Category “Homoseksualiteit”

22/09/2016

Rustplaats

Soms schaam ik me er voor dat ik homo ben. Bijvoorbeeld op een maandagochtend waarop ik nietsvermoedend de Volkskrant opensloeg en geconfronteerd werd met een grote kop ‘cruiseplek gesloten’. De bewuste homo-ontmoetingsplaats – ‘t Ginkelse Zand bij Ede langs de A12 – ligt dicht bij mijn werk. In de wijde omgeving is bekend wat daar ongeveer gebeurt. Als de enige homo op de afdeling, kon ik rekenen op wat suggestieve vragen van collega’s. Ter voorbereiding daarop las ik het artikel grondig door.

De journalist had er de Van Dale op nageslagen voor de definitie van cruisen (‘een gebied doorkruisen op zoek naar een partner’). Gevolgd door een vrij expliciete uitleg van de regels voor het cruisen, toegelicht door de 52-jarige Michael (niet zijn echte naam). Michael bezoekt de rustplaats vaker en maakt er een avondje uit van. ‘Hij ruikt naar aftershave en heeft zichzelf in een nette blauwe pantalon en wit overhemd gestoken,’ begint het nog beschaafd. Twee zinnen later rept Michael al over wat hij doet als hij iemand uit de bosjes ziet komen met een ander. ‘Dan hoef ik hem daarna niet meer,’ verklaart hij beslist in de krant. Ook handig om te weten: op maandagavond is het thema leer. En daarmee bedoelt men iets heel anders dan de autostoelbekleding.

Het viel de Rijksdienst Wegverkeer op dat het stukje asfalt, zonder toiletten of tankstation, opvallend veel bezoekers had. In piekperiodes registreerde de RDW vierhonderd ‘parkeerbewegingen’. En vermoedelijk ligt het aantal paringsbewegingen er niet veel lager.

Moedeloos word ik van zulke berichten. Vooral omdat ik het zat ben om vragen te krijgen over dit soort smoezelige kantjes van de homogemeenschap. Natuurlijk snap ik dat iedereen behoefte heeft aan intimiteit. Ik vind het alleen onbegrijpelijk dat het op een openbare parkeerplaats gebeurt. De redenatie dat de homo-ontmoetingsplek een sociale functie heeft voor mannen die niet uit de kast zijn, vind ik een daarvoor een slecht argument.

Volgens mij zijn er op internet of met apps à la Grindr voldoende mogelijkheden om anoniem af te spreken. In de privacy van je eigen woning val je niemand ongevraagd lastig met die vluchtige sekscontacten. Voor de mensen die thuis niemand kunnen ontvangen, is er zoiets als een seksclub. Iedereen die daar binnenloopt weet precies wat ‘m te wachten staat.

Zo hoef ik minder uit te leggen aan vrienden of collega’s. En blijft ‘t Ginkelse Zand waarvoor het bedoeld is: een rustplaats.

Dit stukje schreef ik voor Gay.nl

09/07/2016

L’HETERO

Op de Kalverstraat in Amsterdam is maandagavond aan Linda de Mol het eerste exemplaar van L’HETERO uitgereikt door Paul de Leeuw. Paul had bewust Linda gevraagd om het tijdschrift in ontvangst te nemen. ‘Linda de Mol is het boegbeeld van alle heteroseksuelen,’ zei Paul daarover.

De Leeuw zegt het blad aan heteroseksuelen te hebben gewijd omdat ‘het nog steeds nodig is’. Dat is ongetwijfeld waar: anders dan homoseksuelen kunnen heteroseksuelen niet opboksen tegen de idealen van schoonheid, het najagen van je dromen en een vrije seksuele moraal. ‘Je kunt dat de hetero’s onmogelijk kwalijk nemen,’ vindt Paul. ‘Met een druk gezinsleven naast een baan, blijft er geen tijd over voor sporten of hobby’s. En vanwege de kinderen wordt niet geaccepteerd dat je af en toe met een andere partner slaapt. Heteroseksualiteit is een vreselijk keurslijf.’

