Author Archive

04/09/2021

Ik wachtte in de digitale wachtkamer totdat de huisarts in beeld verscheen.
         De COVID-pandemie heeft veel veranderd – ook met serieuze klachten mocht ik geen afspraak op de praktijk maken – maar afwachten tot je aan de beurt bent, bleef onveranderd. Het spreekuur liep uit. Wachten duurt lang. Ik miste de foldertjes over COPD en urineverlies om de tijd mee te doden.
         Het digitale consult startte een kwartier later toen er een donkere schim in beeld verscheen. Het raam op de achtergrond gaf zoveel tegenlicht dat ik niet zag met wie ik sprak. De vorige huisarts was met pensioen & de praktijk was overgenomen door een nietszeggend conglomeraat waar je alleen ‘per klacht’ een vaste behandelaar krijgt. Wie die behandelaren zijn dat is nergens op de website te vinden. Maar ach, de dag ervoor was ik in tranen uitgebarsten bij een groep collega’s dus ik was de schaamte al voorbij.
         Bovendien had ik zelf al een voorlopige diagnose gesteld want mijn symptomen lijken erg op die van mijn vader 23 jaar geleden, bij hem gevolgd door maanden van algehele lethargie. Daarvoor was hij een doordouwer die geen steken liet vallen op zijn werk, zijn taak als vader van drie pubers op het toppunt van onuitstaanbaarheid serieus nam en daarnaast een huishouden runde met het repeterende ritme van koken, wassen en iedere zaterdag de weekboodschappen doen. In mijn loyaliteit naar anderen ben ik een afgietsel van mijn vader. Ook heb ik vrijwel dezelfde leeftijd als mijn vader destijds, dus geen wonder dat ik gespannen ben.
         Dus vertelde ik de onzichtbare arts over mijn woede-uitbarsting tijdens een vergadering, over iets kleins, gevolgd door een hoosbui van tranen. Dat ik begreep dat mijn emoties nogal overtrokken waren ten opzichte van de oorzaak. Maar dat het me niet lukte om ze in bedwang te houden.
         ‘Heb je het druk?’ vroeg het silhouet.
         ‘Niet bijzonder druk’ snotterde ik. ‘Wat projecten waarvoor de deadline nadert, een ingewikkelde audit, naast mijn gewone werkzaamheden. Zoals altijd eigenlijk, zodra je de ene berg werk hebt verzet dan verschijnt de hogere top van de volgende stapel. Dat vind ik lekker hoor. Ik presteer het beste onder druk.’
         ‘En hoe gaat het thuis?’
         ‘Ons huis wordt verbouwd dus wonen we tijdelijk in een resort in het buitengebied. Niets de klagen hoor, alhoewel de vogels erg vroeg beginnen te tsjilpen, fluiten, koeren en wat al niet meer, wat erg lijkt op de ingeblikte vogelgeluiden van mijn Phillips wekker thuis, waardoor ik voor dag en dauw wakker ben. Al lig ik soms ’s nachts ook wakker van de verbouwing. Onze aannemer is onbegrijpelijk optimistisch. Zelden haalt hij de tussentijdse deadlines maar hij beweert dat het allemaal op tijd af komt.
         ‘Wat doe je ter ontspanning?’
         ‘Oh, van alles. Ik sport tweemaal per week onder begeleiding van een personal trainer, schrijf mee aan het verkiezingsprogramma voor de komende gemeenteraadsverkiezing en als vrijwilliger coach ik een paar mensen.’
         ‘Dat klinkt meer als inspanning,’ zuchtte de huisarts.
         ‘Ik lees iedere dag de krant en daarnaast lees ik veel romans als ontspanning.’
         ‘Dus je stopt je hoofd nog voller?’
         Ik viel stil. Zo had ik er nog nooit naar gekeken.
         ‘Wat is jouw uitlaatklep?’ vroeg de gedaante.
         ‘Ehm, vroeger had ik een blog waarop ik over dingen schreef,’ stamelde ik.
         ‘Dan zou ik daar maar weer eens mee beginnen,’ luidde het advies.

01/03/2021

Er verandert iets in de relatie van mijn man en mij.

Vandaag kochten we, met ons beider instemming, een object van ruim duizend euro dat online werd aangeprezen als een ‘tv-media-wand’. Afgelopen vrijdag waren we het roerend eens over de kleurstelling (paars, geel, groen en rood) en het patroon (met middenin een ruitje) van nieuwe glas-in-lood ramen. Een maand daarvoor kochten we zonder discussie bij Wehkamp een lamp voor boven de eettafel.

Weg is onze vertrouwde patroon van meningsverschillen over het interieur door onze verschillende smaak.

