ze, terwijl zij onder haar bedpartner ligt, in een kamerplant het condoom hangen dat eigenlijk om zijn geslachtsdeel hoorde te zitten. Aan het einde van het hoofdstuk over ‘Liefde en seks’ beschrijft ze dat de gedachte aan seks even aantrekkelijk klinkt ‘als een levende kreeft in je-weet-wel proppen’.

Op de kaft prijst de uitgever het boek aan juist vanwege dit soort openhartigheid. Tijdens het lezen van de constante stroom van intieme ontboezemingen was mijn overheersende gedachte: ‘Gadverdamme, dit hoef ik allemaal niet te weten’. Het boek bevat ‘too much information’, zoals de Amerikanen dat treffend zeggen. De aanstootgevende verhalen in het boek zie ik vooral als bewijs dat je ook té openhartig kunt zijn. Of het ligt aan een gapende generatiekloof, dat ik helemaal niets van dit boek begrijp.