Archive for 2018

27/12/2018

Seksdagboek

Een enorme spelfout in de titel van je boek zetten, je moet maar durven als auteur. Het getuigt dus van lef dat Heleen van Royen haar boek ‘sexdagboek’ noemt. Om esthetische redenen vindt zij dat beter op de cover uitkomen dan het correct gespelde ‘seksdagboek’. En dat dat terwijl er weinig esthetisch is aan seks. Het involveert zompige geluiden, rode hoofden en riekende lichaamssappen.

Verder vind ik Heleen’s seksdagboek baanbrekend. Het onderwerp seksleven komt nooit ter tafel in mijn  – verder diepgaande – gesprekken met bevriende stellen. Terwijl zij God mag weten wat voor dingen op diezelfde tafel hebben gedaan. Nee, stellen blijven geheimzinnig over zaken als frequentie, standjes en stoeipakjes.

Daarom vind ik het verfrissend dat Heleen wèl het achterste van haar tong laat zien over haar seksleven. Het achterste van haar tong toont ze ook vaak aan haar levenspartner Bart.  Ze laat hem, in het jaar dat ze haar seksdagboek bijhoudt, meestal in haar mond klaarkomen. Elke keer notuleert ze dat ze zijn sperma doorslikt. Behalve die keer dat Heleen aan intermitted fasting doet en zich zorgen maakt over hoeveel calorieën sperma bevat. Juist  van dat soort ontboezemingen, op het snijvlak van het seksleven en het leven van alledag, geniet ik het meest. Het seksdagboek staat er bol van. Zoals een terloopse zin waarin Heleen opmerkt dat zij haar vibrator op het nachtkastje kan laten liggen omdat de werkster vakantie heeft.

Ook verrassend: overdag is Heleen een feministische powervrouw maar ’s nachts is zij het liefst onderdanig. ‘Louter een lustobject,’ zoals Heleen dat literair-verantwoord verwoord. Favoriet is een standje waarbij Bart als een soort van geknielde ridder haar van achteren neemt. Dit standje beschrijft Heleen omstandig maar het is dusdanig complex dat een afbeelding, in de stijl van de Kamasutra, verhelderend was geweest.  

Bij vlagen geeft Heleen haar seksdagboek een feministisch toontje mee met feitjes over dat vrouwen slechts in 30 tot 50 procent klaarkomen van seks. Ik ben vergeten het exact te turven tijdens het lezen van het seksdagboek maar ik schat in dat Heleen procentueel vaker een orgasme heeft.  Bart voelt zich er comfortabel bij als Heleen er voor haar eigen genot een elektrisch aangedreven hulpstuk bij pakt.

Überhaupt vind ik hem galant tijdens de seks. Ondanks dat zij altijd instemt, vraagt Bart iedere keer om toestemming als hij in haar wil klaarkomen. In barre tijden van #metoo verdient hij daarvoor een standbeeld. In die ingewikkelde ridderpose graag. 

29/10/2018

Zomergast

De hele cultus rondom Zomergasten, dat een soort rijksmonument van de nationale televisie is, daar begrijp ik geen snars van. Ja, de nietszeggende diepte-interviews van 60 seconden, die De Wereld Draait Door populair heeft gemaakt, ben ik ook helemaal beu. Maar drie uur lang kijken en luisteren naar het gemijmer van één gast, dat vind ik ondoenlijk. Thank God voor YouTube, waarop de VPRO samenvattingen van Zomergasten in 5 minuten plaatst. Speciaal voor millenials en andere mensen met de aandacht spanne van een fruitvlieg. Dankzij die compilaties praat ik toch over Zomergasten mee.

Gisteren belandde ik per ongeluk middenin een live-aflevering van Zomergasten. Eric Wiebes was de hoofdgast. Ik vond het verrassend om eens de menselijke kant van een VVD-politicus te zien, dus bleef ik hangen. Ik vergeet weleens, door hun harteloze standpunten over de afschaffing van de dividendbelasting en het aanhouden van de gaswinning, dat VVD-politici een hart hebben. Eric Wiebes, als mens, stond centraal in de uitzending. Ik verbaasde me over dat hij als hardwerkende minister zijn zomer vult met met raften, mountainbiken en het wandelen van de Appalachian trail met een tentje van 560 gram in zijn rugzak.

