Category “Homoseksualiteit”

22/06/2014

Vroeger stond ik in mijn vriendenkring bekend om mijn valse nichtenhumor. Qua uiterlijke schoonheid of studieresultaten blonk ik niet uit. Mijn onopvallendheid compenseerde ik ruimschoots door op feestjes luidruchtig vileine grappen over anderen te maken. Het soort grappen waarvan Geer en Goor hun handelsmerk hebben gemaakt.

Die humor was geboren uit onzekerheid, een eigenschap waar de meeste tieners mee behept zijn. Ik kan je verklappen dat als gevalletje ‘boy next door’, het bepaald niet goed is voor je zelfvertrouwen als je omringd bent met de stereotype homoseksuelen met afgetrainde lijven, compleet met modellengezichtje en een perfect gemodelleerd kapsel naar de allerlaatste trend. Ik begreep maar al te goed dat zelfs als ik elke dag fanatiek in de gewichten hing en gorilla-achtige spierbundels ontwikkelde, er op die imposante borstkas nog altijd mijn eigen doorsnee hoofd zat. Een hoofd met genoeg rimpels, puistjes en rare trekken om onzeker over te zijn. Dus maakte ik volop grappen die leeghoofdige ‘poedernichten’ met hun queeste om voor eeuwig strak en beeldig te blijven. Tot op de dag van vandaag maak ik volop grappen waarmee ik anderen belachelijk maak.

Pas geleden ontdekte ik waarom ik eigenlijk zulke harde grappen maak. Ik kwam tot dat inzicht na het lezen van een interview met Erwin Olaf in L’Homo. Erwin vertelt dat hij merkte dat hij steeds grimmiger werd, en dat hij dit deed zodra hij het gevoel had gepest te worden. Mijn gewoonte om gemene grappen te maken heb ik ontwikkeld toen ik gepest werd op de middelbare school. Met een grap ten koste van een ander leidde ik slinks de aandacht van mijzelf af. Mijn valse nichtenhumor maakt van mij – bij vlagen – een regelrechte pestkop.

Het is vreemd dat ik tegenwoordig dat zelfverdedigingsmechanisme tegen pesterijen nog gebruik, want ik word nooit gepest. Uiterlijkheden zijn steeds onbelangrijker voor me. Dat is een van de voordelen van ouder worden: je legt je neer bij het vel dat gaat steeds meer hangen, en de kaalheid op je hoofd die alleen nog gecompenseerd wordt door lange haren in je neus en oren. Desondanks, zit ik beter in mijn vel dan ooit. Dus bedacht ik me, dat het ongepast is om me nog langer te gedragen als een oude, verbitterde man. Er is geen reden meer voor zoveel zurigheid. Ik heb me voorgenomen om minder valse grappen te maken. Het uiterlijk verval mag dan zijn ingetreden, ik ben nooit te oud om te leren.

17/05/2013

Vorig jaar had ik me vurig voorgenomen om L’Homo nooit meer te kopen. Dit jaar voelde ik me verplicht tot aankoop omdat de Gay Krant failliet is. L’Homo is het enige doelgroepblad dat er voor mij is overgebleven. Gelukkig komt het blad maar één keer per jaar uit. Ik moet er niet aan denken om het maandelijks te lezen, want voor een homoglossy heeft het verdomd weinig allure.

Dat is vooral de schuld van Johannes Rypma, de matig getalenteerde rockzanger uit Friesland, die door onterecht uitzinnige tienermeisjes de finale van The Voice of Holland werd in gestemd.  Zo’n boerenkinkel kun je uit de klei trekken en in een verleidelijke pose op een zonnig strand leggen, echt kloppen doet zo’n plaatje niet. Alsof je een bikinishoot met Doutzen Kroes situeert in een boerenkeet met varkensmest op de achtergrond. De styling van Johannes helpt ook niet. Zijn helblonde haar is gecombineerd met gebleekte jeans, cowboylaarzen en kruisjeskettinkjes. De Billy-Idollook dus. En die is niet voor niets als sinds de late jaren tachtig uit de gratie geraakt.