Op de cover van het blad prijkt een pikante foto, waarop een poedelnaakte Claudia de Breij zoenend in de branding staat met Gordon. Gordon zei meteen ja toen hij werd benaderd door de bladenmakers. ‘Ik vind het een eer. Door op de cover te gaan staan draag ik mijn steentje bij aan de acceptatie van hetero’s. In de media schilderen ze hetero’s vaak af als gewoontjes. In de huidige metroseksuele cultuur hebben ouders nog liever een kind dat crimineel is dan hetero. Ik vind dat iedereen zich fijn moet kunnen voelen.’ Het is niet de eerste keer dat Claudia en Gordon met elkaar zoenen, verklapte Claudia. ‘We kussen elkaar altijd drie keer op de wangen als we elkaar tegenkomen.’

Een opvallend item gaat over Thomas Berge, die er eenmaal spreekt over zijn heteroseksualiteit. ‘Ik heb te lang een dubbelleven geleid,’ zegt Thomas in het openhartige interview. Hij vertelt over zijn geflirt met homoseksualiteit, en zijn worsteling met het leven als hetero. Verder heeft het blad een spraakmakend verhaal over heteroseksuele ontwerpers: een taboe in de modewereld.

Een enkeling heeft kritiek op het blad. ‘Voor mij als hetero is het anders als je hetero’s met elkaar ziet zoenen. De coverfoto is een toneelstukje van een lesbienne met een homo,’ zegt Johan Derksen. Voor hem zit het pijnpunt ook in het gevoelsleven. ‘Claudia en Gordon weten niet hoe het is dat er openlijk op hetero’s wordt neergekeken’.

Tout hetero Nederland was aanwezig om de launch van de L’HETERO te vieren. Paul De Leeuw benadrukte dat het blad ook voor homo’s leuk is om te lezen.

Dit stukje bestaat grotendeels uit allerlei quotes over het blad L’HOMO. Ik heb ze omgeschreven alsof het blad over hetero’s gaat. Ik stoor me al jaren aan het blad L’HOMO en de vreemde kijk op acceptatie van homo’s, en met dit stukje wil ik duidelijk maken hoe stigmatiserend het blad eigenlijk is.

26/01/2016

Angst

Normaal gesproken interesseer ik me nietvoor uitgerangeerde VVD-coryfeeën, maar ik had deze week een verrassend zelfinzicht door een uitspraak van Annemarie Jorritsma. Ze vertelde in het radio-1-programma Kamerbreed dat ‘de media en de politiek de angstgevoelens in de samenleving teveel voeden’. Ik begreep ineens waarom ik de laatste maanden nauwelijks nog het nieuws volg.

‘Is het allemaal zo groot? En is het zo anders dan het was?,’ vroeg Annemarie zich tijdens de radio-uitzending openlijk af over de aanrandingen in Keulen. Anders is het niet. Het komt steeds dichterbij. In de journalistiek hanteert men voor het brengen van nieuws een vaste formule: betrokkenheid = aantal slachtoffers gedeeld door de afstand. Duizenden oorlogsslachtoffers in Syrië interesseert ons nauwelijks. Honderden aangerande vrouwen in Keulen, dat komt veel harder binnen. Zeker wanneer er ook angstaanjagende quotejes bij staan over ‘de islamitische invasie van testosteronbommen’ van die zotte Geert Wilders.

Noem het goeiig, of voor mijn part naïef, maar ik vertrouw er op dat mensen op de vlucht voor oorlog geen slechte bedoelingen hebben. Ik geloof best dat er tussen die tienduizenden asielzoekers, die naar Nederland zijn getrokken, een of twee rotzakken zitten. Maar ik weiger me vluchtelingenvrees te laten aanpraten door politici die waarschuwen voor de gevaren van onschuldige moslimmannen. Zolang het journaal met dat soort ophitsende roeptoeters opent, is mijn conclusie dat er nergens nieuwswaardig geweld is gepleegd.

Over ophitsen gesproken, daar had Jorritsma zelf ook een handje van. Terwijl ze de gevaren van de vluchtelingen probeerde te sussen, begon ze pardoes over het gedrag van mannen in het algemeen. ‘Het is niet zo dat alleen mannen uit andere culturen zich zo gedragen tegenover vrouwen, dat doen Nederlandse mannen ook,’ zei Annemarie quasi-geruststellend. Het enige dat er aan ontbrak was een advies om bronstige mannen op een armlengte afstand te houden.