‘Waar haalt een mens, met een geestdodende baan als opperambtenaar, zoveel levensenergie vandaan?’ vroeg ik me af. Wiebes gaf als reden voor zijn levenslust dat zijn vader en opa beiden al rond hun dertigste levensjaar zijn overleden. Dat maakt dat hij een zekere haast heeft met leven. Die levensinstelling snap ik omdat mijn moeder ook jong overleden is. Ik ben er, net als Eric, van doordrongen dat er geen garantie is dat morgen komt.

Ik zag de overeenkomsten in mijn levensloop met die van Wiebes. Zijn grenzeloze optimisme en dat hij harder gaat werken bij tegenslagen. Allebei hebben we een flitscarrière gemaakt. Het avontuur dat we beiden opzoeken tijdens vakanties. En de fragmenten die hij uitkoos van Grand Designs tot Kreatief met Kurk, het zijn allemaal programma’s die ik zou selecteren als ik ooit als hoofdgast van Zomergasten word uitgenodigd. Ik voelde een zeker verwantschap met Eric Wiebes.

Maar toen begon hij een betoog over loodgieters die liever naar voetbal gaan dan naar toneel. Dat de ene hobby niet beter is dan de andere en de cultuursector daarom geen subsidie verdient. ‘En alle kosten van de inzet van politie bij voetbalwedstrijden dan, Eric?’ riep ik naar de televisie. Hij was op slag weer in een VVD-politicus veranderd.

08/09/2018

Kernwaarden

‘Wat zijn jouw kernwaarden?’ vroeg men tijdens een seminar. Ik had geen flauw benul. De kernwaarden van mijn werk, die ken ik uit mijn hoofd. Kernwaarden leken mij meer iets voor gezichtsloze conglomeraten, waar al het werk door computers wordt gedaan, en die dus kernwaarden formuleren om het bedrijf smoel te geven. Waar ik zelf voor sta, dat moest ik nog bedenken.

Stom want naast dat kernwaarden in zwang zijn, zijn ze ook best handig. Als je keuzemogelijkheden naast jouw kernwaarden legt dan hak je elke knoop zo door, beloofde men. Dat klonk logisch. Het leek mij heerlijk om minder te piekeren over belangrijke beslissingen. Om tot mijn kernwaarden te komen, kreeg ik de opdracht bij om bekenden te bellen met de vraag om in 1 woord te omschrijven. Ik vond het eng maar ik deed het. Ik belde vrienden, familie, collega’s en zelfs ex’en.

Tot mijn verbazing leverde het een coherent lijstje op. Ik ben, volgens anderen, betrokken, eerlijk en vastberaden. Zelf voegde ik daar ‘licht’ aan toe omdat ik van elke zwaarmoedige situatie de humor inzie.

Mijn kernwaarden komt me van pas bij de meest onverwachte momenten. Bijvoorbeeld toen ik laatst op een terras een prijzige ananas-mango-smoothie bestelde. Vanaf de eerste slok overheerste de smaak van sinaasappelsap. Misschien had er tijdens de bereiding van de smoothie een mango en ananas in de buurt van de blender gelegen, ik kon geen van beiden proeven. Eerder had ik, na lang twijfelen, er voor gekozen om mijn mond te houden. Die arme serveerster kon het immers ook niet helpen dat de kok geen vruchten van elkaar kan onderscheiden. Maar daarna had ik aan vrienden wèl over mijn teleurstellende ervaring bij het café verteld. Zonder dat ze van mij de kans hadden gekregen om hun fout te herstellen. Dat  is ongepast voor iemand met de kernwaarde ‘eerlijk’.  Dus besloot ik er wat van te zeggen.

In overleg met een collega wimpelde de serveerster me af met de mededeling dat ‘sinaasappelsap de basis is van alle smoothies’. Ik vroeg om de rekening. Na het afrekenen van de smoothie ging ik heel vastberaden, wat toevallig ook een van mijn kernwaarden is, precies één tafeltje verderop zitten. Op het aangrenzende terras van de concurrent. Daar heb ik de rest van de middag, zoals het oorspronkelijke plan was, lekker in de zon gezeten. Met een drankje en een bittergarnituur erbij.

Het voelde goed om mijzelf zo in mijn kernwaarden te laten.