Het hoofdartikel is een twaalf pagina’s tellend diepte-interview met Kees Tol. Op zich heb ik niets tegen Kees Tol. Toch vraag ik me af of de redactie echt niemand anders kon vinden. Iemand die meer in het leven heeft bereikt dan deelnemer zijn in ‘Wie is de Mol’ bijvoorbeeld. En zijn bekendheid verder te danken heeft aan de reallife-soap ‘De Zomer Voorbij’, waarin hij op vakantie gaan met bekende Volendamse vrienden die wel getalenteerd zijn, zoals Nick, Simon en Jan. Maar uit het interview blijkt dat Kees een van de vijf homo’s uit Volendam is. In het blad komt het thema ‘vissersmannen’ vaker terug dus dan is het redelijk logisch dat Kees gevraagd is. Het woord ‘palingsound’ krijgt een heel andere lading met zo’n Volendamse homo. Dus ik prijs me gelukkig dat Kees niet kan zingen.

Het blad is behalve het visgerelateerde thema vooral gevuld met cliche’s. Frans Molenaar en Joop Braakhekke mogen vertellen dat zij ‘nooit meer strak en beeldig’ worden. Het benadrukt maar weer eens het stereotype beeld dat homo’s ijdeltuiten zijn met een obsessie voor jong blijven. Op bladzijde 33 is er opeens een vreemde stijlbreuk: een foto van een biefstuk. Was er iemand vergeten om een blik bockworsten in te kopen? Of is dit een uiting van het out-of-the-box denken van de redactie? Ik word bijna nieuwsgierig naar de L’Homo van volgend jaar.

05/05/2012

Er zijn dingen die je liever niet wilt zien. Bijvoorbeeld Tygo Gernandt en Thijs Römer die vurig aan het tongen zijn. Dat heb ik ontdekt na het zien van de cover van L’Homo van deze maand. De kus van Thijs en Tygo is vrij vlezig omdat er zoveel tong zichtbaar buitenboord hangt. Wat verder niet helpt is dat ik bij het bestuderen van die foto er alsmaar gepassioneerde smakgeluidjes bij hoor.

Misschien is mijn afgrijzen stiekem ook een beetje afgunst. Mijn vriend houdt er namelijk helemaal niet van om in het bijzijn van anderen enige vorm van affectie te tonen. Een schalks knipoogje is in zijn ogen al een woest obsceen gebaar, als ik dat in het openbaar geef. Aan kleffe stelletjes op straat heeft hij een uitgesproken hekel. Hij vindt het smakeloos dat geliefden pal voor je neus uitgebreid speeksel uitwisselen. Zoveel preutsheid vind ik overdreven. Maar dat vind ik natuurlijk geheel uit eigenbelang.

Helaas is mijn vriend erg volhardend waardoor het mij ontbreekt aan eerste liefdesbehoeftes, zoals hand-in-hand over straat lopen. Ik vind het romantisch als een verliefd stelletje zo voorbij loopt. Mijn vriend ziet vooral de praktische bezwaren. ‘Hand-in-hand lopen is onprettig met ons grote verschil in lengte,’ zegt hij als ik hem wijs op anderen die dat wèl doen. Natuurlijk heeft hij daar gelijk in. Mijn voorstel was ook niet om hand-in-hand de Himalaya te gaan beklimmen. Het ging me meer om zo door een winkelstraat te wandelen. Maar zelfs daarvoor is hij niet te porren. Zijn redenatie is dat je hand-in-hand onmogelijk nog langzaam slenterende voetgangers kunt inhalen.

Ik geef het niet graag toe, maar ergens heeft mijn vriend een punt. Het overviel mij best een beetje toen ik plotseling die prominente tong van Thijs of Tygo zag op de cover van L’Homo. En soms raak ik dusdanig in de war van een intense zoen in ’n brave, Amerikaanse romantische comedy , dat ik op IMDB.com nakijk of ik misschien per ongeluk naar een soft-erotische pornofilm aan het kijken ben.

Het is trouwens typisch dat de meeste mensen hun ogen sluiten tijdens het zoenen. Blijkbaar willen we onszelf ook liever niet zien zoenen. Daarom heb ik het volgende lumineuze idee: als we collectief afspreken om weg te kijken als je anderen op straat ziet kussen, misschien kan ik mijn vriend dan overhalen om mij eens in het volle zicht te zoenen. Kom ik tenminste ook aan mijn trekken.

12/02/2012

Tijdens onze huwelijksreis naar New York keek ik meer naar andere mannen dan naar mijn kersverse echtgenoot. Want in de hele stad tiert de hipster welig. Toevallig is dat precies het type man waartoe ik mij aangetrokken voel. Mijn man heb ik er ook op uitgezocht. Met zijn baard, pilotenbril en cowboylaarzen voldoet hij op veel punten aan de checklist voor de hardcore hipster.