Jarenlang zaten we in de zitkuil van een IKEA-bank die ver over de uiterste houdbaarheidsdatum was. We struinden alle meubelboulevards in de omgeving af, bekeken iedere bank die we tegenkwamen met argusogen, soms kwam het tot proefzitten, maar altijd was er een reden tot afkeuren: losse kussens (hij), vlekgevoelige bekleding (ik), te klein om languit op te kunnen liggen (hij), te diep om nog met je voeten bij de grond te komen (ik). Totdat we, zonder doelbewust op zoek te zijn, in een winkel vol spiegels, kaarsen en mandjes, precies één driezitbank, uit de VT-Wonen collectie die ongeveer overal te koop is, zagen staan en waar we niets tegenin te brengen hadden. De kleur, de vorm, de bekleding en het zitcomfort, het klopte allemaal.

Er moesten nog wel kussentjes bij. Optimistisch door de aankoop van de nieuwe bank, dachten we die snel te vinden. Nog onwetend van een maandenlange zoektocht en een rekening van zevenhonderd euro voor acht designkussens van de Bijenkorf.

Zo ging dat dus met ons en meubels. De overgebleven meubelstukken gaven onze huiskamer de aanblik van een uitdragerij. Een verweerde tafel met zoveel butsen en kringen dat onderzetters voor hete pannen niet meer de moeite waren. Eetkamerstoelen waarvan de wiebelende poten uit zichzelf naar de stort leken te willen lopen, zodra je er op ging zitten. Een eetkamerlamp, een erfstuk uit de inboedel van een overleden oudtante, van het type lichtgevende vliegende schotel, kortstondig in zwang in de jaren tachtig, die maar geen gewild antiek werd.

Telkens als we samen doelgericht zochten naar vervangende meubelstukken en iemand een exemplaar geschikt achtte dan stuitten we op bezwaren van de één, die met geen argument van de ander werd beslecht. Ik heb nog steeds spijt van het laten liggen van een vloerkleed van leren jeanslabels, omdat mijn man onvermurwbaar was.

Alleen als we onbedoeld winkelden dan kochten we meubels in een vloek en een zucht. Niet te lang over nadenken. Afrekenen en wegwezen. De eettafel kochten we op de meubelboulevard bij Holland Spoor terwijl we de tijd doodden totdat de Vegetarische Snackbar openging. Tijdens een stadswandeling in Den Haag liepen we tegen goede eetkamerstoelen aan. Een vervangende eetkamerlamp vonden we per ongeluk toen ik op zoek was naar een vaas.

Nieuw is nu dat we, zelfs onder druk van een aanstaande verbouwing en een grotere woonkamer die we moeten vullen, moeiteloos beslissingen nemen over andere meubels. De eerste suggestie van ieder van ons is meestal meteen raak. Of zijn smaak is veranderd of de mijne, wie zal het zeggen? Het is een ontwikkeling in onze relatie waar ik wel aan wil wennen.

11/05/2020

Op Netflix staat een serie die een tijdscapsule is naar het pré-coronatijdperk. In ‘Nadiya’s Time To Eat’ heeft de presentatrice het steeds over het hebben van haast en dat we door het tijdrovende koken minder tijd doorbrengen met geliefden. In deze tijd van quarantaine klinkt dat als science fiction.

Sinds ik thuis ben opgesloten, breng ik meer tijd door met mijn lief dan me lief is. Het woord ‘haast’ spreek ik nooit meer uit. Wat wil je ook, de reistijd naar mijn werk is gedecimeerd naar een wandeling van een trap omhoog naar een oud bureau op de logeerkamer. Zonder een sportschool om mezelf in af te beulen, vrienden om mee af te spreken en winkels om naar toe te fietsen, heb ik zeeën van tijd over. Tijd die ik in theorie kan besteden aan het bereiden van een linksdraaiende yoghurt voor een trifle met achtentachtig laagjes.

Waarom ik dan uitgerekend nu verslingerd raak aan een kookprogramma met gezonde fastfoodrecepten, is mij ook een raadsel. Feit is dat ik vier uur languit op de bank heb gelegen om alle zeven afleveringen van ‘Nadiya’s Time To Eat’ te bekijken. Wat hielp is dat ik alle benodigdheden al in huis bleek te hebben. Nadiya kookt namelijk alleen met kant-en-klare ingrediënten uit blik, pot of de diepvries. Dat trof, want mijn principes over verwerkt voedsel gingen sinds de quarantaine overboord. Houdbaarheid staat voorop en ik kijk niet op een vitamine meer of minder. Ik ruilde de modderige, biologische winterpenen in voor een pot wortels. En hamsterde (naast een pallet toiletpapier) genoeg pakjes, potjes en blikjes om ieder keukenkastje en de diepvries mee af te toppen.