02/09/2018

Mezelf

De verkiezing van Donald Trump tot president is allemaal onze eigen schuld. Volgens psycholoog Steven Pont komt het doordat we alleen aan onszelf denken. Hij zegt dat we het collectieve belang uit het oog zijn verloren. ‘Beschaafde mensen zijn niet zichzelf maar passen zich aan,’ schrijft hij in een prikkelend opiniërend artikel in de Volkskrant.

Onder het mom van zelfontwikkeling, heb ik me juist net afgezet tegen alle conventies die de samenleving mij opdringt. Het voelt als een bevrijding. Ik prent mezelf telkens in dat het mooiste dat ik kan worden mezelf is. En dan pleit zo’n psycholoog, die ik als verstandige mensen beschouw, ervoor dat ik moet stoppen met ‘lekker mezelf zijn’.

Steven Pont onderbouwt zijn mening met een pakkend voorbeeld: Donald Trump. Die doet precies wat hij wil en ontslaat iedereen die hem tegenspreekt. Natuurlijk vind ik het ook verderfelijk dat een democratisch gekozen leider schijt heeft aan de mening van de meerderheid en zijn mening verheft tot de waarheid. Maar Steven Pont vindt Trump precies de leider die onze vrije wereld, waarin iedereen zichzelf mag zijn, verdient. Want Donald Trump is volkomen zichzelf.

De psycholoog stelt dat de cultuur van ‘jezelf kunnen zijn’ is doorgeschoten. Onze sociale vaardigheden hebben we juist om voor het collectieve belang te denken, in plaats van alleen aan jezelf. Hij illustreert dat diezelfde sociale vaardigheden zorgen daten we ons netjes aan de verkeersregels houden. Of keurig achteraan de rij voor de kassa aansluiten.

Nu sluit ik allang niet meer braaf achteraan aan in de rij voor de kassa. Albert Heijn heeft namelijk zelfscanners. Steven Pont vindt het zelfscannen vast een uitwas van de geïndividualiseerde samenleving, maar ik word er een beter mens van. Ik heb geen geduld voor bejaarden die tergend langzaam hun boodschappen op de band zetten. En gesprekken aanknopen met kassameisjes omdat zij wanhopig verlegen zitten om contact. Misschien schiet ik door in het opkomen voor mijn eigen belangen maar ik heb wat beters te doen dan nodeloos lang wachten in een rij.

Ik vind het uitstekend dat er zoveel aandacht is voor ‘jezelf zijn’. Mijn ervaring is dat als je goed voor jezelf bent, je ook goed voor anderen kunt zijn. ‘Ga op zoek naar degene die je voor je medemens wilt zijn,’ schrijft de psycholoog ergens in het artikel. Dat vind ik een mooi streven. Op de voorwaarde dat ik, bij vlagen, met niemand rekening hoef te houden en lekker mezelf mag zijn.

22/06/2018

Draagtas

Terwijl mijn vriend zich afvraagt waarom hij nu in de honderdste Marokkaanse lederwarenwinkel staat, scan ik vluchtig de winkel in het kader van mijn geheime missie. Sinds ik in de Lonely Planet gelezen had over het bestaan van traditionele leerlooierijen, waar je de doordringende ammoniakgeur alleen overleeft als je een bosje munt onder je neus houdt, verheug ik me op lederwarenwinkels in de medina’s. In alle Koningssteden die we bezoeken zijn er meerdere medina’s, waar de tapijtverkopers worden afgewisseld met winkels met aardewerk, kruiden en dus lederwaren. Nou klinkt ‘lederwaren’ uit de mond van een nicht altijd een beetje dubieus, maar ik verzeker je dat ik voldoende broeken heb en zelf meer van de spijkerbroeken ben. Dan heb ik dat misverstand alvast uit de wereld geholpen.