Voor iedereen die afgelopen jaren onder een steen heeft gelegen en niet weet wat een hipster is: de hipster is een soort geëvolueerde viking die ten prooi is gevallen aan metroseksualiteit. Mannen met woeste baarden en een met zorg uitgezochte outfit. Zoals houthakkershemden gecombineerd met witte gympen en een vintage aandoend brilmontuur. Opzichtige tatoeages zijn ook populair onder de hipsters. Ze hebben vaak een creatief en/of ambachtelijk beroep. En ze zijn zo stoer dat ze zonder schaamte een soja chai latte bestellen bij de Starbucks.

In New York stikt het van de hippe koffietentjes waar ze soja chai latte verkopen, dat ik overigens niet te pruimen vind, maar de hipsters die soja chai latte bestellen, die pruim ik dus wel. Tijdens onze huwelijksreis heb ik dus regelmatig een koffiepauze gepland om me te verlekkeren aan de combinatie van bijzondere koffie en mooie mannen. En mijn echtgenoot – die al jaren geen koffie meer drinkt – moest verplicht mee. Want tijdens een huwelijksreis doe je nou eenmaal dingen samen.

Gelukkig is mooie mannen kijken een gezamenlijke liefhebberij. Dat vind ik dus echt een beperking van heteroseksualiteit. Vrouwen worden geacht er lesbische fantasieën op na te houden. Maar de heteroseksuele man? Die blijft stoïcijns beweren niet te herkennen of een mannelijke soortgenoot aantrekkelijk is. Nog altijd bang om voor een homo te worden versleten. Nog los van de onderlinge jaloezie die opspeelt als je schaamteloos deelt welke voorbijgangers je aantrekkelijk vindt.

Dat punt van schaamte zijn mijn man en ik al jarenlang voorbij. Wij hebben de gewoonte om elkaar te wijzen op aantrekkelijke exemplaren. Onze smaken verschillen, dat wel. Terwijl ik warm loop voor mannelijke types, valt mijn echtgenoot op tengere, haast androgyne, mannen. A la Leonardo DiCaprio in zijn jongere jaren, toen hij nog een ‘babyface’ had, zoals de Amerikanen dat zo treffend uitdrukken.

Onderling wezen we elkaar op aantrekkelijke mannen. Zonder jaloezie. Dat is weer het voordeel van homoseksueel zijn. Circa 90% van de mannelijke populatie valt op vrouwen en vormt dus geen enkele bedreiging voor onze relatie. Al deze mannen fungeren als een soort voorspel conform het adagium ‘buiten de deur honger krijgen maar thuis eten’.

Doordat ik zoveel van mijn man heb weggekeken, kwam hij geen aandacht tekort.

13/01/2012

In tegenstelling tot andere verloofde stelletjes krijgen mijn vriend en ik nooit gezellige vragen over het huwelijksaanzoek of de locatie van de huwelijksceremonie. Wij krijgen enkel vragen over het fenomeen ‘weigerambtenaren’. Dat vind ik onromantisch, en eerlijk gezegd brengt het me ook niet in de stemming voor onze aankomende trouwdag. Al zet ik liever uitgebreid mijn mening over de weigerambtenaar uiteen dan weer aan een ongeïnspireerde lolbroek te vertellen wie van ons tweeën de jurk draagt.

Ik ben oprecht blij dat weigerambtenaren bestaan. Elk aankomend echtpaar gun ik een perfecte trouwdag. En een ongeïnteresseerde ambtenaar die gedwongen een plichtmatig praatje opleest, dat lijkt mij een forse smet op een huwelijksdag. Daarbij is een huwelijksdag al stressvol genoeg zonder zorgen over of de bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand zich misschien bezwaard voelt om het huwelijk te voltrekken en er middenin de ceremonie ineens de brui aan zal geven.