Voor Nadiya’s stressvrije recepten zijn diepvriesgroente essentieel. Zij zet een volwaardige, zelfgemaakte maaltijd op tafel waarbij doperwten ontdooien in het kokende water waarmee ze gedroogde noodles kookt. Kruiden erover. Klaar! Haar overkoepelende filosofie is dat je de energie van gezonde voeding vooral moet besteden aan alles, behalve koken. Haar recepten staan zo snel op tafel, dat ik er voor overwoog om van de bank te komen.

Ieder sluipweggetje om het koken in te korten past Nadiya toe. Bieten voor een pastasaus gaan in de blender. Voor het snipperen van een ui pakt zij de keukenmachine. Dat was een probleem. Mijn blender is lek. Het handvat van de mengkom is afgebroken. Omdat ik een prehistorisch model heb van twee jaar geleden, levert de fabrikant geen vervangende onderdelen meer.

Online verdwaalde ik in een woud van technische specificaties en gebruikerservaringen. De ene keukenmachine heeft geen blender, de ander vermaalt uien tot pulp in plaats van ze te snipperen. Daarvoor kocht je beter een aparte uiensnijder. Ergens in een digitaal winkelmandje wacht er een assortiment aan keukenmachines op mijn keuze.

Intussen voelden die snelle recepten al niet meer stressvrij.

27/12/2018

Een enorme spelfout in de titel van je boek zetten, je moet maar durven als auteur. Het getuigt dus van lef dat Heleen van Royen haar boek ‘sexdagboek’ noemt. Om esthetische redenen vindt zij dat beter op de cover uitkomen dan het correct gespelde ‘seksdagboek’. En dat dat terwijl er weinig esthetisch is aan seks. Het involveert zompige geluiden, rode hoofden en riekende lichaamssappen.

Verder vind ik Heleen’s seksdagboek baanbrekend. Het onderwerp seksleven komt nooit ter tafel in mijn  – verder diepgaande – gesprekken met bevriende stellen. Terwijl zij God mag weten wat voor dingen op diezelfde tafel hebben gedaan. Nee, stellen blijven geheimzinnig over zaken als frequentie, standjes en stoeipakjes.

Daarom vind ik het verfrissend dat Heleen wèl het achterste van haar tong laat zien over haar seksleven. Het achterste van haar tong toont ze ook vaak aan haar levenspartner Bart.  Ze laat hem, in het jaar dat ze haar seksdagboek bijhoudt, meestal in haar mond klaarkomen. Elke keer notuleert ze dat ze zijn sperma doorslikt. Behalve die keer dat Heleen aan intermitted fasting doet en zich zorgen maakt over hoeveel calorieën sperma bevat. Juist  van dat soort ontboezemingen, op het snijvlak van het seksleven en het leven van alledag, geniet ik het meest. Het seksdagboek staat er bol van. Zoals een terloopse zin waarin Heleen opmerkt dat zij haar vibrator op het nachtkastje kan laten liggen omdat de werkster vakantie heeft.

Ook verrassend: overdag is Heleen een feministische powervrouw maar ’s nachts is zij het liefst onderdanig. ‘Louter een lustobject,’ zoals Heleen dat literair-verantwoord verwoord. Favoriet is een standje waarbij Bart als een soort van geknielde ridder haar van achteren neemt. Dit standje beschrijft Heleen omstandig maar het is dusdanig complex dat een afbeelding, in de stijl van de Kamasutra, verhelderend was geweest.  

Bij vlagen geeft Heleen haar seksdagboek een feministisch toontje mee met feitjes over dat vrouwen slechts in 30 tot 50 procent klaarkomen van seks. Ik ben vergeten het exact te turven tijdens het lezen van het seksdagboek maar ik schat in dat Heleen procentueel vaker een orgasme heeft.  Bart voelt zich er comfortabel bij als Heleen er voor haar eigen genot een elektrisch aangedreven hulpstuk bij pakt.

Überhaupt vind ik hem galant tijdens de seks. Ondanks dat zij altijd instemt, vraagt Bart iedere keer om toestemming als hij in haar wil klaarkomen. In barre tijden van #metoo verdient hij daarvoor een standbeeld. In die ingewikkelde ridderpose graag. 

29/10/2018

De hele cultus rondom Zomergasten, dat een soort rijksmonument van de nationale televisie is, daar begrijp ik geen snars van. Ja, de nietszeggende diepte-interviews van 60 seconden, die De Wereld Draait Door populair heeft gemaakt, ben ik ook helemaal beu. Maar drie uur lang kijken en luisteren naar het gemijmer van één gast, dat vind ik ondoenlijk. Thank God voor YouTube, waarop de VPRO samenvattingen van Zomergasten in 5 minuten plaatst. Speciaal voor millenials en andere mensen met de aandacht spanne van een fruitvlieg. Dankzij die compilaties praat ik toch over Zomergasten mee.