Ze besloot haar alarmerende betoog met een tip voor meisjes die zich onveilig voelen als ze alleen uitgaan: ‘als ik vroeger naar een café ging, ging ik naar een homokroeg, omdat ik daar geen last van die mannen had.’ Prompt doemden er bij mij ongewenste beelden op van Annemarie die met hitsige heupbewegingen tegen nietsvermoedende nichten aanschurkt op de dansvloer. Ik had nooit verwacht dat er in deze politica ook een opdringerige flikkerfeeks kon schuilen. Dit schokkende nieuws kwam voor mij, als regelmatig bezoeker van zo’n homokroeg, veel te dichtbij. En nou ben ik dus bang voor Annemarie Jorritsma.

16/06/2015

Nederlaag

Het leven is een aaneenschakeling van toevalligheden, vind ik, maar soms valt het allemaal zo mooi samen dat ik bijna in God ga geloven. Die overtuiging kreeg ik doordat ik eerst ongepland online een rondreis door Ierland boekte. Prompt stuitte ik op de Ierse band Villagers. Hun nieuwe album ‘Darling Arithmetics’ staat bol van de stemmige liefdesliedjes van een homoseksueel, opgegroeid in het conservatieve platteland. Het leek me een prima soundtrack voor autoritten door het desolate en ruige landschap van Ierland. En toen las ik in de krant dat 62% van de Ierse bevolking voor de invoering van het homohuwelijk had gestemd. Ineens vond ik het niet erg om naar dit regenachtige land op vakantie te gaan.

De Katholieke kerk reageerde op het Ierse referendum met de mededeling dat de kerk het klassieke huwelijk tussen man en vrouw als de ‘toekomst voor de mensheid’ blijft zien. Daar kon ik me volkomen in vinden. Mijn vriend en ik blijven het vol enthousiasme proberen, maar tot op heden is het ons niet gelukt om voor nageslacht te zorgen. Helaas viel ik alweer snel van mijn geloof, want de rest van de Vaticaanse reactie was iets ongezelliger. Bij monde van een kardinaal met de sprookjesachtige naam Pietro Parolin, noemde men de uitkomst ‘een nederlaag voor de mensheid’.

Die opmerking kwam hard bij me binnen, moet ik bekennen. Ondanks mijn bijdrage aan de samenleving in mijn werk, of het vrijwilligerswerk dat ik gedaan heb, ben ik dus niets meer dan een ‘nederlaag voor de mensheid’ volgens de kerk. Het is een hysterische verklaring, die ik eerder had verwacht van een dronken dragqueen met een verknipt gevoel voor humor. Nou draagt Pietro Parolin ook continu een jurk. Dus misschien zijn er meer overeenkomsten tussen kardinalen en dragqueens dan ik op het eerste gezicht had vermoed.

Dat ik me echt kwaad maakte om het standpunt van de Katholieke kerk, merkte ik aan de tegenargumenten die ik verzon. Volgens mij zijn op deze aardbol de meeste nederlagen geleden in bloedige oorlogen uit naam van God. Al eeuwenlang wordt de aarde bevolkt door een minderheid homoseksuelen. Me dunkt dat homoseksualiteit evolutionair ergens goed voor is. Maar ja, die malle Katholieken geloven natuurlijk niets van de evolutie, en baseren zich op het meest fantasierijke boek ter wereld. Al die religieuze uitspraken zijn dus slechts sprookjes. Niets om me druk over te maken. Dat hebben ze in Ierland goed begrepen.

04/02/2015

Echtgenoot

Uitgerekend vandaag was ik intens dankbaar dat ik een relatie heb met een man.

Mijn agenda voor vandaag leek ogenschijnlijk op een doodnormale werkdag en verraadde weinig bijzonders. ‘s Avonds ging ik uit eten met een oud-collega, verder niets. Ik had het gevoel dat er iets was op 4 februari, maar wat precies, daar kon ik niet opkomen. Aan het begin van de middag schoot het me eindelijk te binnen waarom het een speciale dag was, en ik keek razendsnel in de agenda van mijn vriend. Uit zijn afspraken voor vanavond bleek dat hij onze trouwdag ook vergeten was.

Overigens was het een hele vooruitgang dat ik zelf aan onze trouwdag dacht. ‘Waarmee?’ vroeg ik vorig jaar nietsvermoedend aan mijn schoonmoeder toen ze belde om ons te feliciteren. Als ik getrouwd was geweest met zo’n doorsnee, stipte en attente vrouw, dan was het drama nu niet te overzien geweest. Gelukkig zit mijn lieve, a-romantische vriend niet te wachten op een grote bos rozen. Die geven alleen maar meer troep met al die uitvallende bloembladeren. Er is verder geen enkele reden om je zorgen te maken over ons huwelijk. Ik geef nou eenmaal vaker de verkeerde indruk, vooral door een ongelukkige woordkeuze.