Sterker nog, ik pleit er dat elke ambtenaar ieder huwelijk mag weigeren te voltrekken. Als een ambtenaar na het kennismakingsgesprek de bruid een zelfingenomen kutwijf vindt, is dat wat mij betreft reden genoeg. Ergens tussen alle tenenkrommende clichés over eeuwigdurende liefde waarmee zo’n ambtenaar de toespraak opvult, klinkt gegarandeerd ook zijn weerzin door. Dat is storend voor het bruidspaar, maar ook voor alle gasten die worden opgescheept met een knagend gevoel van plaatsvervangende schaamte. Geloof me, alle betrokken partijen worden er gelukkiger van als zo’n ambtenaar vooraf mag weigeren dat huwelijk te voltrekken. En misschien zendt sbs6 dan ook minder vaak programma’s als ‘Helse Bruiloften’ uit.

Dit soort rampzalige scenario’s hadden mijn vriend en ik in ons achterhoofd bij het kiezen van een geschikte ambtenaar. Ik had me voorbereid hoe we weigerambtenaren gingen herkennen: aan conservatieve kapsels met ‘n stijve scheiding in het midden. Problematisch was dat geen van de ambtenaren op de site zo’n scheiding in z’n haar had. Ook zag ik nergens dreadlocks, neuspiercings of zichtbare tatoeages op de foto’s. Dat leken mij de uiterlijke kenmerken van ruimdenkendheid. Op de bonnefooi hebben we maar een vrouwelijke ambtenaar uitgezocht, die er aardig uit zag. In de hoop dat zij ons wilde trouwen.

Sinds het kennismakingsgesprek zijn weten we met dat zij met volle overtuiging ons huwelijk wil voltrekken. En zij er alle moeite voor doet om van onze trouwdag iets speciaals te maken. De enigen die tijdens de ceremonie nog kunnen weigeren, dat zijn mijn vriend of ik.

18/11/2011

Een huwelijksaanzoek doen is een uitstekende manier om je relatie op de klippen te laten lopen. Dit weet ik uit eigen ervaring. Tot een maand geleden hadden mijn vriend en ik enkele hooguit kleine meningsverschillen die we zonder stemverheffing oplosten. Maar sinds mijn vriend me vorige maand ten huwelijk vroeg, maken we meer ruzie met elkaar dan ooit tevoren. Dit komt doordat we nu ineens een bruiloft moeten organiseren.

De eerste voorbereidingen verliepen nog in goede harmonie. We waren het meteen eens over de dagindeling. Ook de locatie voor de huwelijksceremonie hadden we snel gekozen: Het Paradijs in Enschede. Dat is een prachtige binnentuin waarin een vegetarisch restaurant gevestigd is.

We maakten een afspraak bij Het Paradijs om het arrangement te bespreken. Een van de eerste vragen van de gastvrouw was op welke datum we wilden trouwen. Daarover hadden we nog helemaal niet nagedacht. We zijn niet zo absurd sentimenteel gehecht aan data. Het is voor ons bijvoorbeeld volkomen onduidelijk op welke dag onze relatie is begonnen, zelfs over welke maand twijfelen we enigszins. Dus planden we ons huwelijk op een willekeurige zaterdag in februari waarop zowel een ambtenaar als Het Paradijs beschikbaar was.

Iets problematischer werd het sinds we bezig gingen met de gastenlijst. In onze trouwlocatie pasten maximaal 100 mensen. Wanneer je wat afzeggingen incalculeerde, dan konden we rond de 115 personen uitnodigen. Dat leek mij ruim voldoende vooral omdat we alleen wat familie en onze beste vrienden wilde uitnodigen.

Na een eerste inventarisatie kwamen we tot mijn grote verbazing uit op een lijst van bijna 175 genodigden. In eerste instantie ging het schrappen van personen in goede harmonie. We nodigden toch maar geen neven en nichten uit (50 gasten minder). Echter het schrappen van de laatste personen werd een keiharde onderhandeling. We zijn er onderling uitgekomen, maar ik weet zeker dat onze buren onze discussies vrij letterlijk hebben verstaan. Gelukkig worden zij niet uitgenodigd.

Daarna hebben we nog lang geruzied over een geschikte trouwkaart. Het compromis is een door ons zelf in elkaar gedraaide kaart met een handgemaakt font, gemaakt met van die ouderwetse plastic sjablonen. Ik kan bijna niet geloven dat we allebei werkelijk tevreden zijn met het eindresultaat.

In een, zeer laat, moment van inzicht begreep ik dat verstandige mensen hiervoor een weddingplanner inhuren. Dan kun je als aanstaand echtpaar tenminste gezamenlijk boos zijn op de weddingplanner. Daarmee voorkom je onnodige stress in je relatie. Trouwen is al spannend genoeg.