Gisteren belandde ik per ongeluk middenin een live-aflevering van Zomergasten. Eric Wiebes was de hoofdgast. Ik vond het verrassend om eens de menselijke kant van een VVD-politicus te zien, dus bleef ik hangen. Ik vergeet weleens, door hun harteloze standpunten over de afschaffing van de dividendbelasting en het aanhouden van de gaswinning, dat VVD-politici een hart hebben. Eric Wiebes, als mens, stond centraal in de uitzending. Ik verbaasde me over dat hij als hardwerkende minister zijn zomer vult met met raften, mountainbiken en het wandelen van de Appalachian trail met een tentje van 560 gram in zijn rugzak.

‘Waar haalt een mens, met een geestdodende baan als opperambtenaar, zoveel levensenergie vandaan?’ vroeg ik me af. Wiebes gaf als reden voor zijn levenslust dat zijn vader en opa beiden al rond hun dertigste levensjaar zijn overleden. Dat maakt dat hij een zekere haast heeft met leven. Die levensinstelling snap ik omdat mijn moeder ook jong overleden is. Ik ben er, net als Eric, van doordrongen dat er geen garantie is dat morgen komt.

Ik zag de overeenkomsten in mijn levensloop met die van Wiebes. Zijn grenzeloze optimisme en dat hij harder gaat werken bij tegenslagen. Allebei hebben we een flitscarrière gemaakt. Het avontuur dat we beiden opzoeken tijdens vakanties. En de fragmenten die hij uitkoos van Grand Designs tot Kreatief met Kurk, het zijn allemaal programma’s die ik zou selecteren als ik ooit als hoofdgast van Zomergasten word uitgenodigd. Ik voelde een zeker verwantschap met Eric Wiebes.

Maar toen begon hij een betoog over loodgieters die liever naar voetbal gaan dan naar toneel. Dat de ene hobby niet beter is dan de andere en de cultuursector daarom geen subsidie verdient. ‘En alle kosten van de inzet van politie bij voetbalwedstrijden dan, Eric?’ riep ik naar de televisie. Hij was op slag weer in een VVD-politicus veranderd.

08/09/2018

‘Wat zijn jouw kernwaarden?’ vroeg men tijdens een seminar. Ik had geen flauw benul. De kernwaarden van mijn werk, die ken ik uit mijn hoofd. Kernwaarden leken mij meer iets voor gezichtsloze conglomeraten, waar al het werk door computers wordt gedaan, en die dus kernwaarden formuleren om het bedrijf smoel te geven. Waar ik zelf voor sta, dat moest ik nog bedenken.

Stom want naast dat kernwaarden in zwang zijn, zijn ze ook best handig. Als je keuzemogelijkheden naast jouw kernwaarden legt dan hak je elke knoop zo door, beloofde men. Dat klonk logisch. Het leek mij heerlijk om minder te piekeren over belangrijke beslissingen. Om tot mijn kernwaarden te komen, kreeg ik de opdracht bij om bekenden te bellen met de vraag om in 1 woord te omschrijven. Ik vond het eng maar ik deed het. Ik belde vrienden, familie, collega’s en zelfs ex’en.

Tot mijn verbazing leverde het een coherent lijstje op. Ik ben, volgens anderen, betrokken, eerlijk en vastberaden. Zelf voegde ik daar ‘licht’ aan toe omdat ik van elke zwaarmoedige situatie de humor inzie.

Mijn kernwaarden komt me van pas bij de meest onverwachte momenten. Bijvoorbeeld toen ik laatst op een terras een prijzige ananas-mango-smoothie bestelde. Vanaf de eerste slok overheerste de smaak van sinaasappelsap. Misschien had er tijdens de bereiding van de smoothie een mango en ananas in de buurt van de blender gelegen, ik kon geen van beiden proeven. Eerder had ik, na lang twijfelen, er voor gekozen om mijn mond te houden. Die arme serveerster kon het immers ook niet helpen dat de kok geen vruchten van elkaar kan onderscheiden. Maar daarna had ik aan vrienden wèl over mijn teleurstellende ervaring bij het café verteld. Zonder dat ze van mij de kans hadden gekregen om hun fout te herstellen. Dat  is ongepast voor iemand met de kernwaarde ‘eerlijk’.  Dus besloot ik er wat van te zeggen.

In overleg met een collega wimpelde de serveerster me af met de mededeling dat ‘sinaasappelsap de basis is van alle smoothies’. Ik vroeg om de rekening. Na het afrekenen van de smoothie ging ik heel vastberaden, wat toevallig ook een van mijn kernwaarden is, precies één tafeltje verderop zitten. Op het aangrenzende terras van de concurrent. Daar heb ik de rest van de middag, zoals het oorspronkelijke plan was, lekker in de zon gezeten. Met een drankje en een bittergarnituur erbij.

Het voelde goed om mijzelf zo in mijn kernwaarden te laten.