Mijn missie behelst dat ik in Marokko een leren tas wil kopen. Dat klinkt als een makkie, ware het niet dat ik een nogal specifieke tas op het oog heb. Een leren ‘tote bag in military style’ die ik bij een Nederlandse webwinkel heb gezien en waar ik op slag verliefd op ben geworden. Uitgevoerd in twee kleuren leer. Met een hoofdvak en diverse kleinere insteekvakken. De tas wordt aangeprezen als een ‘ongewone tas voor mannen met lef’ en als ‘compact maar toch ruim’.  Omdat ik mezelf graag zie als een man met lef en omdat ik nieuwsgierig ben naar hoe een tas tegelijkertijd compact én ruim kan zijn, moet ik die tas hebben. Na het zien van de prijs (€ 274,95) is de liefde enigszins bekoeld. Een beetje maar hoor. Met de vele toeristische tassenwinkels in het verschiet laaide het liefdesvuur meteen op.

Het probleem is, en dat is vast herkenbaar voor meer verwende toeristen, dat de lederwaren in de medina’s nogal authentiek Marokkaans zijn. Lederen poefen en handtassen met Arabisch aandoende motiefjes erop, zeg maar. De paar moderne en mannelijke tassen die alle winkeliers verkopen, zijn rugzakken en schoudertassen. Exacte kopieën van de schoudertas die jaren terug in de mode was. Zo’n tas als die ik acht jaar geleden in Italië kocht. Dat is het ding: de Marokkaanse leerbewerkers lopen een paar seizoenen achter op wat er onder de Westerse toeristen in de mode is. Volgend jaar hangen alle medina’s waarschijnlijk vol met draagtassen in twee tinten leer met militaristische accenten.

Aangezien ik er nu toch ben, blijf ik de rest van mijn vakantie op zoek naar die ene trendsettende Marokkaanse tassenontwerper, die wel weet wat modieus is. Ondertussen wen ik rustig aan het idee dat ik thuis € 274,95 aan een leren draagtas ga uitgeven.

19/06/2018

Grens

Je hebt niets in de woestijn te zoeken als je, zoals ik, een hekel hebt aan zand. Maar omdat de woestijn een aanzienlijk deel van Marokko beslaat, viel er bij een rondreis nauwelijks aan te ontkomen. Elke samengestelde rondreis bevatte een overnachting in een Bedoeïenenkamp in de zandduinen van de Sahara. Zo’n overnachting leek mij een nachtmerrie. Geen enkele belofte aan een adembenemende zonsondergang of sterrenhemel kon daar tegenop.

Van jongs af aan vind ik het strand of de zandbak al niets. Zand heeft de nare eigenschap om tussen je tenen te kruipen. Het kleeft aan je schenen. En als je het zand van je af slaat dan zit het ook aan je handen. Zelfs al spoel je omstandig je voeten af dan schuurt er altijd een restje zand in je schoenen. Daarna zit het zand ineens overal. Waarschijnlijk zitten de zandkorrels vooral tussen mijn oren, toch geeft het me de kriebels. Ik had doelbewust Marokko, met al z’n zandvlaktes, als vakantiebestemming gekozen om de grenzen van mijn comfortzone te verleggen. Een hotel met uitzicht op de Sahara dat vond ik al uitdagend genoeg.

In het kader van het oprekken van diezelfde comfortzone had mijn vriend mij meegelokt op een rondrit door de woestijn. Ik probeerde in de 4×4 Landcruiser zo min mogelijk na te denken over de gevolgen van autopech in een gebied zonder mobiel bereik. Voor alle zekerheid had ik de lidmaatschapskaart van de wegenwacht meegenomen. Ondertussen probeerde ik te genieten. Regelmatig onderbroken door een stemmetje in mijn achterhoofd dat waarschuwde voor de achterbanden, die steeds verder in het zand leken weg te zakken. Zand hoopte zich op in mijn schoenen en in de lens van het fototoestel, die piepte en kraakte bij het scherpstellen voor een foto. Het was er verschrikkelijk. Mooi trouwens ook.

Ik had verwacht dat het hotel meer beschutting zou bieden. Maar een stap buiten de drempel van de hotelkamer lag de voet van een enorme hoop zand van ongeveer 100 meter hoog. Het zand glipte, vanwege de aanhoudende woestijnwind, door alle kieren en gaten naar binnen. Lopend op de stenen vloer in de kamer knisperde het zand onder mijn voeten. Het nachtkastje werd bedekt door een dun laagje zand. De zandkorrels waren zelfs tussen de lakens van het bed gekropen. Ik zag mijzelf hier geen oog dicht doen. Het hotel lag dichter bij de Sahara dan de grens van mijn comfortzone.