‘Jullie waren toch getrouwd?’ vroeg iemand me laatst verschrikt toen ik constant over ‘mijn vriend’ sprak. Ik kon haar geruststellen, want mijn vriend en ik zijn nog altijd gelukkig getrouwd. Ik noem hem zelden ‘mijn echtgenoot’ of ‘mijn man’. In mijn beleving spreken alleen vrouwen uit een villawijk in Wassenaar op hautaine toon over ‘mijn echtgenoot’. Bij gebrek aan een villa of oud geld, vind ik het gebruik van ‘mijn echtgenoot’ dus ongepast. En alleen in geval van nood, bijvoorbeeld als ik dringend de pincode van zijn creditcard nodig heb, kondig ik mijzelf bij officiële instanties aan met ‘u spreekt met de man van….’.

Omdat je in een goed huwelijk alles bespreekt, heb ik deze nijpende kwestie ook aan mijn eega voorgelegd. ‘Ik ben toch ook je vriend, dat wordt niet teniet gedaan door een huwelijk,’ zei hij daarover. De enige hint die ik aan anderen over onze huwelijkse staat geef, is dat ik het regelmatig liefkozend over ‘mijn hubby’ heb, een verbastering van het Engelse ‘husband’. Dat koosnaampje vindt mijn vriend vreselijk. Ach, zodra hij het zat is om ‘mijn hubby’ te zijn, kan hij altijd een scheiding aanvragen. Heeft hij meteen een goede reden om onze trouwdag te vergeten.

10/12/2014

Kast

In een draadloze wereld waar je met Spotify overal naar muziek kunt luisteren, is het ouderwets dat je een platenspeler koopt om daarop thuis platen af te spelen. Je geeft een fortuin uit aan langspeelplaten van prehistorische muziek uit de vorige eeuw, terwijl die muziek gratis is te beluisteren op YouTube. Althans na het verplicht bekijken van een Libresse commercial. Nadat je geheel kansloos aan een achtjarige jongen, die vanaf zijn geboorte digitaal door het leven swipet, de nauwelijks aanwezig voordelen van analoge muziek hebt uitgelegd, voel je je oud genoeg om persoonlijk de dinosauriërs te hebben overleefd.

Je begrijpt vast dat ik intens geniet van mijn opgeleefde vinyl-fetisj.

De keiharde reality-check kwam toen ik me realiseerde dat er alleen muziek uit de jaren zeventig, tachtig en negentig in de platenkast stond. Alleen het album ‘Songs To Soothe’ van Jacqueline Govaert stamde uit de eenentwintigste eeuw. Al moet ik daar dan eerlijk bij vertellen dat ik die plaat vooral heb gekocht vanwege warme herinneringen aan Krezip. En dat is ondertussen gewoon een band die in de jaren negentig is opgericht.

Sinds ik dat inzicht kreeg, had ik me stellig voorgenomen om geen oudere muziek meer te kopen totdat ik eerst een bestseller uit 2014 had aangeschaft. Dat goede voornemen bleek nog een flinke uitdaging, want ik luister nimmer naar moderne muziek. Afrojack, Taylor Swift en One Direction ken ik uitsluitend van naam. Van geen van hun recente hits kan ik een melodie neuriën. En dat allemaal doordat ik niet meer naar 3FM luister, omdat ik van de harde beats vanzelf hoofdpijn krijg.

Stom toevallig stuitte ik op de vinyluitgave van ‘In The Lonely Hour’ van Sam Smith, die ik meteen kocht. Sam Smith vind ik een fenomenale zanger. Ik zap nooit weg als zijn singles op de radio voorbij komen, want in zijn liedjes zit géén overdaad aan adlibs. Ik kon zelfs zijn hit ‘Stay With Me’ woordelijk meezingen.

Verder wist ik weinig van Sam Smith, dus verdiepte me thuis verder in hem. Totaal verrast was ik hij nooit heeft gelogen over zijn homoseksuele geaardheid en ondanks dat succesvol is in Amerika. ‘In 1982 was Boy George alleen succesvol omdat hij niet openlijk uit de kast kwam,’ dacht ik. Heel even had ik het gevoel dat het ooit allemaal goedkomt in de wereld. Tot ik me realiseerde dat ik tegen die tijd te oud ben om al die positieve veranderingen bij te benen.